9. sep, 2018

1e etappe: Cadzand Bad - Breskens

Het zal nooit meer hetzelfde zijn.

Het zal nooit meer hetzelfde zijn. Dat was ook niet de bedoeling. De reden dat je iets onderneemt is om verandering tot stand te brengen en niks is dan meer hetzelfde. Wanneer je teruggaat zul je de tijd nooit terug kunnen zetten en dat het dan hetzelfde is. Kansen krijg je maar één keer. Dus dan kun je ze maar beter pakken, of genieten dat je ze gekregen hebt..Zo vertrek ik die bewuste ochtend, 8 september 2018, om ongeveer 7:50 uur naar de Melis Stoke laan, om te gaan vertrekken om een start te maken met een wandeltocht rond Nederland. Een tocht die ik wil maken om meerdere redenen. Het gaat te ver om die nu allemaal op te noemen, dan wordt het wel een erg dik boek. Het gaat misschien te ver om te zeggen dat ik het ook doe voor jou, want wat heb jij er nu mee te maken. Al zal ik het zeker altijd voor mezelf doen. Want natuurlijk vind ik het leuk om te doen, alhoewel ik daar niet altijd hetzelfde over zal denken. Doe ik het voor jou, om jou bewust te maken hoe creatief we kunnen zijn. Hoe mooi Nederland is, ondanks het vele zeuren en de verkeerde beslissingen die gemaakt worden, voor jou en de rest van de wereld. We hebben in Nederland de vrijheid om zo’n tocht te maken. We hebben een wereld van onbegrensde mogelijkheden. Natuurlijk is het een keuze om op de bank te blijven zitten en heel eerlijk, ja, ik had het liefst mijn vrouw meegenomen met mijn tocht, maar het komt mij ook wel uit om het alleen te doen.

7:02      Ik zit in lijn 9 op de halte Melis Stokelaan. De laatste honderd meter heb ik willen rennen, om deze nog te halen. Nee, er zat geen druk achter, maar ik wilde graag de eerste tram op zaterdag en bleek daarvoor toch wat laat van huis. Dat kwam weer omdat er geen druk achter zat. Waar ik aan liep te denken onderweg naar de tramhalte is aan de man naar wie de straat is genoemd. Melis Stoke, mogelijk geboren in Zeeland, is één van de schrijvers van de rijmkroniek van Holland. Deze ontstond in twee fasen. De eerste schrijver is een anonieme schrijver, die een kroniek schreef op rijm tot het jaar 1205, rondom 1280. Melis Stoke heeft dat weer opgepakt, rond 1305 en schreef het vervolg. Vanzelfsprekend is Holland na die jaren een beetje gegroeid en noemen we het geheel tegenwoordig Nederland, aangezien bepaalde provincies nooit tot Holland zullen behoren en dat geeft ook niks, het is een zaak van eigen identiteit, die ze als zelfstandige eenheid willen en zeker ook best waardevol is, om deze te behouden, echter hebben deze provincies ingezien dat aansluiting bij de Normen en Waarden van Holland, die misschien niet allemaal helemaal sluitend of passend zijn, maar in de grote lijn wel, zo zijn voordelen bied. Eigenlijk geheel toevallig dat mijn reis naar het startpunt juist in de straat begint, van deze schrijver, maar zoals u weet, er is niks toeval, alleen niet bewust over nagedacht. Zo kom ik aan op, jawel station Holland Spoor.

7:20      Op Holland Spoor, wat een prachtig historisch station is, zoek ik het perron, waar de trein naar Vlissingen aankomt en vertrekt. Ik geniet van het gebouw, altijd wanneer ik hier ben, geniet ik er van, alhoewel het wel erg donker is op het perron. Het is hier altijd donker. Dat was zo. Zo zijn die gebouwen, wat eigenlijk zeer grote loodsen zijn gebouwd. Het tegelwerk, de versieringen. Ik zoek de restauratie. Ik weet namelijk dat er best een aardige Kiosk filiaal op het perron gevestigd is. Ik ben dol op de detailhandel in stationsgebouwen. Het is één van de dingen waar ik erg gelukkig van wordt. Kijk dat is nu de liberaal in mij. Het is namelijk deze vrijheid van handel die ons land heeft groot gemaakt. Daarin zijn wij altijd vooruitstrevend geweest en vertel mij niet dat het beter kan. Beter gaat namelijk vaak ten koste van andere normen en waarden. Dus ik bestel een extra sterke cappuccino, want ik heb deze eerder geproefd en weet dat die lekker is. Alhoewel die dekseltjes wel verbeterd moeten worden. Tegenwoordig moet je deze er zelf op doen en ik ben nu eenmaal niet zo handig. Maar het gaat goed, dit keer gaat het goed.

