ZOLANG DE TIJD AAN ONZE KANT STAAT

21. okt, 2021

De straatmuzikant staat op zijn podium. De wereld is zijn achtertuin. Hij zingt over zijn thuiskomst met kerstmis. Graag zou hij de Cavalerie willen stoppen. De straatmuzikant noemen ze een inkoper. Ooit heeft men hem inkoper gemaakt. De straatmuzikant is echter schrijver, dat is wat hij is, in zijn hart. Net als de hordeloper, die eigenlijk voetballer had willen zijn, maar zijn ouders dichten hem meer kansen toe voor roem met atletiek. Alhoewel jezelf altijd verantwoordelijk bent, voor wat je wilt zijn en dus ook voor wat je bent, is de straatmuzikant uiteindelijk datgene gaan doen, wat hij wilde zijn. Al verdient hij zijn boterham met andere dingen.

© Hoss 18-12-2017

Voor mijn ouders:

Familie agenda week 51:
Oude liefde roest niet.

Frysk Oersetter.nl
Foar myn âlders :
famylje aginda wike 51 :
Alde leafde rustket net.

© HW 17-12-2012

EEN NIEUW VERWORVEN WIJSHEID

Wanneer ik oud en wijs ben
Ben ik ook
Jong en onbezorgd geweest

Wanneer ik oud en wijs ben
Dan kent niemand me meer
Niemand om voor te zorgen
Niemand die ik achter laat

Wanneer ik oud en wijs ben
Zal niemand van me afhankelijk zijn
Niemand aan me hangen

Anders ben ik niet oud en wijs

Als ik oud ben
Wil ik dat zijn samen met jou

Onbezonnen
Dansen in de wei

Maar ik wil je ook nooit achter laten
Zelf ben ik nu al te vaak alleen

Het is zo zonde
Van onze nieuwe jeugd

Laat me niet te oud of te wijs zijn
Nog niet

Er zal een dag zijn
Dat ik oud en wijs ben

Zul je me dan toch herinneren
En denken aan mijn woorden
Dat ik je dan niet achterlaat
Zal je me dan niet missen

Mis me nooit
Dat is niet nodig
Ook niet wanneer ik oud en wijs ben

© HW 17-12-2015

 


PROLOOG

Benjamin Beerstra creëerde zijn boek in 7 dagen, het was 22:00 uur zondagavond en hij zag dat het goed was. Hij was er afgelopen maandagochtend mee begonnen. Hij zou zijn levensverhaal schrijven, zo veel als maar kan. De nacht van donderdag op vrijdag had hij doorgewerkt. Hij had nog geen letter op papier, maar was er de hele week al mee bezig. Geprikkeld door vele losse gedachtegangen.

Benjamin is afkomstig uit een gezin van oorspronkelijk 4 kinderen, hij had 3 zussen, dochters van zijn moeder. Zijn vader heeft zijn kinderen niet meegenomen in het gezin. Zo ging dat in die tijd, maar niet uit het oog uit het hart, maar scheidingen waren uit den boze en de kinderen gingen automatisch naar de moeder. Nog nooit gehoord van regelingen in een convenant. Benjamin is dus de enige van het stel. Echter als hij 3 is, komt er in juni nog een kindje bij, Sjonnie. Sjonnie, is een kind van Annemarie Geluk. Nog maar vijftien, maar uiterlijk ouder? Sjonnie is als een broer voor Benjamin, al is Benjamin niet meer de jongste en is er een concurrent bij. Hij heeft nog twee andere zussen. Lies en Mary, ook Geluk van achternaam en Sjonnie krijgt de naam ook. De meisjesnaam van zijn moeder is Huhn, Gretha Huhn. Zijn vader heet Hans (Haco) , Hans Beerstra dus.

Hans is geboren in Friesland in een dorpje wat nu in het grondgebied van de gemeente Ooststellingwerf valt. Toch heeft de familie Beerstra niet altijd in Friesland gewoond. Zijn voorvaderen zijn vluchtelingen uit Waals Brabant. Rond 1580 konden ze vluchten, aangezien de Nederlanden zich hadden afgescheiden in twee delen. Het Noorden, Calvinistisch en het Zuiden, Katholiek. Eigenlijk was hun probleem, dat ze niet extreem hun geloof demonstreerde, dat ging tegen het gevoel van de meestal rijkere katholieken in. Rintje waagde het er op en ging naar het beloofde land. Onderweg sprokkelde hij heel wat hout bij elkaar en knapte schuurtjes en huisjes op van mensen, want handig was hij. Rond 1800 heeft de familie de achternaam Beerstra aangenomen. Er is ook een tak die zich Bernstra heeft genoemd en een laatste is teruggegaan naar hun oorsprong, zij hebben de naam de Wael aangenomen. Bern was zo sterk als een beer, dus de twee eerste Zonen Thomas en Tjeerd hadden zich naar hem vernoemd in hun achternaam. De derde Ruurd noemde zich anders, hij was een beetje anders, zoals in iedere familie zonderlingen voorkomen.

Hans had de eerste 40 jaar een moeilijk leven gehad. Hij ging van baan naar baan. Zwaar werk: turf steken, boerenknecht en tenslotte in de accufabriek. Even proefde hij zijn geluk bij Philips in Drachten, maar dat was niks voor een vrij man, uit de turf getrokken. Hij vertrok naar Amsterdam. Daar kon hij voor de gemeente werken. De mooiste tijd uit zijn leven, tot dan toe. Echter was hij vaak van huis, dat kon niet anders dan fout lopen, met 7 kinderen. Dat was de reden dat Benjamin werd geboren, want Hans zocht nieuw geluk. Al was het niet gepland, Hans wilde niet onder zijn verantwoordelijkheid uitkomen en trouwde na drie jaar, toen alle papieren helemaal rond waren werd Benjamin Beerstra, daarvoor heette hij nog Huhn.

