16. sep, 2018

De tweede etappe: Vlissingen - Domburg

Je bent hier nooit alleen

Als je denkt dat je ergens in Nederland alleen zult lopen, dan zie je na 100 meter alweer iemand aan komen. In Nederland zijn geen plaatsen waar je, je echt verstoppen kunt. Echter is dat geen garantie dat je gezien wordt. Wat we ook kunnen in Nederland is negeren, er geen acht op slaan. Iets niet alarmerend vinden, terwijl we best kritisch zijn op andere dingen, vooral wanneer we er zelf schade van ondervinden. Nee, in Nederland ben je nooit alleen, alleen kun je wel met rust worden gelaten, soms, wanneer je niet gevonden wilt worden, dan is dat mogelijk. Maar vertel me niet dat je eenzaam moet zijn. Al kan het wel zijn dat je even niet weet, hoe je gevonden moet worden. Niemand heeft gezegd dat het simpel is.

7:02 Onderweg naar Vlissingen ga ik zitten in de stiltecoupé. Ik heb geen zin om mijn rust te laten verstoren, door bellende mensen. Mensen die met elkaar praten in dezelfde ruimte is nog niet zo erg, alhoewel ik ook niet altijd zin heb om te moeten luisteren naar een jammerende puber, over het schoolkamp dat met pijn en moeite is georganiseerd, dat ze het vervelend vind, dat ze zelf moet koken. Dat ze het huisje moet delen met 6 klasgenootjes. Dat ook nog verteld met een zeurderige stem. Waar is het mis gegaan op deze wereld, dat moeders dit soort gedrag tolereren. Ze was het er ook nog mee eens. Nee, ik heb vandaag geen zin, in dit soort gesprekken en ook niet hoe Max het doet ten opzichte van Vettel. Eerlijk gezegd, ben ik helemaal niet geïnteresseerd in de Formule 1. Want wat wil je nog meer dan Hollands Glorie en er zijn momenten dat ik dan niet alleen het Hollands, of zoals je wilt, het Nederlands, landschap bedoel.

 9:42 Mijn rust in de trein is inderdaad niet verstoord. Soms zit er nog wel eens iemand, die wel graag een praatje wilt. Soms is dat ook geen probleem, voor mij, dat is weer anders dan om naar andere te moeten luisteren, alhoewel ik wel weer goed kan luisteren, ik heb er alleen niet altijd zin in. Inmiddels ben ik in Vlissingen aangekomen en mijn telefoon is opgeladen. Dit is alleen maar belangrijk om foto’s te maken en vooral ook, om te navigeren. Al wil ik dit zoveel mogelijk via mijn neus doen. Ik heb speciale navigatieneusvleugels. Ja, ruiken kan ik er niet mee, maar richting bepalen, dat dan weer wel. Om bij het strand te komen moet je eerst een sluisje over en dan kom je langs ‘De Punt’. Die nog moet openen. Ik had anders wel trek in een bakje koffie. Ik vraag hem of ik de juiste kant op loop voor het strand, al is het maar om naar zijn reactie te luisteren. “Strand? Euh, strand?” Hij ziet er uit alsof hij niet weet dat Vlissingen ook strand heeft. “Ik denk het wel.” De reden waarom ik het vroeg was dat er een slagboom staat, maar ik zie twee hardlopers die weg inslaan, dus ik waag het er op. Op zich kan het niet verkeerd, want zolang je langs het water loopt, ga je de goede kant op. Het wil echter nog wel eens gebeuren dat bedrijven een deel hebben ingenomen. Zeker bij dijken. We praten hier over een dijk. Het is niet de mooiste en prettigste omgeving. Leuker is om door het oude dorp van Vlissingen te lopen. Eigenlijk is Vlissingen aan de zeekant helemaal niet mooi. “Het Arsenaal, dat moet dan wel leuk zijn, maar daar heb ik nu geen tijd voor. Dan moet ik toch even een ommetje lopen, want ik heb een brug nodig, bij het jachthaventje. Wanneer ik me voorstel dat Vlissingen vroeger belangrijker was dan Rotterdam, dan heb ik daar toch echt moeite mee, om dit te geloven. Het is de plaats waar vandaan Michiel de Ruyter vaak vertrok en aan kwam. Het heeft echt een verleden en ik drink er een heerlijk bakje koffie op, bij een biologisch tentje, waarvan ik de naam niet duidelijk kan lezen. Ze schenken er echt Italiaanse koffie, ik ben blij dat ik een Lungo heb genomen, waardoor ik de smaak echt proef. Deze smaak ben ik in Nederland echt nog nooit tegen gekomen. Hier kan ik wel even op teren. Ik moet nog even het toilet bezoeken en aangezien het krijtschrift voor mij vaag is, dus niet duidelijk stap ik per ongeluk het dames toilet in, terwijl er net een dame naar buiten gaat. De vrouwelijke eigenaar vermaand mij, de dame die naar buiten loopt helpt mij echter. “U kon dat niet zien, want ik deed net de deur open.” Ze moest eens weten. Dan complimenteer ik de eigenaar aangaande ‘bonenkeus’, ik meen het oprecht.