7:29      De trein is op tijd en het is lekker rustig. Ik neem een plaatsje in het bovenste deel van de trein, alhoewel ik niet direct een voorkeur heb, maar ik heb zin om de wereld vanaf daar te bekijken. Dan bekijk ik de berichtjes die op mijn post op Facebook zijn binnengekomen, waarom ik dat doe, ik denk overmatige nieuwsgierigheid. Ik ben er nog niet uit of dit mij iets brengt, of dat het mij meer brengt om dit te onderdrukken. Ach, weet je, de grootste wereldproblematiek kun je zelf oplossen. Het moment dat ik dat bedenk begint het silhouet op het bankje aan het rechtse raam te spreken. Hij begint zo maar in het wilde weg over een onderwerp, zonder mij iets te vragen. Het is een oudere man, wat ook vertekend kan zijn en voor sommige mensen ben ik ook een oudere man. Hij lijkt in ieder geval eenzaam. Ten minste hij heeft een eenzaam voorkomen. Ik zou een eenzaam voorkomen niet kunnen omschrijven, maar wanneer ik Columbo noem, als personage zul je hem misschien herkennen, alhoewel hij zeker niet zijn ogen heeft. Zijn kleding zit net zo slordig en is donkerbruin. Hij heeft een plastic tasje bij zich, waar hij zijn spulletjes in heeft.

“Ik heb weekend vrij!” Voordat je nu denkt dat ik een grapje maakt als ik zeg dat mijn vrouw dat ook heeft, moet je eerst weten wat ‘weekend vrij’ inhoudt. Weekend vrij is een NS-abonnement die je in de weekends vrij reizen geeft. Nu ben ik de vervelendste niet, dus ik geef de man repliek die er voor zorgdraagt dat we een soort van gesprek hebben. Alhoewel het geheel oppervlakkig blijft. Vooral omdat de man zelf graag wil zeggen wat hij zeggen wil. Af en toe probeer ik ook iets, maar meestal brengt het niks. Luisteren en beperkt repliek geven lijkt de beste tactiek. Dan komt er een man met een boek de Coupé binnen en het was mij inmiddels opgevallen dat ik in een stiltecoupé ben gaan zitten. Het silhouet probeert om nog iets te zeggen en ik wijs op het logo. De man met het boek bedankt mij en het silhouet respecteert dat, zoals gezegd, een aardige man, alleen zijn timing laat te wensen over. Zo komt hij na een kwartier naast mij zitten en begint over open monumentendag, wat binnenkort is. Ik antwoord kortaf. De meneer begrijpt het.

8:16      We passeren de Ouwe Moerdijk. Het Silhouet komt naast me zitten en zegt: “We kunnen nu wel weer praten. De Boekhouder is vertrokken en er zit verder niemand in deze coupé.” “Wat een mooi kanaal, er zijn alleen weinig bootjes. Volgens mij is dit het Noordzeekanaal.” Ik zeg, “dit is de Moerdijkbrug”, waarbij ik doel op een spoorbrug over het Hollands Diep. Ik heb echter geen zin om het de man uit te leggen, want hij interrumpeert mij door te herhalen. Volgens mij is dit het Noordzeekanaal. “Oh?” De man pakt een sigaartje, ik denk: “nou even opletten.” “Rook jij ook.”, vraagt de man. “Nee” “Heb je ooit gerookt?” “Nee, lieg ik.” Helaas heb ik ooit wel iets gerookt. Niet lang, ik denk alles bij elkaar 1 jaartje. Met tussen poses. Maar ik heb geen zin om hier verder iets van te zeggen en ook niet dat de man zijn sigaartje opsteekt, want inmiddels kan ik daar echt niet meer tegen. Ik ben erg blij dat nergens meer gerookt mag worden binnen, want ik kan daar echt niet meer tegen. Mijn vader rookte vroeger wel en als ik thuis kwam na het trainen, dan vluchtte ik naar mijn slaapkamer. Volgende stop Roosendaal. Dat is waar de man uit moet stappen. Ik wens hem een prettige dag. De trein stijgt verder vanaf Roosendaal naar Bergen op Zoom. Het is de verste hoek van Brabant, ten minste vanaf waar ik vroeger woonde. Ik denk dat het er best mooi is, maar het enige dat ik weet is dat er veel distributiecentra zijn en vroeger waaronder naar wat ik weet Philip Morris, als grote werkgever. Het is zo maar wat parate kennis. Om een bruggetje af te sluiten en door te gaan naar een volgend punt van mijn reis.

