29. sep, 2019

De vierde etappe Deltapark – Brouwersdam

Valletjes

Let goed op, er zou een onverwachte verrassing op je kunnen wachten. Als je niet weet wat je aantreft op jouw route moet je vooral voorbereid zijn op ‘onverwachtingen’, want jouw verwachtingen zullen toch wel eens niet helemaal reëel kunnen zijn. Ik verwacht dus helemaal niks concreets wanneer ik om 7:00 uur de deur uitga voor mijn reis naar, ja waar ben ik eigenlijk geëindigd de vorige keer. Haamstede lag wel erg uit de richting, dus ik wil toch zo dicht mogelijk aan het einde, of begin van de Pijlerdam afgezet worden met de bus. Ik kan het beste de route nemen via Middelburg. Bus 133 naar Oude Tonge en niet andersom dus, want dat komt qua tijd niet uit.

Om 10:00 uur kom ik aan in Middelburg, dan ben ik dus al 3 uur onderweg. Daar is het 24 minuten wachten op de bus. Ik kijk nog eens de haltes na. De vraag is: “waar is de halte voor Westenschouwen Dorp. Ik vraag het na, nadat ik even een praatje heb gemaakt komt het er op neer dat ik het beste bij Deltapark uit kan stappen. Een vrouw die mij een beetje heeft uitgehoord achtervolgd me, ze was al aan het knipogen en lachen. Gelukkig wijkt ze tijdig uit. Ik kon het me ook niet voorstellen, want ze heeft leren laarsjes aan met platte lompe hakken.

Ik zie waar ik ben en ik weet nu ook dat het hiervandaan nog wel een stukje lopen is naar de echte start. Toch zeker nog 2 kilometer. Maar het is geen straf om hier te lopen met aan beide kanten zee. De zon staat ten minste achter me.

Bij het strand aangekomen maak ik nog even een foto voor het thuisfront. Het is er een beetje rommelig en op een eenzame visser na wordt dit stuk niet echt gebruikt. Dan ga ik de bocht om en een geweldige vlakte ligt voor me. Ik kan redelijk verhard lopen. Dit is goed te doen. Ik heb voor de zekerheid de wandelapp aangezet, zodat ik weet hoeveel kilometer ik er ongeveer op heb zitten. Het gaat snel en voortvarend, af en toe stop ik voor een foto. Zo ook bij de dame die haar paard niet onder controle heeft, later blijkt haar vriendin dat ook niet te hebben. Er liggen mannen tegen de duinen, naakt. De duinen hebben hier een bijzonder uiterlijk. Stijl en daarachter vlak. Met gaten tussen de duinen. Bij kilometer 4 staat ze daar ineens voor me. Ze is niet te grof, ze wenkt me, lang steil donker haar. Een bodywarmer van suède, met een geribbeld T-shirt eronder. Een zeer gaaf gezicht. Ze wenkt. Kom, ga zitten, je moet wat eten. Ze opent de picknickmand met koude kip, witte wijn. Ze heeft een fotocamera. Ze pakt mijn hand, maar ik loop door. Het is een gedachtenspiegel, 99% is waar. De vrouw is waar, het strand is waar en dat ik iets moet eten ook. Maar de vrouw die zegt dat ik iets moet eten werkt vandaag in een bakkerij. Het is geen fantasie, omdat je het wilt, maar juist één waar je gewoon aan denkt, omdat ik ook nog wel iets anders wil, terwijl ik geniet.

Bij kilometer 5 loop ik even de duinen in. Ik moet plassen. Leg mijn rugzak neer, er kijkt niemand en ik neem mijn voorzorgmaatregelen in deze wind. Vanaf de zee zie ik mensen naar de duinen toe lopen, maar er is niks aan de hand. Ik loop weer een stuk terug naar mijn tas en haal er mijn boterham uit. Ik besluit lopend te eten en te drinken. Dan krijg ik het heet en trek mijn vest uit. Mijn trui had ik al uitgedaan. Het is een toestand met mijn rugzak. Dan loop ik weer door. Ik pak de papiertjes uit de zak van mijn vest, die ik net in mijn rugzak heb gedaan, dus weer gedoe en heb ook de oplader nodig. De papiertjes waaien uit mijn hand. Snel alles weer oprapen. Er waait er één in het water. Ik krijg hem te pakken en dan knijp ik hem uit. Ik doe hem in het extra broekzakje op de pijp van mijn broek, De andere papiertjes stop ik verkreukelt in een andere broekzak. Op één na, want ik moet mijn neus flink snuiten. Ik ben nog steeds flink verkouden, maar ik heb de tocht er maar op gewaagd. Het bevalt me goed, al heb ik het niet altijd even makkelijk. Dan heb ik het even een beetje benauwd, omdat ik niet goed door mijn neus kan ademen. Ik wil de fles water terug doen, dus de rugzak moet weer af. Maar de zon staat nog steeds achter me en zij loopt voor me uit. Ik loop achter haar aan.