Benjamin kan niet goed lopen, hij loopt altijd achterop. Twee keer per jaar is gepland om schoenen te kopen, echter dat is voor Benjamin niet genoeg. Zelfs de schoenen van Cees Tak uit de Bilderdijkstraat zijn niet sterk genoeg. Zijn zolen slijten allemaal schuin af. Met Benjamin gaat Gretha naar de specialist in het ziekenhuis. Er worden ijzeren steunzolen aangemeten, Benjamin wordt daarvan nog eerder moe en wat zijn die pijnlijk. Zijn ouders zijn ten einde raad. Om de twee weken nieuwe schoenen, dat is toch wel te gek. Wat moeten ze nu met die jongen aan en dan plast hij ook nog regelmatig in zijn bed. Daar valt gewoon niet tegen op te wassen.

Benjamin wordt ouder en hij is het gepest en het geklaag meer dan zat. Op school wordt hij gepest en thuis op die momenten wordt er geklaagd. Hij heeft een film gezien op televisie, over een jongen die nog in zijn eigen bed plast en al naar de middelbare school gaat. De jongen kan hardlopen, als de beste. Benjamin is geen sportman, eigenlijk is hij maar tenger, maar wel lang. Een klasgenoot, Robbie, verteld over zijn sport, atletiek en Benjamin denkt: “dit is mijn kans. Hier moet ik initiatief nemen.” Robbie en Benjamin maken een afspraak. Benjamin mag wel meerijden en zo doet hij mee aan de eerste training. Benjamin doet het eigenlijk helemaal niet slecht, zo voor de eerste keer. Vooral omdat Benjamin gemotiveerd is en zijn trainer Rinus van de Brink ziet dat. Rinus vind het leuk werken met Benjamin. Rinus is een trainer in hart en nieren en hij geniet van alle jongens die werken, op zijn club ‘de driekleur’. Al is zijn eerste wedstrijd een grote teleurstelling, wie had het anders verwacht na slechts zes weken training. Lopende in het verkeerde tenue, komt hij ver achter de concurrentie over de streep.

Benjamin heeft zijn uitlaatklep gevonden en is gepassioneerd vanaf de eerste dag. Langzaamaan gaan zijn voeten wat minder scheef staan, hij wordt sterker, hij wordt sneller, al zal hij nooit een held worden. Ondanks dat hij wel wat vrienden heeft blijft hij ‘Solitair’. Hij gaat naar veel evenementen, vaak alleen, soms ook met vrienden, maar hij is er niet afhankelijk van. Hij houdt er wel van om te verdwalen in de menigte. Op zijn zestiende heeft hij zijn eerste ervaring met een meisje, Maria Convoy, familie van de buren, die daar te logeren is. Ze zegt tegen zijn moeder dat ze met Lies heeft afgesproken om te blijven slapen. Lies, is niet eens thuis. Maria klopt aan bij Benjamin. Benjamin vraagt wat er is. Het meisje antwoord: “Sst, ik heb het koud. Kom je even bij me.” Hij twijfelt niet en gaat naast haar zitten op het bed. Ze pakt zijn arm en slaat hem om haar heen, even later kussen ze elkaar. De hele nacht alleen kussen. Tot zijn achttiende probeert hij af en toe zelf initiatief te nemen. Dat lukt niet zo heel goed. Och, er zijn meisjes genoeg die hem leuk vinden, maar vindt hij die ook leuk? Er zijn ook meisjes die hij leuk vindt. Vinden zij hem wel leuk. Twijfels, zijn een slechte raadgever. De weg naar adolescentie is vol met twijfel. Op zijn achttiende verandert de zaak, hij gaat op vrijers pad en loopt tegen een volwassen vrouw op van vijfentwintig, Emily Moes. Ze vindt het wel leuk en ze voelt zich wel gevleid, maar ze is zo veel verder dan hij. Benjamin gaat zo vaak mogelijk naar haar toe. Hij is zo vrij als een vogel en gaat op de maandag ook wel vanuit haar naar school. Zij woont in de Hemonystraat nummer dertien, vlakbij de Nederlandse Bank. Dit zijn, zijn eerste echte stappen in de wereld. Detail is dat Emily nog een broer heeft die toch redelijk vierhonderd meter horden kan lopen. Johan Moes. 
Zoals meestal komt aan dit soort eerste liefdes een eind. Rond kersttijd loopt het vast en zien ze elkaar een paar weken niet meer. In het nieuwe jaar maken ze dan nog een afspraak, waarna de liefde voorbij is. 1985: het jaar van Live Aid, Benjamin slaat een beetje door, op school loopt het niet zo lekker en op atletiek zijn de prestaties ook niet veel soeps. Hij heeft verkering met een meisje, Linda Molenaar, ze is een beetje wild. Ze doet dingen die hij niet begrijpt, hij gaat even later verder met haar vriendin, Wendy Hop, zij doen het wat rustiger aan en het blijkt zo’n moment te zijn van verkeerde tijd, verkeerde plaats. Als hij later nog een keer met haar in contact komt blijkt het dat zij het erg moeilijk heeft gehad in die tijd en hij kon haar niet helpen. Dan volgt de volgende belangrijke relatie in 1986. Eentje die in zijn hersens gekerfd is, Louise van Schade. Louise is helemaal gek op Benjamin. Benjamin brengt haar na haar eerste kennismaking naar de bus. Ze is met haar vriendin Cathamarijn, maar ze praat aan een stuk door tegen Benjamin. Benjamin vindt dat wel leuk, ze maken een vervolgafspraakje. Na dat afspraakje spreekt hij bij haar thuis af en opent dan wagenwijd zijn ogen van verbazing. Ze heeft allemaal tekeningen hangen met hem als onderwerp. De indruk die hij op haar gemaakt heeft is als een foto vastgelegd, Niet te geloven. Zo gaat dat, een aantal weekjes door. Ze beleven de leukste avonturen. Ze spelen een soort van verstoppertje op het begijnhof. Het spel is dat één van de twee wegloopt, waarna de ander gaat zoeken. Onschuldig bedoelt. Ze vertellen elkaar de gekste verhalen. Tot ze daarin eerst een beetje doorslaat en later ernstig. Tijdens een wandeling van IJmuiden naar Zandvoort wil ze iets vertellen, maar ze durft het niet. In plaats daarvan krijgt hij een boekje, wat hij alleen thuis mag lezen. Thuis aangekomen leest hij dat ze een psychiatrisch verleden heeft. Het is allemaal nog niet duidelijk, maar zijn hart klopt uit zijn borstkas en zijn longen klappen dicht. Hij weet helemaal niet wat hij hier mee moet. De enige optie is negeren en gewoon doorgaan, alsof er niks aan de hand is.