 10:25 Ik zet mijn tocht weer voort. Vlissingen is groter dan mijn vermoeden mij ingaf. Ik besluit langs de boulevard te lopen, omdat ik niet goed kan zien of er in de verte noch strand is. Ik moet zeggen dat de Boulevard wat saai overkomt. Er staan een paar hotels, met daartussen eenvuodige woonhuizen. Het strand is op één punt erg breed. Je ziet de mensen lopen die hun hondje uitlaten. Nee, verlaten is het niet. Voor enkele hotels staat een zonneterras op de boulevard. Vanzelfsprekend gebeurd er op dit tijdstip niet veel. Vooral omdat er verder geen winkeltjes zijn. Ook in het hoogseizoen niet. Ik zie een schip richting open zee varen en denk ‘Aan de Kust’. Bij ‘Bizarro Beach’ is er een bocht. Ik kan er voor langs en zie dat ik toch het strand had kunnen volgen. Ik kom op het strand en er ligt een pad van houten loopplanken over het strand voor de strandhuisjes daar. Aan het einde lijkt het dat ik weer de dijk op moet klimmen. Ik doe dit braaf terwijl er gelijktijdig een ‘work-out’ bezig is van een aantal sportievelingen. Later zie ik dat ik nog steeds langs de zee had kunnen lopen, te laat ik ben nu al in de duinen. Dus ik wijk even af, want ik kan hier niet meer naar beneden. Tot ik toch een zandpad zie, die naar het strand loopt.

 11:16 Dishoek. Een maan gooit zijn netten over de paaltjes. Dit is één van de weinig overgebleven strandvissers aan de Nederlandse kust. De paalhoofden zijn overigens best wel obstakels soms, omdat je er niet overal eenvoudig tussendoor kunt. Je moet dan echt een gaatje zoeken, zodat je niet vast komt te zitten en de lage paaltjes, kunnen mijn scheenbeen kosten, omdat ik dan even niet oplet. Het is iedere keer manoeuvreren. Soms loopt er een klein beekje naar beneden tussen de paaltjes, waardoor je of natte voeten krijgt, of een hele grote stap moet maken en zelfs springen. Het is maar goed dat ik de ‘Steeple Chase’ in de atletiek zo waardeer en ook de ‘Cross Country’. Dit is wat in mijn systeem zit en mij helpt om mij niet gek te laten maken. Soms veranderd de ondergrond ineens in een hobbelige toestand. Wanneer je niet oplet, dan lig je zo zand te happen. Nee, hier heb ik geen moeite mee, ik heb meer moeite met asfalt. Afstand inschatten is een ander probleem op het strand. Je oriënteert je op een punt, totdat je dat punt eindelijk voorbij bent. Zo eenvoudig is het, maar dat punt voorbij zijn, dat kan lang duren. Dus geniet je ondertussen van het gevoel van vermoeidheid dat langzaam in jouw benen kruipt. Je concentreert je op het ademhalen, omdat wandelen soms best inspannend is, op deze manier. Niet onprettig, omdat je links de golven tegen de kust hoort slaan en rechts de duinen jou vriendelijk doch licht dreigend aanstaren. Er zijn veel strandhuisjes op dit eiland. Het strand staat er vol mee en er lopen ook best veel mensen, al ben ik de enige die vandaag van Vlissingen naar Domburg loopt, daar lijkt het wel op. Zeker in dit tempo. Waar het niet om gaat, maar ik wil ook op tijd zijn voor de soep en dat brengt toch een extra dimensie aan. Het punt waar ik naar staar is Zoutelande. Dan zie ik paravliegers in de lucht. Nee, dit zijn geen normale parachutisten. Ik vraag me ook af hoe ze daar zijn aangekomen. Ze blijven lang hangen en maken vreemde capriolen. Het lijkt een nieuw soort sport, uitgevoerd door gepromoveerde kitesurfers. Want om dit te kunnen moet je echt verstand hebben van wind, thermiek en knopen. Daar waar sommige zeilers en windsurfers maar wat doen, tenminste wanneer je begint. Kun je als beginner van deze sport dat niet permitteren. Althans zo lijkt mij.