Ineens staat er een bord voor mijn kop. Ik vraag mij af, wat staat er op. `doorlopen betekent gevaar voor eigen leven`. Ik sta op een grote vlakke zandvlakte, echter je kunt te maken krijgen met plotseling snel stijgend water. Ik zie volgens mij wel mensen voor me, maar ik waag het er niet op. Ik loop richting duinen. Er liggen stelletjes te vrijen. Ik loop er langs af. Ik loop door en door, het is zwaar in het mulle zand. Ik zwalk van de ene naar de andere kant. Het is warm, erg warm. Het zweet staat op mijn rug, mijn neus zit weer vol, ademhalen gaat moeilijk. Ik pak een papiertje. Dan hoor ik een stem. `”je moet wat drinken, je moet wat drinken.” Zij is het en ik besluit nog even door te lopen. Ineens besef ik dat ik de vuurtoren van Haamstede nog niet gezien heb. Ik wil weten waar ik ben. Ik weet dat ik er al 10 á 11 kilometer op heb zitten. Maar, hoe ver ben ik dan. Ik pak mijn telefoon, maar kan het moeilijk zien. Ik haal hem dichterbij en ineens kom ik los van de grond. Zodra ik mijn been kan neerzetten ben ik te ver naar voren en ik voel ineen kramp in mijn kuit. Ik val naar voren in het zand en laat mijn telefoon los, om mezelf op te vangen. Vallen met 5,9 kilometer per uur is ook best hard, zelfs in het zand. Mijn hand slaat om en mijn kuit is gekrompen, waardoor het strekken pijn doet. Ik zie een man van heel ver komen, ik wil hem niet en roep, het gaat goed met mij, hij luistert niet. Zijn vrouw komt van de andere kant. Ik heb geen zin in bemoeienis, ik wil bij haar zijn. Lekker in mijn eentje met mijn hersenschim. “het gaat goed hoor, niks aan de hand. Dat krampje is zo over. Heb ik zo vaak gehad.” De man wil mijn voet pakken. “doe dat maar niet”, zeg ik. Ik wil liever mezelf helpen. “maar uw been ligt er zo raar bij”, zegt de vrouw. Ik leg haar uit dat het komt, doordat ik ontspannen lig. Ik laat haar het zien. Eindelijk lopen ze weg. Ik drink wat en maak mijn telefoon schoon. Het is prachtig hier. Ik wil haar dit landschap laten zien. Ik ben al voorbij Renesse en loop het laatste stuk richting Brouwersdam. Ik kijk hoe ik van daar af naar huis kan. Geen probleem. Ik sta op en heel even gaat het moeilijk, tot ik weer in het ritme kom, als mijn kuit nog een beetje trekt.

Het is een heel eind naar Tipperary  en naar de Brouwersdam lijkt nog veel verder. Dit komt doordat het plaatje op Maps niet helemaal overeenkomt met de werkelijkheid, Hierdoor lijkt het alsof het puntje dat mij aangeeft niet echt verplaatst. De zee  heeft veel van het land ingepikt, waardoor het geen rechte lijn meer is. Er lijkt een baai te zijn ontstaan. Zodra ik slechts rechtdoor hoef hoor ik een meneer in oranje veiligheidskleding ropen: “niet doorlopen”. Ik vraag: “waarom niet?”  Hij is niet van plan om het mij te vertellen. Ik loop maar naar de duinen en mag voor de duinen de weg vervolgen. Het is  nog even zwaar in het mulle zand en met bergjes en dalen. Maar uiteindelijk  stop ik voor een openbaar toilet. Ik maak mezelf even op orde voor de terugreis, het is nog 1,5 kilometer lopen tot camping ’Ellemeet’ waar bus 104 haar dichtstbijzijnde halte heeft. Even waan ik mij op de terugreis in het warme zuiden. ‘Poortugaal’staat aangegeven. Dan ben ik thuis en tijd voor wat ontspannende verzorgende behandelingen.