© Hoss 23-1-2015

 


II 

Lopend in de herfst

Struikelend over gevallen blad
Takken niet opgeruimd
In het donker
Donker de dagen voor kerst
Nog herfst
Nog een paar dagen

17 graden
Warm aangekleed
Vluchten daar de spreeuwen
Of blijven ze nog even
Ik voel nattigheid
Ligt daar nu toch een plas

Lichten verblinden mij
Ik loop tegen het muurtje
Het muurtje van de brug
Een fietser rijdt mij haast omver
Ik houd stand
5:22 is de tussentijd

De douche
Het eten nog te bereiden
Boris de Mops
De was
Al dat wacht op mij
Ik haast me
Het voelt goed

Een eindsprint
Wordt mij zowat belet
Twee moeders
Breed lopend
Met hun kinderwagen
Ik spring
Er tussendoor

Nog een keerpunt
Omdat de afstand niet klopt
Een piep
Het zit er op!

© HW 17-12-2015

 


 

III

De ogen van E.

Vandaag weer een heerlijk nummer uit de jaren '80. Dit doet me denken aan een wedstrijd in Utrecht. Ik was super in vorm. Wij zouden de middag afsluiten met een 4x400 meter. Ik had toevallig het Album op mijn walkman staan, op cassettebandje dus, waar dit een hit van was. Gewoon om mij tot rust te manen. Ik was gedreven en ik was heel wat van plan. Ineens kwam er een stortvloed uit de hemel. De baan sloeg helemaal wit uit. Al was het toch al een kunststofbaan, de 4x400 meter werd afgelast. Het was lang geleden dat ik zo teleurgesteld was. Het inspireerde mij tot het maken van een tekening of iets dergelijks. Ik zal hem delen als ik hem kan vinden. Weet niet zeker of ik hem nog heb. Verder wist ik toen nog niet dat Annie Lennox een mooie vrouw is. Ik had mijn bedenkingen. Maar ze heeft ogen die onbeschrijfelijk mooi zijn. Net als die van E.

© Hoss 14-12-2015

 


 

IV

Epitaaf

(voor twee verloren zielen)

twee mensen schuw
twee plantjes
twee hoofden
voor het raam

noch geranium
noch cactus
kan hen bekoren

kijken statisch naar t.v.
nietszeggend
zonder actie

denkend
alles wat we nog zeggen en doen
geeft reactie
dat kost te veel energie

nooit geleerd met weerstand om te gaan
een hond opgesloten in zijn eigen kooi

mensen vrezend
mensen schuw

statisch naar t.v. kijkend
wel nog vol met dromen

dromen over draken
jonkvrouwen bevrijdend

bevrijd worden
en gevreeën

jonge vrouwen
jonge mannen

ridders en hun jonkvrouwen
jonkvrouwen worden bevrijd

ridders bevrijden jonge vrouwen
jonge vrouwen geven hun hand
ze worden gekust door een nobele man

maar eenmaal uit het kasteel bevrijd
terug in de realiteit
hoe heeft het nu zo kunnen lopen
denken dat ze nu vrij waren

nu bestaan ze alleen nog in hun dromen
die nu zwart als teer
een wens die nooit meer uit zal komen
een bitter toetje is

ze hebben het geprobeerd
echter nergens van geleerd
ging het nog verkeerd

het zal nimmer meer zijn
als voorheen
ze zijn nu met zijn twee
alleen

© Hoss /|\ december '85

 


 

V

Kijk, even voor de duidelijkheid. Ik ben een product uit 1966. Tht: onbekend. Dit is uit 1977, ook dat is een magisch jaar. Het jaar ook van de opkomst van de New Wave. ('77 Talking Heads) Terwijl we nog middenin de disco scène zitten. Ik mag mee naar de film 'Stayin' alive' Al begrijp ik niet alle scènes. De rode draad is heel duidelijk. Natuurlijk kan ik alle danspasjes nadoen, maar dan beter. Een paar jaar later mag ik met mijn zussen een keer een nachtje mee, maar waarom nu 's nachts? Niks dus voor mij. Al dans ik de sterren uit de hemel. Dat blijkt ook op een feestje, van Jazz ballet, waar ik mee naar toe mocht. Ze vragen of ik geen zin heb om lid te worden. Ik moet alleen maar lachen. Ik ga liever even een meerkamp doen. Dat dansen is gewoon een warming up.

