29. sep, 2019

De vijfde etappe: Brouwersdam – Stellendam (Busstation

'De Kwade Hoek' 

Wat voor weer wordt het vandaag? Eigenlijk weet ik het niet, ik ga het toch proberen. Het is de bedoeling om slechts de Brouwersdam te beslechten. Ongeveer 7 kilometer, maar ik weet het nog niet. Laten we eerst maar vertrekken. Het makkelijkst is nu via Holland Spoor naar Rotterdam en daar op de metro naar Spijkenisse, waar ik bus 104 naar Camping Ellemeet pak. Aan het einde van mijn treinreis moet ik al een grote boodschap doen, te laat. Op centraal gun ik mezelf ook de tijd niet. Zo loop ik rond op het busstation Spijkenisse. De plaatselijke horeca is nog niet open. Wel een winkeltje. Ik besluit naar binnen te lopen, misschien weet men daar een openbaar toilet. Ik wacht netjes. “menee, weet u …..?” “Ik help u niet, u zegt mij niet eens gedag.”, zegt de verkoper behoorlijk geïrriteerd en het komt mij nogal lelijk en kwaadwillig over. “Meneer, ik vraag het heel netjes aan u, ik vind het heel jammer ….”, probeer ik nog. “Nee, ik geef geen antwoord aan mensen die niet zijn opgevoed.”, zo meent hij te kunnen beëindigen. “Meneer, u kent mij niet, u bent degen met een groot vooroordeel, u doet alsof u de goedheid zelf bent, maar in wezen komt het mij zeer onvriendelijk over. Ik maak er geen punt van, iedereen heeft recht op zijn eigen stijl, maar ik wil u alleen feedback geven, want prettig is dit niet.” Ik loop naar buiten en besluit het op te houden, wat de boodschap alleen maar groter maakt.

 

In de bus zit voorin, op de hoge stoel  een oudere man. Onderweg stapt een jongeman binnen. Zijn vriendin heeft hem uitgezwaaid. Zij staat er in trainingsbroek en shirtje. Het is de sfeer van de vroege zaterdagochtend. Je vraagt je af waar de mensen naar toe gaan. De jongeman waarschijnlijk naar huis. Bij camping Ellemeet stap ik uit en loop naar het beginpunt. Het punt waar ik vorige week eindigde, waarvan ik weet dat daar een W.C. is. Eenmaal op de W.C. loop ik leeg. Er zit ook een plek in mijn broekje. Ik doe er een papiertje op. Ik moet nog een stukkie. Dan begint voor m ij de tocht van vandaag, waarvan ik nog niet weet waar of hij heengaat. Zo loop ik richting de Brouwersdam en al snel moet ik een stukje terug om de Dam op te komen. Boven staat het vol met campers en andere auto´s. Ik loop naar het hek toe en denk een foto te maken met als doel dat het hek er ook op staat, met uitzicht op zee. Achter het hek staan een paar mannen, één wordt agressief. “je bent aan het filmen, daar houdt ik niet van, laat zien en snel, anders kom ik even naar de andere kant. “Maak je niet druk man, ik ben gewoon aan het wandelen en ga vooral door met waar je mee bezig bent.” Ik weet niet waar hij mee bezig is, ik kan er niet veel mee, ik weet wel dat het verboden is voor onbevoegde, aan die kant van het hek, maar als dat het is, dan zou ik mij als ik hem was, mij daar geen zorgen over maken. Het is namelijk best druk, ondanks de weersomstandigheden en het tijdstip. Alhoewel, het is alweer over 10, dus het tijdstip valt mee.

 

