De Sporen rond Nederland

29. sep, 2019

'De Kwade Hoek' 

Wat voor weer wordt het vandaag? Eigenlijk weet ik het niet, ik ga het toch proberen. Het is de bedoeling om slechts de Brouwersdam te beslechten. Ongeveer 7 kilometer, maar ik weet het nog niet. Laten we eerst maar vertrekken. Het makkelijkst is nu via Holland Spoor naar Rotterdam en daar op de metro naar Spijkenisse, waar ik bus 104 naar Camping Ellemeet pak. Aan het einde van mijn treinreis moet ik al een grote boodschap doen, te laat. Op centraal gun ik mezelf ook de tijd niet. Zo loop ik rond op het busstation Spijkenisse. De plaatselijke horeca is nog niet open. Wel een winkeltje. Ik besluit naar binnen te lopen, misschien weet men daar een openbaar toilet. Ik wacht netjes. “menee, weet u …..?” “Ik help u niet, u zegt mij niet eens gedag.”, zegt de verkoper behoorlijk geïrriteerd en het komt mij nogal lelijk en kwaadwillig over. “Meneer, ik vraag het heel netjes aan u, ik vind het heel jammer ….”, probeer ik nog. “Nee, ik geef geen antwoord aan mensen die niet zijn opgevoed.”, zo meent hij te kunnen beëindigen. “Meneer, u kent mij niet, u bent degen met een groot vooroordeel, u doet alsof u de goedheid zelf bent, maar in wezen komt het mij zeer onvriendelijk over. Ik maak er geen punt van, iedereen heeft recht op zijn eigen stijl, maar ik wil u alleen feedback geven, want prettig is dit niet.” Ik loop naar buiten en besluit het op te houden, wat de boodschap alleen maar groter maakt.

 

In de bus zit voorin, op de hoge stoel  een oudere man. Onderweg stapt een jongeman binnen. Zijn vriendin heeft hem uitgezwaaid. Zij staat er in trainingsbroek en shirtje. Het is de sfeer van de vroege zaterdagochtend. Je vraagt je af waar de mensen naar toe gaan. De jongeman waarschijnlijk naar huis. Bij camping Ellemeet stap ik uit en loop naar het beginpunt. Het punt waar ik vorige week eindigde, waarvan ik weet dat daar een W.C. is. Eenmaal op de W.C. loop ik leeg. Er zit ook een plek in mijn broekje. Ik doe er een papiertje op. Ik moet nog een stukkie. Dan begint voor m ij de tocht van vandaag, waarvan ik nog niet weet waar of hij heengaat. Zo loop ik richting de Brouwersdam en al snel moet ik een stukje terug om de Dam op te komen. Boven staat het vol met campers en andere auto´s. Ik loop naar het hek toe en denk een foto te maken met als doel dat het hek er ook op staat, met uitzicht op zee. Achter het hek staan een paar mannen, één wordt agressief. “je bent aan het filmen, daar houdt ik niet van, laat zien en snel, anders kom ik even naar de andere kant. “Maak je niet druk man, ik ben gewoon aan het wandelen en ga vooral door met waar je mee bezig bent.” Ik weet niet waar hij mee bezig is, ik kan er niet veel mee, ik weet wel dat het verboden is voor onbevoegde, aan die kant van het hek, maar als dat het is, dan zou ik mij als ik hem was, mij daar geen zorgen over maken. Het is namelijk best druk, ondanks de weersomstandigheden en het tijdstip. Alhoewel, het is alweer over 10, dus het tijdstip valt mee.

 

Ik loop verder en dan is er een heel lang strand, er zijn nogal wat kite surfers in de weer. Het is ook daar waar het begint met regenen. Ik wordt nat en ik heb geen zin om mijn regenbroek aan te trekken. Eigenlijk heb ik er niet zo heel veel last van. Ik heb wel een regenjack aan en zet mijn capuchon op. Wel was ik mijn petje vergeten. Ik mis hem toch wel, maar ik kwam er te laat achter. Ik was al onderweg naar de tram, dan loop je toch niet meer terug voor een petje. Ik ken dit strand wel. Toen de kinderen klein waren hebben we twee keer een week vertoefd in Port Zelande. Nu zoek ik dat niet meer. Eigenlijk had ik het toen ook liever anders gedaan, maar dat is natrappen. Nee, het waren best leuke vakanties, maar die “clown Billy’ mentaliteit, dat is niks voor mij. Het was daar waar voor het eerst de Plopsadans gedanst werd en de “Macarena”, dank je wel. Ik genoot van het strand met de kinderen. Zandkastelen bouwen met alles wat we vonden. Schalen van krabbetjes, schelpen, stenen, touw en natuurlijk zand. Mijn zoon was de meester van de wind, al wilde het vliegeren eerst niet echt goed lukken. Het waaide niet hard genoeg. Spelen dat we haaien zijn, maar daar kwam een einde aan, toen mijn vrouw een paarse krokodil kocht. Ze hadden geen zin meer in mijn spelletjes. Alhoewel ik mijn dochter soms nog wel meekreeg. Ik weet niet of ik het goed heb gedaan. Ik weet wel dat ik genoot, vooral toen de piraat aanspoelde met zijn zeilsloepje. Daar is nu geen sprake meer van. Ik zie jonge godinnen met hun laarzen of opgestroopte pijpen het water in lopen om hun helden te filmen, die de wind en de golven trotseren. Het zijn de moderne vliegende Hollanders, alhoewel er veel Duitsers zijn. Op de achtergrond hoor ik mensen juichen bij de Strandzeilers. Over een klein stukje moet ik het water oversteken. Het is de eerste breuk van het strand. Uit ervaring weet ik dat dit strand snel kan onderlopen en ook weer droog kan liggen. Het strand van Brouwersdam. Ik zoek een veilige waadplaats en vind er één. Daar zijn ook een paar van de weinige vrouwelijke kite surfers. Ik dacht dat het een moderne sport was. Zelf ken ik behoorlijk wat vrouwelijke gewichtheffers en vrouwelijke kogelslingeraars, dus waarom geen kite surfers?