© Hoss 11-12-2015

 


VI

Jauw sei

Jij en ik
Wij zijn als een duet
Onze tonen vullen elkaar aan
De lagere en de hogere
De cynische bittere tonen van het leven vervagen
Door de gelukkige zoete tonen

Als de boom blauw lijkt
Maar toch echt groen is
Decoreer jij hem met rood
Met details in goud
Laat de liefde vloeien
Laat het licht schijnen

Als de bloemen op het raam staan
Mijn lichaam voelt koud aan
Dan denk ik aan jou
Het ijs smelt
Dan moet ik de dauw wegsponzen
Mijn lichaam tintelt en gloeit

Ons duet is niet als twintig in een dozijn
Ook niet als twaalf of drie
Nee, ons duet is bijzonder
Mijn valse noten
Vallen door jou niet op
Ze verbleken met jou aan mijn zijde

Jou aan mijn zijde
Is het beste
Wat me overkomen kan
Wat me al is gebeurd
Is het bewijs
Met jou aan mijn zijde

Zowel links als rechts
Verberg je mijn zwakke plekken
Voel ik me sterk
Terwijl ik bang ben
dat ik je niet kan laten bloeien
Met mij aan jouw zijde

Maar ik geloof je
Wanneer je zegt
Dat die roos juist door mij bloeit
Al kan ik hem niet ruiken
En heb ik soms mijn twijfels
Met mij aan jouw zijde

Maar je bent het beste
Oh ja, dat zei ik al
Het beste wat ik beleef
Al zou het nu stoppen
Het leven was het waard
Met jou aan mijn zijde

© HW 13-12-2016

 


 

VII

De man met de blauwe hoed, heeft niet altijd een blauwe hoed gedragen, al is blauw zijn lievelingskleur, draagt hij pas slechts sinds maart een baard en heeft hij dat in 2014 en 2015 eerder gedragen. Toen hij nog lange haren had. Ooit droeg hij in zijn jeugd een snor. Het was er één van vlas. Het is de straatmuzikant zonder borsthaar en echt haar op zijn tanden heeft hij niet. De sukkel die zijn slingerkogels uit het net moet vissen en niet verder werpt dan de stenen stoeptegels in Zutphen vóór de werpkooi. Hij laat over zich lopen door de valsspelers op de wereld, die zijn woorden verdraaien, die hij geschreven heeft. Hij schrijft om de mensen te verbinden, maar de mensen gebruiken slechts enkele woorden uit zijn geschreven dialoog, terwijl dat geen mening is van hem, tegen hem. Mensen die je ook nooit laten uitpraten, lezen zijn verhalen niet uit en misbruiken slechts een enkele zin. Oh, hij wil zo graag verbinden. De verbindingsman uit de Eerste wereldoorlog en in het leger van Napoleon, terwijl hij juist vrede wilde. Hij zou de koerier zijn, die de Cavalerie wilde stoppen. De straatmuzikant zingt echter de hoge noten te hoog en de lage te laag, soms andersom, uit middelend komt het in het midden weer goed. Hij is binnen een 4 stemmig lied, gelijke tijd, de eerste, de tweede, de derde, de vierde en de vijfde stem. Maar één ding moet je begrijpen, hij beseft dat en hij doet het niet expres en hij doet vooral zijn best.

© Hoss 18-12-2017

 


VIII

de nootgevoeligheid

kom op Marijn
leg al je emoties in de noten

noten die niet gekraakt mogen worden
noten die eenmaal mijn oren bereikt
mijn ontvanger doen prikkelen

prikkels die omgezet in impulsen
van de sensibele, schakel en motoriek cellen
mijn grote hersenen bereiken

mijn hersenen beginnen te werken
vragen zich af wat te doen

-dansen
-huilen
-glimlachen

om na een keus te hebben gemaakt
impulsen zenden naar de desbetreffende spieren
zodat de keuze impulsief wordt uitgevoerd

om daarna te kunnen zeggen:
"dat was niet slecht"

© Hoss /|\ 16-12-1986

 


IX

's Morgens zit de straatmuzikant in de auto, niet zoals hij vroeger in de tram en in de trein zat. Alleen keek hij vroeger in de reflectie van het raampje naar de buurvrouw tegenover hem, die vriendelijk naar hem lacht. Ze staren elkaar aan. Ze heeft en mooie lach en hun voeten maken soms contact. Niet voelbaar, maar de energetische verbinding zorgen voor de prikkels. Door het raampje, staren ze elkaar aan, al durven ze niet daadwerkelijk naar elkaar te kijken. Het zijn vluchtige blikken. Evenals dat het vluchtige energieprikkels zijn. De straatmuzikant is nu ook weer niet op zoek naar platte seksuele bevrediging. Nee, dit is veel mooier, veel dieper. Het is de dag dat zij een slechtere dag heeft. De maandag dat hij vraagt, wat er met haar aan de hand is. Ze huilt, terwijl ze luistert naar 'Manic Monday', van 'the Bangles'. Hij heeft haar nooit gesproken. Al heeft hij haar vaak getroffen in de maandagochtendtrein van Amsterdam naar Eindhoven. Nu dat ze huilt, spreekt hij haar aan. Ze vertelt dat ze is ontslagen bij de Nachtclub, waar ze danste. Ze vertelt over haar werk van de afgelopen maanden. De straatmuzikant krijgt het hele verhaal te horen. Ook krijgt hij te horen dat ze iedere week weer uitkeek naar die maandagochtend. Die maandagochtend tegenover hem, in de trein. Hij heeft nu voor haar niet de juiste woorden. Hij vind haar aantrekkelijk en ze klinkt ook wel lief, maar hij woont samen met zijn lief uit Veldhoven en vertelt haar dat hij erg veel van zijn meisje houdt. Zo veel dat hij wil verhuizen naar Brabant. Hij wil verhuizen, voor haar. Hij werkt nu alvast in Eindhoven, voor haar en hij is zoekende, zoekende naar een woning, voor haar, omdat het haar in Amsterdam niet lukt.