Ik loop verder en dan is er een heel lang strand, er zijn nogal wat kite surfers in de weer. Het is ook daar waar het begint met regenen. Ik wordt nat en ik heb geen zin om mijn regenbroek aan te trekken. Eigenlijk heb ik er niet zo heel veel last van. Ik heb wel een regenjack aan en zet mijn capuchon op. Wel was ik mijn petje vergeten. Ik mis hem toch wel, maar ik kwam er te laat achter. Ik was al onderweg naar de tram, dan loop je toch niet meer terug voor een petje. Ik ken dit strand wel. Toen de kinderen klein waren hebben we twee keer een week vertoefd in Port Zelande. Nu zoek ik dat niet meer. Eigenlijk had ik het toen ook liever anders gedaan, maar dat is natrappen. Nee, het waren best leuke vakanties, maar die “clown Billy’ mentaliteit, dat is niks voor mij. Het was daar waar voor het eerst de Plopsadans gedanst werd en de “Macarena”, dank je wel. Ik genoot van het strand met de kinderen. Zandkastelen bouwen met alles wat we vonden. Schalen van krabbetjes, schelpen, stenen, touw en natuurlijk zand. Mijn zoon was de meester van de wind, al wilde het vliegeren eerst niet echt goed lukken. Het waaide niet hard genoeg. Spelen dat we haaien zijn, maar daar kwam een einde aan, toen mijn vrouw een paarse krokodil kocht. Ze hadden geen zin meer in mijn spelletjes. Alhoewel ik mijn dochter soms nog wel meekreeg. Ik weet niet of ik het goed heb gedaan. Ik weet wel dat ik genoot, vooral toen de piraat aanspoelde met zijn zeilsloepje. Daar is nu geen sprake meer van. Ik zie jonge godinnen met hun laarzen of opgestroopte pijpen het water in lopen om hun helden te filmen, die de wind en de golven trotseren. Het zijn de moderne vliegende Hollanders, alhoewel er veel Duitsers zijn. Op de achtergrond hoor ik mensen juichen bij de Strandzeilers. Over een klein stukje moet ik het water oversteken. Het is de eerste breuk van het strand. Uit ervaring weet ik dat dit strand snel kan onderlopen en ook weer droog kan liggen. Het strand van Brouwersdam. Ik zoek een veilige waadplaats en vind er één. Daar zijn ook een paar van de weinige vrouwelijke kite surfers. Ik dacht dat het een moderne sport was. Zelf ken ik behoorlijk wat vrouwelijke gewichtheffers en vrouwelijke kogelslingeraars, dus waarom geen kite surfers?

 

Ik loop langs een smal paadje tussen de dam en de zee. Richting een klein strandje en een trailerhelling. Achter de trailerhelling volgt weer strand, maar nu moet ik beslissen, want dit is zo goed als einde Brouwersdam. Ik leun even op de trailerhelling en kijk op mijn telefoon. Ik heb nu een uurtje gelopen. Het dichtstbijzijnde busstation is nu 2,9 kilometer hiervandaan. Ik ben hier niet gekomen om een uurtje te lopen. Als ik vandaag toch Goeree Overflakkee met dubbele flikflak heb gelopen, zal ik trots zijn. Dus we gaan verder en we zien wel waar of mijn schip strand. Het regent en het regent harder, het strand is gigantisch breed, wit en de het zand waait één kant op, zodat je kunt zien waar of de wind vandaan komt. Het is stil, als ik ineens een mede wandelaar inhaal. Zij lijkt op blote voeten te lopen. Blote benen  heeft ze wel. Ik loop door en ik weet dat het een heel eind lopen is, ik zie wel en besluit te eten na twee uur lopen en ik leef toe naar het moment dat ik twee uur heb gelopen, maar het landschap is mooi, ook in de regen, al kleeft mijn broek aan mijn kuit. Ik loop hier alleen. Terwijl ik in de verte kite surfers zie spelen. Ik heb twee uur gelopen en het is even droog. Ik loop richting duinen en neem daar plaats. Drink wat, eet wat en doe mijn afval in de trommel. Die ik heb meegenomen om mijn brood in te doen. Dan sluit ik mijn telefoon aan de oplader , want ik heb hem echt wel nodig. Ik plas tegen een paaltje, met de wind mee, dus met mijn gezicht naar het strand en de kite surfers, ik kan er ook niks aan doen. Dan loop ik verder en verder en verder. Ik weet dat het nog een heel eind, is maar ik moet het halen vandaag. Ik heb de kaart nog één keer bestudeerd, maar ik ben ook gewaarschuwd. Dat het niet altijd is zoals het lijkt, zo kom ik terecht in de duinen, omdat het strand toch minder breed lijkt dan de kaart aangaf. Ik heb de zee aan mijn rechterhand en zie af en toe de golven, tussen de duinen door. Ik loop op een heus wandelpad, maar mijn voeten zwikken af en toe wel om. Ik heb wat irritatie aan mijn achilleshiel en de hiel zelf van mijn rechtervoet. Ik weet dat ontlasten klachten erger maakt, dus loop door. Ik loop gewoon door.