9:30      We zijn al weer een uurtje verder na Roosendaal. We zijn heel wat idyllische plaatsjes gepasseerd. Rilland-Bath, Krabbendijke, Kruiningen-Yerseke, Kapelle-Biezelinge, Goes en Arnemuiden. De klok sloeg pas weer in Middelburg, ongeacht of het nu ten Westen of ten Oosten was van het Midden. Ondertussen zie ik nu in Middelburg dat mijn telefoon nog maar voor 50% is opgeladen. Hij loopt dus sneller leeg dan verwacht. Ik dacht dat dit het laatste station was voor mijn volgend vervoermiddel, maar er is er nog één, Vlissingen Souburg voor ……

….9:46 Vlissingen. Ik sta eindelijk voor het Tolhuisje van het Veer naar Breskens. Ja, de Tolhuisjes, zijn best groot tegenwoordig. Ik heb het na wat dwalen rond het stationsplein maar gevraagd. Ik kon geen bordje vinden naar het veer. Maar het veer ligt gewoon naast het station en daar was ik nog niet geweest. Op de boot maakt een euforisch gevoel zich van mij meester. Want het is toch geweldig om in de ochtend te vertrekken en nu op het Veer te staan die mij naar Breskens brengt. Ik denk aan de Uitvreter, ja, wederom denk ik aan Nescio, omdat de Uitvreter daar was opgepikt, op het veer. Waarom ik er ineens op kwam weet ik niet, het lag niet in mijn bedoeling, maar misschien is het gunning. Net als de Uitvreter zelf een gunningsoffensief had, de vraag is of hij dat zelf wist. Of het de bedoeling was van zijn schepper, dat hij dat wist. Ik hou van dit land. Van zijn onbegrensde mogelijkheden. Nederland 1, Amerika 2. Ik geloof echt niet in de onbegrensde mogelijkheden van Amerika, al sympathiseer ik met zijn ’66 route. Wij hebben in Nederland zo veel te bieden, geen wonder dat we zo populair zijn. De wind waait door mijn koppie en misschien wordt het mij wel iets te veel.

10:30    We zijn inmiddels 3 kwartier verder en ik had de bus bijna gehad die mij richting Cadzand zou brengen. Ik had het vooraf allemaal opgezocht, maar had een detail gemist. De vriendelijke vrouwelijke buschauffeur, zij was blond, ik schat haar ongeveer begin 30 en niet onaardig voor onze zonen en ja, er bestaat een mogelijkheid, ook voor onze dochters, adviseerde mij om de Haltetaxi te bellen en ze wees mij op het elektronisch informatiebord.

Ik liep de bus weer uit, om te bellen, wat zij echter niet wist is dat ik eerst naar Oostburg had gemoeten en vanaf daar zou de Haltetaxi mij op kunnen pikken. Wat wel jammer was, was de sneer van de dame van de Haltetaxi. “Ik ga er vanuit dat indien u zo’n reis maakt, dat u eerst gaat informeren.” Misschien was dat een reactie op iets dat ik zei, dat ik uitga van wat mij door de buschauffeur verteld wordt en dat ik het al niet prettig vond, terwijl er geen druk op zit. Ik vind dat je wel moet zorgen dat je goede informatie moet verstrekken als professional en dat je een klant altijd voldoende moet informeren en zeker niet moet verwijten. De dame aan de telefoon vond dat niet prettig. Dat begrijp ik wel. Dus vroeg ik opnieuw, hoe kom ik nu dan wel in Cadzand. Ze zocht het één en ander op in Connexion, maar ineens zag ik dat de volgende bus over een uur zou vertrekken, dus melde ik dat. Ik gaf aan dat ik over een uur richting Oostburg kon rijden. Zij kon alvast de taxi reserveren. Ik vroeg haar naar de verste uithoek, op het strand in Cadzand en gaf aan dat ik terug zou lopen. Dat zou dan Cadzand-Bad boulevard worden. Ze boekte de reis en prognosticeerde de kosten op € 2,15. Geweldig toch. Ondertussen at ik een Blue Berry Muffin en dronk een koffie.