© Hoss 18-12-2017

 


 

X

de ochtendvoyeur

een leegte
is verschenen

op de plaats
waar je net zat

ook al heeft een ander
je plaats nu ingenomen

hij heeft niks bijzonders
Ik kijk maar naar buiten

waar ik jou nu zie verschijnen
een weerkaatsing van mijn gedachten

tot ik daar ben waar ik zijn moet
het begin van een lange werkdag

© Hoss /|\ 29-12-1986

 


 

XI


'Sunflower'
'Paul Weller', geïnspireerd door Kattya Janssen

Oktober 1986, we waren zo verliefd. Zij was dol op mij. Ze had een muur van roem opgericht in haar kamer. Ze kan enorm goed tekenen. Ik voelde mij Clark Kent, maar in haar ogen was ik Superman. Zij was mijn liefje en niet geheel toevallig draagt ze ook haar naam.

Ik wist niet, wat zij wel wist en ze zocht een manier om mij dat te vertellen. langs het tuinpad van mijn vader groeide zonnebloemen. Oh, wat stonden ze er nog mooi bij in Oktober. Ze gaf mij een boekje, tijdens de wandeling langs het strand, van IJmuiden naar Zandvoort. Ik mocht hem thuis pas openen. Thuisgekomen, na een zeer bijzonder mooie lange dag, opende ik het boekje. Daarin biechtte ze alles op, alles wat ze mij niet had gezegd. Ik wist niet wat ik er mee aan moest. We spraken af, de volgende vrijdagavond. Maar ze was er niet. Wel een meneer om te vertellen, waar ik haar vinden kon. Op de crisis in het AMC. Nog steeds wist ik niet wat te doen en ik leerde mijn eerste lesje loslaten. De zonnebloem verwelkte, maar in een verwelkte zonnebloem zitten nieuwe pitten.

Oktober 1987, weer stonden daar die prachtige zonnebloemen. Tranen van herinnering, draaide ik voor het eerst Oktober van U2. Ik had die zomer een nieuwe liefde ontmoet en ik was bang, oh zo bang.

December 2007, de gele klimroos in onze tuin bloeide nog steeds. Ik werd uit mijn bed gebeld. Mijn vrouw was verward aangetroffen. Waar ik bang voor was in Oktober 1987, was met vertraging gebeurd. Klimrozen kun je snoeien, dan bloeien ze later weer. Echter, de schade was niet te herstellen. We waren als bevroren. Ik moest overleven en de gedachte verbannen, dat het aan mezelf lag. Nu vele jaren later, 2017, heb ik de gelukkigste tijd van mijn leven en weet nu, denk ik, waarom het zo moest zijn.

© Hoss 30-9-2017

 


XII

Zonnebloemen

Zonnebloemen in December
IJsbloemen vervangend
Mijn hart is kil
Mijn handen koud
Ik ril
Bij de gedachte
Van de eenzaamheid
Die mijn eerdere gelukzaligheid verdrijft
Dan komt de verlossende app
Terwijl ik onder de deken
Met kleren aan
Mijn omhulsel wil verwarmen
"Ik lig, nog 3 nachtjes, ik hou oneindig van jou!"
"LY2471252s53365sj+1&"
"LY22471252s53365s366&"

© HW (<3 ) 15-12-2015

Dit gedicht is er één uit een serie.
Niet wetende dat de geschiedenis zich zou herhalen, met grotere gevolgen.

Cata is een uitzonderlijk teken talent in 1985. De straatmuzikant ontmoet haar wanneer ze 17 is. Op het moment dat hij bij haar thuis komt hangt heel haar kamer vol met tekeningen. Hun relatie duurt een paar maanden. Ze stimuleert hem om vooral door te gaan met tekenen en ze geniet van zijn schrijfsels. Ze verzinnen veel verhalen, tot de dag dat het misgaat. Dansend op het Begijnhof wordt ze meegenomen door de crisisdienst. Hij zit op zijn werk en wacht 's avonds op haar. Een meneer komt aangelopen en vertelt hem wat er is gebeurd. Een aantal weken houdt hij hoop. Dan moet hij loslaten, maar laat zij hem ook los? Hij laat los, maar weet nog niet dat dit nog maar een voorbereiding is van wat hem in 2007 overkomt.

In zijn gedichten noemt hij haar Cata, echter kende hij zijn eerste vrouw, Katy, nog niet. Wat wist hij, dat hij nog niet wist en wat weet ik, wat ik liever niet zou weten. Ben ik blij, dat ik dit keer de verteller mag zijn. Soms kom ik dit nog tegen. Ik heb veel weggegooid, maar heb dit onbewust bewaard. Het verhaal van begin tot geen eind.

© Hoss 18-12-2017

 


XIII 

de stoute schoenen

overgebleven zijn mijn schoenen
zwarte schoenen
grijs geworden

versleten vanaf de dag van aankoop
de dag dat ik Cata voor het eerst zag

in tijden dat het echt slecht ging
symbolisch zijn gescheurd
in de naden

nu grijs geworden
van het stof
wat is het alweer lang geleden

ik zou ze zo weer aangetrokken hebben
de stoute schoenen

- Hossy -
14/6/'87

 


 

XIV

Tussentijdse Evaluatie

Ach, wat was ik nu?
Wat wist ik nu?
30 jaar geleden.