 

Er volgt een stroompje die van de zee vandaan komt. Een groep natuurwandelaars met gids vertellen wat over de plantjes, ik ga daar weer richting strand. Ik weet dat het nog ver is. Er staat een grote zandvlakte aangegeven, maar dat valt wel mee. Terwijl mijn navigatie aangeeft dat ik er midden op loop, terwijl ik langs de duinen loop. Ik kijk nog een keer en hij geeft aan dat ik beter een korte weg zoek door de duinen. Ik meen paden te herkennen en zie ook verderop bewoonde wereld. Tot ik mezelf heb vastgelopen, maar eigenwijs dat ik ben loop ik verder, alhoewel het soms wel nat is onder mijn voeten. Ik moet terug, ik moet vlug terug, maar hoe? Waar heb ik gelopen? Ik herken wat, ik loop terug, maar zie nog wel een mooi stukje voor op de foto. Mooie rode plantjes, echt bijzonder. Ik voel me gelukkig, maar ik moet uitkijken, anders heb ik een groot probleem. Ik ben terug en probeer alsnog langs het strand te lopen, tot het strand smaller wordt en nog smaller, en bijna helemaal weg is, Ik loop nog op een richeltje, langs het prachtig begroeid duinlandschap wanneer ik in de verte een stroom zie die de duinen intrekt en ik weet dat ik beter terug kan lopen, maar hoe kom ik dan terug, hoe kom ik dan terug? Teruggekomen naar daar waar ik eerder de duinen in ging zie ik mensen met honden. Hoe zijn die hier dan gekomen? Ik wacht verderop en ga zitten nadenken en wachten, tot ze langskomen en eet een appeltje. Maar ze komen niet langs en besluit door het zand terug te lopen op zoek naar een pad terug. Ik loop zo veel mogelijk door de duinen, door het zand. Hoe kom ik terug, hoe kom ik terug? Dan zie ik weer een natuurwandelpad. Ik volg deze en verderopkan ik weer naar links lopen ‘De Kwade Hoek”. Ja, vertel mij wat zeg, ik weet waarom deze zo heet inmiddels. “De kwade hoek!’ Ik volg het pad en kom de mensen met honden weer tegen. Ik weet dat ik goed zit, al weet ik dat ik omloop, want wandelroutes zijn gemaakt om zo veel mogelijk te laten zien. Dan kom ik op de parkeerplaats. Ik ga leunen tegen een boompje om te zien hoe ik vanaf hier thuis kom. Ik kan naar Goedereede, naar Oudorp, maar zie dat ik ook kan naar het busstation Stellendam. Dat is wel het verste weg, nog 5,1 km., maar dan heb ik wel mijn doel bereikt en dit was gewoon de weg die ik had moeten volgen. Er is geen andere weg. Dus plak ik er nog een uur lopen aan vast, wat mijn wandeltijd op 6 uur zal zetten. Ik tel af en heb het nog even moeilijk wanneer ik tegen de wind in loop en de wind nu net een tandje extra zijn best doet, maar wat maakt het uit. Ik ga het halen vandaag. Bij het busstation heb ik nog precies negen minuten om op een bankje te zitten en mijn zonden te overdenken. Ik praat wat met een vrouw. Dan komt de bus en stap ik in. Op de eerste ‘hoge stoel’ voorin zit nog altijd dezelfde oudere man, maar hij was toch vóór Brouwersdam uitgestapt? “Ik vond het tijd om weer naar huis te gaan.”, zegt hij, wanneer ik navraag doe. “Ja, dat vond ik ook.”, zeg ik dan. De buschauffeur bevestigd: “ik ook”. Maar hij moet nog even, want zijn dienst is zojuist begonnen.

 

Ik heb nog even contact met de thuisbasis en we besluiten eten te bestellen. Zij heeft het fijn gehad met haar vriendinnen. Ik bestel alvast zodra ik in de tram zit op het Centraal Station, als blijkt op de Elandlaan dat ik in de verkeerde tram ben gestapt, dus weer terug naar Westeinde om over te stappen op de 4. Als ik alles zou weten, zou het leven niet leuk meer zijn.