12:30    Eindelijk kon het spel beginnen. Ik was uit de Taxi gezet op de Boulevard, wat eigenlijk gewoon de doorgaande weg is. Voor het strand moest ik nog even zoeken. Uiteindelijk vond ik een opgang en de afgang, die wilde ik een goed startpunt hebben nog even voorbij moest lopen. Ik liep nog een paar afgangen, die wanneer je de strand weer af zou moeten weer opgang heet, voorbij. Bij een klein jachthaventje met een piertje liep ik het strand op. Het strand staat vol met om de paarhonderd meter paaltjes. Ik kende het wel van de plaatjes en aan de Belgische kost heb ik dat ook wel gezien. Wat nu wel bijzonder is, is wanneer je 300 meter na de start al moet poepen. Tja, dat kon dus bij het paviljoen, wat daar stond. Ik had geen zin om daar nu al iets te gebruiken. Misschien later. Wel at ik onderweg mijn boterhammen. Wat best lastig is, lopen en boterhammen eten. Dat had ik al eerder gemerkt. Karin had mijn zakje netjes dichtgebonden met een sluitinkje. Deze stak ik in mijn broekzak, ik gooi niks zo maar weg. De kruimels waren af en toe droog in mijn keel en ik merkte ook dat ik langs de vloedlijn liep. Het strand was erg schuin en het harde werd telkens overspoeld door de zee. Het is prachtig natuurlijk, maar wel zwaar. Hier en daar was het modderig, kapotgereden, of mul. Het voelde in ieder geval zwaar en al snel kreeg ik last van wat spiertjes in mijn rechterheup. Toch kon ik lekker doorlopen. Niet dat het een wedstrijd is, maar het is fijn om niet te slenteren. Er lag veel zeewier op het strand en een mevrouw liep te zoeken met een schepje. Een kindje heeft nog even gezwommen. Zou ik ook wel willen, maar ik heb geen handdoek meegenomen. Dan zie ik verderop een bocht. Het is een grote bocht, niet helemaal voorspeld. Het lijkt er zelfs op dat ik niet verder kan. Er loopt een soort van riviertje. Ik kan het einde niet zien, waar zou ik over kunnen. Aan de overkant zijn ook mensen aan het zoeken en iemand gooit een soort van steentje, om te kijken hoe diep het is. Dan zie ik een vrouw proberen over te lopen. Kijk het af en probeer het ook. Al wordt dit natte voeten en ik heb geen handdoek bij me. Deze schoenen pretenderen waterdicht te zijn, al kan het zoveel water natuurlijk niet aan, maar ik ben over en vraag een mevrouw om een foto te maken. Dan vervolg ik mijn tocht. Het lijkt hier wat beter te gaan en ik maak vorderingen. Tot het strand erg smal wordt, maar ik blijf het volgen. Ik wil de omtrek volgen van ons land. Twee suppers  gebruiken juist dat stuk en hun hele hondenfamilie is mee, waardoor ik moet manoeuvreren om door te gaan. Dan wordt het weer breder en ik passeer het zoveelste gedeelte met luxe strandhuisjes. In de verte wordt Vlissingen nog groter. Schepen die ik achtervolgde lijken aan te gaan meren. Breskens kan nooit meer heel ver zijn. Ik focus op een zwart puntje, waar ik na een tijdje vanzelf uit zal komen. Het blijkt een dijk te zijn, die mij brengt naar de Vuurtoren van Breskens, mijn telefoon heeft het begeven er zit geen soep meer in. Tja, niks zal ooit nog hetzelfde zijn. Ik denk dat ik dit moment nooit kan terughalen. Ook niet de momenten daarna. Ik loop nog een stukje langs het strand van Breskens en kom dan op de dijk die mij naar he Tolhuisje van Breskens brengt. Over 3 minuten staat het veer klaar en ik gedraag me als Kate Winslet in de Titanic, na een kleine versnapering uit de automaat in Breskens te hebben gehaald. Op het veer gedraag ik me als haar. Je hebt het gehaald kerel, ja tuurlijk heb je het gehaald, maar het gaat om de daad, dat je het echt hebt gedaan. Ineens begrijp je heel Zeeuws Vlaanderen, terwijl je slechts het strand hebt gezien. Je begint het te begrijpen, het kwartje dat gedegradeerd is naar 20 cent, maar wat wel meer waard is, nu ja, wanneer we ons in de maling laten nemen, dat kwartje valt. In de trein is het rusten en eigenlijk 12 uur na mijn vertrek vanmorgen ben ik weer thuis waar ik wil zijn, tot de volgende etappe.

18:50    Ik ben thuis.