Ach wat ben ik nu?
Wat weet ik nu?
30 jaar verder!

© HW 14-12-2015

 


XV 

het punt des Doods

kruipend als een spin
lopend over mijn voorhoofd
recht in mijn ogen kijkend

kroop ze door mijn hoofd
martelend iedere zenuwcel in mijn hoofd
het ene oor in
een jaar later het andere uit

als een naald
die zeer langzaam wordt ingebracht

als een naald
die in mijn vinger is gestoken
en het gif zijn weg vind naar mijn hart

haar gif verspreid zich door mijn lichaam
via de bloedsomloop
mijn organen zijn al aangetast

het is een harde aanval
een aanval op mijn hart

al ben ik als de dood
voor dit punt des Doods

uiteindelijk red ik me wel

-Hoss- 12/1/1987
/|\

 


 

XVI

Soms probeert hij populair te zijn. De jonge straatmuzikant, die nog op school zit en niet weet wat hij later worden wil, terwijl hij nu al schrijver is. Zo schrijft hij in het Engels. Soms.

© Hoss 18-12-2017

 


XVII 

Overloaded
My brains are working
(two languages)

i'd like to take a look

it's very difficult
to answer
these questions
what would be
with my life

which steps will i take
to become that man
my dreams tell me
i will be

it's very difficult
to answer
those questions

and so it ever be

het is erg moeilijk
deze vragen
te beantwoorden

wat zou er
van mijn leven kunnen worden

welke stappen zal ik nemen
om die man te worden
die mijn dromen mij vertellen
dat ik zal zijn

het is erg moeilijk
die vragen
te beantwoorden

en zo zal het altijd zijn

ik zou graag eens willen kijken

© 1-10-'85
Hoss /|\ '85

 


 

XVIII


De straatmuzikant heeft een papegaai op zijn schouder. Terwijl zijn zoon vraagt Papa ga je puzzelen, toevallig is het ook een Papegaaienpuzzel, papegaaien de mensen elkaar na. Dat is wat hij vaak storend vind. Je hoeft elkaar niet na te praten, probeer iets toe te voegen. Mensen hebben het al moeilijk genoeg. Zijn vrouw staat voor hem. Hij denkt aan die mop. Terwijl zijn vrouw zich voor hem uitkleed, denkt hij aan die mop, waarop de papegaai roept: "Spitsbergen in zicht".

© Hoss 18-12-2017

 


 

XIX

het eind in zicht

na al die dingen
die zich hebben voorgedaan
loopt ze nog steeds
nog steeds achter me aan

bundeltje verrotte lichaamscellen
liepen om me heen

ik dacht dat zij daar niet bij hoorde
natuurlijk was dat zo
wat ik denk is altijd waar
binnen de juiste proporties

echter
verrotte
er wel lichaamscellen

nog steeds
voelde ik haar hand
die mijn rug deed gloeien

nog steeds
voelde ik haar vormen
de warmte van haar lichaam

totdat ik ineens
weet niet meer waardoor
haar alleen liet
leren zwemmen in de goot

ik kon haar niet helpen
was zelf te veel gekwetst
denk ik

het was de dag
waarop mijn leven verder ging
en die van haar nog niet geëindigd was

© - Hoss - /|\ 1-1-1987

 


 

XX

Hij had Cata inmiddels losgelaten. Niet wetende dat hij 20 jaar later voor een nog groter dilemma kwam te staan.

Cata's Strophes

weer verscheen de regenboog
op het netvlies van mijn linkeroog

het andere had ik dichtgeknepen
als bescherming tegen de zon

ik had me beter tegen de regenboog beschermd
hij ging door me heen
of beter
hij lokte me naar zich toe
ik dacht dat ik stilstond

gegrepen door de kleuren
en hun overgang
was ik
doodsbang dat ik sterven zou
doodsbang dat ik er in zou verdrinken

totdat de regenboog veranderde in een zeemeermin
en ik zag dat het Cata was

© 5-1-1987 -Hoss- / | \

 


 

XXI

Oneindige variatie

Heel veel jaren later schrijft hij pas zijn slot. Al weet hij niet, dat een begin een eind kan zijn, of het eind pas het begin. Een tussenstuk kan ook verschuiven. Hij weet niet om te beginnen en hij weet niet te eindigen. Hij draait achtjes, hij draait een 'loop', driehoekjes of hij gaat heen en weer als een streepje, zat er maar structuur in, was hij maar zo consistent. Net als hij, zal ik dit als zijn verteller presenteren als een slot, of een tussenstuk, wat ook zomaar het begin kan zijn.

© Hoss 18-12-2017

 


 

XXII

De stervende zwaan

Ze danste op de richel
De richel van de border
Bij het Begijnhof
Alsof ze Anna Pavlova was

Ze is de koningin van de zwanen
Terwijl Siegfried op de Bank werkte
Om haar broodkruimels te verdienen
Niets vermoedend

Een toevallige passant
Belt het team van jagers
De jagers
Om zwanen te ontruimen

Loslopende zwanen
Zijn gevaarlijk
Ze moeten worden
Opgehokt

Als zij vervoerd
Naar de crisis
In het AMC
Hoort hij noten

De noten van Cata Marijne
Dringen tot hem door
In het donker
Wachtend op haar voor de bank

Onheilspellende klanken
Maar met een schoonheid
Gelijk aan St. Saen
Zijn Dance Macabre

Cata's Strophes
Klinken in zijn hoofd
De bewerking
Van de Zwaan

Gekleed in notenkraker suit
Gaat hij naar haar onderweg
Maar het is te laat
Soberheid maakt zich van hem meester

Te zwaar voor kalverliefde
Te licht voor de ultieme verbinding
Kan hij alleen het lint doorknippen
Achtervolgd door haar noten

© HW 26-4-2017

© Hoss 18-12-2017 

27. sep, 2021

H. en G. en kroost

Nu Homme hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag, en we hopen dat je nog lang bewaard mag blijven, het komt er tegenwoordig niet meer op aan, de jongen sterven nu verschrikkelijk veel. Haaie de Boer is ook zo maar overleden 62 jaar. Meester Oosterhof is van 't winter overleden, die was even oud als vader.