12:07 Ik rust wat uit op Zoutelande. Ik ben het dorp al voorbij. Het is tijd om wat te drinken, wat ik nog niet heb gedaan en om even mijn boterhammen te eten. Voor mij zie ik amateurvissers zitten met hun werphengels. Dat is iets wat ik nog nooit begrepen heb en nog altijd niet begrijp. Ze zitten op hun stoeltje, maar hoe ver moet je werpen? Hoe kun je zien wat je vangt? Hoe voorkom je dat jouw haakje weer aanspoelt in de branding. Ik ga het ook niet vragen. Ik verwonder me slechts, over dit fenomeen. De boterhammen bevallen mij goed. Al zit er slechts kaas op en boterhamworst, waar ik dan geen liefhebber van ben. Echter heb ik het er zelf opgedaan en het is nu wel welkom. Waarschijnlijk heb ik een 10 minuten tot een kwartier gezeten en ik loop verder richting Westkapelle. Een andere mijlpaal, aangezien daar het eiland van richting Noordwest, richting Noordoost gaat. Niet extreem, meer richting het Noorden, dan Noordoost. Ik richt me op het punt, dat nu verschijnt, een soort seintoren.

13:05 Ik kom steeds dichterbij de toren, dan ineens houdt het strand op. Ik moet de dijk op. Loop langs de Strandhoofden omhoog. Dan loop ik verder over de asfaltweg. We komen bij het KNRM station. Mijn telefoon geeft aan Boudewijnskerke, later blijkt het wel degelijk tot Westkapelle te horen. Terwijl Boudewijnskerke weer mogelijk bij Zoutelande hoort. Ik weet er nog te weinig van, er zit wel een mooie historie achter. Maar deze sla ik maar even over. Voorbij het station kun je direct het strand weer op, langs vanzelfsprekend strandhuisjes, echter moet je al snel weer omhoog, waar je wederom een dijk op moet klimmen. Daar beland je op de dijk van het dorp Westkapelle. Inmiddels hebben mij hele kuddes hardlopers gepasseerd, ondanks dat ze geen startnummer op hebben lijkt het mij dat ze wel meedoen met een evenement. Even verder langs de dijk staan er vlaggetjes in het gras en is er een verversingspunt. Zeeuwse Kustmarathon. Ik dacht dat die in oktober was. Mogelijk is het een publieke trainingsmogelijkheid. Ik had gezien dat het nog zo´n 6 kilometer is naar Domburg. Vanaf de verversingspost voor de hardlopers, loop ik over een onverhard fijn geel grindpaadje. Een beetje glooiend, ik kan ook langs het fietspad, maar dit loopt wel lekker rustig. Ineens hoor ik een fietser achter mij roepen: “aan de kant.” Ik leg hem uit waar het fietspad is en hij zegt eigenwijs: “het is goed met jou.” Waarop ik antwoord: “maar niet met jou.” Zijn maatje zegt verontschuldigend. “bedankt.” Want natuurlijk ben ik niet zo principieel om hem niet door te laten. Ze hebben een mountainbike en vinden dit uitdagender waarschijnlijk. Dat wil niet zeggen dat ze moeten vergeten waar ze rijden. Ik zie Domburg in de verte denk ik. Het ligt vrij hoor, voor dit verder platte achterland. Zelf begeef ik me nu op de dijk. Dan zie ik helemaal onderaan weer strand. Langzaamaan loop ik naar beneden om de laatste paar kilometer nog over het strand te lopen en wederom de Strandhoofdpaaltjes te trotseren. Een strandfietser baant zich ook een weg door de paaltjes. Als dat maar goed gaat. Een kudde meisjes met een kudde Alpaca’s lopen ook langs het strand. Ik zeg: “oh, daar ben je gebleven.” Wanneer ik het uitleg dat ik mijn vrouw soms Alpacaatje noem, begrijpen ze het nog niet helemaal. Het ziet er leuk uit. Langzaam aan komt de strandopgang, of juist afgang van Domburg dichterbij. Ik heb mij voorgenomen om even het water in te gaan, wanneer ik ben aangekomen. Dat doe ik. Dan loop ik de trap omhoog, om boven mijn voeten te drogen en mijn schoenen weer aan te trekken. In het dorp is het feest. Jazz at the Sea. Ik bestel staande bij een tap en een orkest een biertje. Waarom niet. Ik lust ook wel wat eten, maar ik moet op zoek naar een alternatieve halte voor de bus. Aan het einde van de straat blijkt gewoon een halte te zijn voor de bus naar Tilburg en een 70 jarige man zit al in het hokje. Hij komt uit Middelburg en we raken aan de praat. Zo kom ik weer van alles te weten. We passen Oostkapelle, waar dit weekend het laatste mosselfeest is van het eiland. Daarna kun je ze alleen maar kopen. Op het plein staat een ongelooflijk grote mosselpan. Ik krijg trek en mis Karin. Wanneer ik in Middelburg op de trein stap is het 16:00 uur over twee uur ben ik bij Holland Spoor. Waar ik de tram pak richting Melis Stokelaan. 24 kilometer in ongeveer 4 uur heb ik gelopen, blijkt later. Hier eindigt het spoor van vandaag.