Wat was het mooi weer niet. Wieke heeft haar kamertje al schoon. Hier is een adres van Willem, die is ook jarig niet, dan kan je wel even bellen. Marten en Fet verhuizen nu naar Zeist. Marten is bij de plansoen dienst, dat zal hem wel raar aan komen, als je altijd thuis gewend bent.

Nu het beste dan maar weer.

Mem en Wieke

20. sep, 2021

HOOFSTUK 1 – GEBOORTE VAN EEN NIEUWE LIEFDE

Het is 19 April 1966. Hans loopt te ijsberen door de gangen van het Wilhelmina Gasthuis. De gangen zijn koud, wit steriel. De helft van de muur, is wit betegeld, een zwarte tegelstreep geeft de scheidslijn aan tussen het stucwerk en het tegelwerk. Hier en daar is het stucwerk een beetje gescheurd. De vloer is nog een echte zwart wit gespikkelde Granito vloer. Hans gaat zitten op een houten bank, lichtbruin, lange planken, in een ronde vorm gelegd. Vanmiddag zijn de weeën begonnen. Het is een bewolkte dag. De temperatuur is tien graden Celsius, maar door de zuidwesten wind, voelbaar in het gezicht, een kracht van wel circa vier meter per seconde Geen pretje om naar de tramhalte te lopen. Hans heeft geen auto, geen rijbewijs. Wel een motorrijbewijs, hij gaat niet rijden met een zwangere vrouw achterop. De weeën zijn nog licht. Dus hebben ze besloten om naar Tante Rietje te gaan. Tante Rietje woont in de 1e Helmersstraat, samen met haar man Helmut. Gretha heeft daar ook gewoond, tijdelijk toen Hans zijn vrouw Gretha voor het eerst ontmoette.

Een jaar eerder. Hans reageert op een contactadvertentie uit de zaterdag editie van De Telegraaf, waarin een jonge vrouw van 29 op zoek is naar een lieve man. Geen details, weinig tekst, want iedere letter kost geld. Hij reageert onmiddellijk. Op zoek naar pen en papier, schrijft hij zijn verhaal en loopt naar het postkantoor om zijn brief te posten aan het adres die de brieven weer sorteert en aflevert bij de plaatser van de advertentie. Ze heeft het voor het uitkiezen, maar één van de brieven valt toch wel op. Een Friese man die nu in Amsterdam woont. Dus ze schrijft hem terug. Hans ziet het adres en gaat er direct op af. Hij woont zelf op een kamertje bij een Hospita, midden in de binnenstad. Niet zo een beste buurt. Hij mag geen vrouwen meenemen, de Hospita wil geen gedonder. In plaats daarvan koopt hij wel eens bij de Slager om de hoek een gegrild kippetje, om zichzelf te verwennen. Soms een Spekbokking bij de visboer.

Hans belt aan, bij de 1e Helmersstraat, een jonge vrouw doet open, een klein meisje van ongeveer zes kijkt onder haar benen door. “Hallo, ik ben Hans. Bent u Leen, uit de contactadvertentie?” “Nee, ik ben Gretha en woon hier tijdelijk. Leen is niet thuis, dus ik kan u niet helpen.” “Kunnen we dan even praten, ik begrijp dat u me niet binnenlaat, maar we kunnen even naar het Vondelpark wandelen, dan kunnen de kinderen daar even spelen.” Dat doen ze. Ze praten over heel veel. Ze delen aardig wat interesses. Allebei hebben ze kinderen, alleen hij ziet ze niet meer. De scheiding van hem is net rond. Hij en zijn vrouw zijn uit elkaar gegroeid. Hij kon geen goede baan vinden in Friesland die hem beviel. Ja, hij heeft gewerkt bij Philips in Drachten, op zich een goede baan. Hij werd er alleen gek van, die vier muren en de lopende band. Hij is vrijheid gewend. Via een advertentie las hij dat ze in Amsterdam mensen zochten bij de plantsoenendienst. Dat leek hem wel wat. Hij meldde zich en ging er door de week op kamers wonen. In de weekenden ging hij naar huis, maar wat hij daar zag was niet wat hij wilde zien. Het was een moeilijke tijd, voor hem en zijn vrouw. Zijn vrouw zag het avontuur in de grote stad niet zitten. Hij was een solitair man en kon overal wennen, zij hechtte zich aan haar familie en dat waren haar contacten, haar Netwerk. Als hij thuis was hadden ze ruzie, over de kleinste dingen. 
Haar vader, zijn schoonvader, koos haar kant. Het waren goede mensen, allemaal. Ze gedroeg zich zo, omdat ze ongelukkig was met de situatie en Hans zou ongelukkig zijn met werk in een fabriek. Werk op het land was nog maar karig en hij wilde nu iets opbouwen en daarvoor had hij nu de kans. De scheiding was onvermijdelijk, maar keihard, vooral voor haar. Er was geen bezoekregeling, het zou allemaal te zwaar worden, voor haar. In 1960 wordt Wikje geboren, hij krijgt haar niet meer te zien.

Gretha heeft de andere kant meegemaakt, haar man, Riemer, was vaak van huis en had zwaar werk op de scheepswerf. Hij had alleen een groot probleem, hij kon niet van de drank afblijven. Dat leverde thuis grote problemen op. Ze hebben een tijdje in Alkmaar gewoond, maar het was voor hem niet vol te houden, dus verhuisde ze naar een krot in Amsterdam op de Achtergracht. De huizen daar waren slecht onderhouden, door de huisbazen, het was een huis waar ze direct in konden trekken en toen sloeg definitief de stop door. Gretha vluchtte met haar kinderen naar een tante. Daar woonde ze nu, samen met haar zus, Leen, die ook nog steeds alleen was, maar niet meer in Amsterdam Noord bij haar moeder wilde wonen. Gretha zat nog midden in haar scheiding, was dus niet op zoek naar een nieuwe relatie.

Op dat moment trekt Liesje, zoals de jongste dochter van Gretha ook wel genoemd wordt aan de broek van Hans. “Meneer wilt u een zandtaartje.” Gretha en hij zijn op de rand van de zandbak gaan zitten, zodat ze vlakbij Liesje en Mary kunnen zitten. Annemarie is niet meegekomen, zij is al 12 en had een afspraak met haar vriendinnetje. Hans kijkt Liesje lachend aan.

Ineens voelt Hans een paar vingers op zijn schouder, hij kijkt opzij. Het zijn magere verschrompelde vingers, hij kijkt omhoog en ziet een gezicht, gerimpeld, verborgen onder een grote bril en een witte kap. De vrouw, klaarblijkelijk verpleegster vraagt of Hans even meeloopt. Hans volgt haar naar een kamertje en de vrouw stelt Hans een aantal vragen. Over de leef en woonomstandigheden van Gretha en over hun relatie. Hans en Gretha wonen inmiddels al een half jaar samen. Gretha is inmiddels ook op papier gescheiden. Hun liefdes baby is geboren, maar Gretha is nog zwak. Hans vraagt of hij zijn zoon wel mag zien en hij loopt mee, naar een ruimte waar de pasgeboren baby’s liggen. In die ruimte zijn jonge verpleegsters bezig met zijn zoon. Ze hadden besloten dat een zoon Bernd zou heten en een eventuele dochter Jeltje, beiden een vernoeming naar de ouders van de moeder van Hans. Ze moesten nog wel nadenken over een modernere variant, want ze hadden tegen elkaar gezegd dat hun zoon wel een moderne naam moest krijgen. Bernd, is dus geboren, het is vijf voor twaalf in de nacht, zijn gewicht is negen pond. De verpleegsters noemden hem al een echte Benjamin, naar de cowboy uit de televisieserie. Benjamin, die altijd honger heeft. Hans hoorde dat en zou overleggen met zijn ‘meissie’. De vrouw die hem nu al zo gelukkig maakt.

Brandevoort – Helmond, 2015

 

16. sep, 2021

ONDERTUSSEN IN DE BADKAMER

heb je dat nu ook wel eens?
dat je even niet meer weet
dat je ouders niet meer leven
je moeder een bos rozen wilt geven?

heb je dat nu ook wel eens?
dat je uren achter elkaar
hebt gewerkt
je enthousiast het instructieboek
hebt opengeslagen
maar je niet meer kunt activeren?

heb je dat nu ook wel eens?
dat je allemaal mooie plannen had
maar dat de tand des tijd
het verloop van de dag
heeft achterhaald?

heb je dat nu ook wel eens?
dat je een heel week lang
je voornemen van actiever leven
hebt gevolgd
iedere dag tienduizend stappen
hebt gelopen
maar vandaag niet eens toekomt
aan tanden poetsen?

heb je dat nu ook wel eens?
hé, ik vraag je wat!
hé, jij daar in dat kijkglas!
jij daar in dat venster!
ik vraag je wat!

heb je dat nu ook wel eens?
luister nou!
dove kwartel!

ACH, BARST!

© Hoss 8-5-2021


DE TIJD STAAT AAN MIJN KANT

De tijd staat aan mijn kant, ja zo is het
De tijd staat aan mijn kant, ja zo is het

Nu zeg je altijd
Dat je vrij wilt zijn
Maar je rent terug (dat zei ik toch, schat)
Je rent terug (ik heb het al zo vaak gezegd)
Je rent naar me terug

Ja, de tijd staat aan mijn kant, ja zo is het
De tijd staat aan mijn kant, ja zo is het

Je bent op zoek naar een leuke tijd
Wacht maar af
Je rent terug (ik zei, maak je geen zorgen, schat)
Je rent terug (breng de rest van mijn leven met me door, schat)
Je rent naar me terug

Ga je gang schat, ga je gang
Ga je gang en verlicht de stad
En schat, ik doe alles wat je hartje begeert, onthou dat
Ik zal er altijd zijn
En ik weet het, ik weet het
Zoals ik je al zo vaak heb gezegd
Je komt terug
Ja, je komt terug schat
En klopt, ja, klopt op mijn deur
Ja

De tijd staat aan mijn kant, ja zo is het
De tijd staat aan mijn kant, ja zo is het

Want ik heb de echte liefde
Het soort dat je nodig hebt
Je rent terug (ik wist dat je op een dag zou komen)
Je rent terug (zoals ik je al eerder heb verteld)
Je rent naar me terug

Ja, tijd, tijd, tijd staat aan mijn kant, ja zo is het
Ik zei, tijd, tijd, tijd staat aan mijn kant, ja zo is het
Ik zei, tijd, tijd, tijd staat aan mijn kant

Origineel: Time Is On My Side – The Rolling Stones
Geschreven door: Jerry Ragovoy
Hertaling: © Hoss 16-9-2020