 

Ik loop langs een smal paadje tussen de dam en de zee. Richting een klein strandje en een trailerhelling. Achter de trailerhelling volgt weer strand, maar nu moet ik beslissen, want dit is zo goed als einde Brouwersdam. Ik leun even op de trailerhelling en kijk op mijn telefoon. Ik heb nu een uurtje gelopen. Het dichtstbijzijnde busstation is nu 2,9 kilometer hiervandaan. Ik ben hier niet gekomen om een uurtje te lopen. Als ik vandaag toch Goeree Overflakkee met dubbele flikflak heb gelopen, zal ik trots zijn. Dus we gaan verder en we zien wel waar of mijn schip strand. Het regent en het regent harder, het strand is gigantisch breed, wit en de het zand waait één kant op, zodat je kunt zien waar of de wind vandaan komt. Het is stil, als ik ineens een mede wandelaar inhaal. Zij lijkt op blote voeten te lopen. Blote benen  heeft ze wel. Ik loop door en ik weet dat het een heel eind lopen is, ik zie wel en besluit te eten na twee uur lopen en ik leef toe naar het moment dat ik twee uur heb gelopen, maar het landschap is mooi, ook in de regen, al kleeft mijn broek aan mijn kuit. Ik loop hier alleen. Terwijl ik in de verte kite surfers zie spelen. Ik heb twee uur gelopen en het is even droog. Ik loop richting duinen en neem daar plaats. Drink wat, eet wat en doe mijn afval in de trommel. Die ik heb meegenomen om mijn brood in te doen. Dan sluit ik mijn telefoon aan de oplader , want ik heb hem echt wel nodig. Ik plas tegen een paaltje, met de wind mee, dus met mijn gezicht naar het strand en de kite surfers, ik kan er ook niks aan doen. Dan loop ik verder en verder en verder. Ik weet dat het nog een heel eind, is maar ik moet het halen vandaag. Ik heb de kaart nog één keer bestudeerd, maar ik ben ook gewaarschuwd. Dat het niet altijd is zoals het lijkt, zo kom ik terecht in de duinen, omdat het strand toch minder breed lijkt dan de kaart aangaf. Ik heb de zee aan mijn rechterhand en zie af en toe de golven, tussen de duinen door. Ik loop op een heus wandelpad, maar mijn voeten zwikken af en toe wel om. Ik heb wat irritatie aan mijn achilleshiel en de hiel zelf van mijn rechtervoet. Ik weet dat ontlasten klachten erger maakt, dus loop door. Ik loop gewoon door.

 

Er volgt een stroompje die van de zee vandaan komt. Een groep natuurwandelaars met gids vertellen wat over de plantjes, ik ga daar weer richting strand. Ik weet dat het nog ver is. Er staat een grote zandvlakte aangegeven, maar dat valt wel mee. Terwijl mijn navigatie aangeeft dat ik er midden op loop, terwijl ik langs de duinen loop. Ik kijk nog een keer en hij geeft aan dat ik beter een korte weg zoek door de duinen. Ik meen paden te herkennen en zie ook verderop bewoonde wereld. Tot ik mezelf heb vastgelopen, maar eigenwijs dat ik ben loop ik verder, alhoewel het soms wel nat is onder mijn voeten. Ik moet terug, ik moet vlug terug, maar hoe? Waar heb ik gelopen? Ik herken wat, ik loop terug, maar zie nog wel een mooi stukje voor op de foto. Mooie rode plantjes, echt bijzonder. Ik voel me gelukkig, maar ik moet uitkijken, anders heb ik een groot probleem. Ik ben terug en probeer alsnog langs het strand te lopen, tot het strand smaller wordt en nog smaller, en bijna helemaal weg is, Ik loop nog op een richeltje, langs het prachtig begroeid duinlandschap wanneer ik in de verte een stroom zie die de duinen intrekt en ik weet dat ik beter terug kan lopen, maar hoe kom ik dan terug, hoe kom ik dan terug? Teruggekomen naar daar waar ik eerder de duinen in ging zie ik mensen met honden. Hoe zijn die hier dan gekomen? Ik wacht verderop en ga zitten nadenken en wachten, tot ze langskomen en eet een appeltje. Maar ze komen niet langs en besluit door het zand terug te lopen op zoek naar een pad terug. Ik loop zo veel mogelijk door de duinen, door het zand. Hoe kom ik terug, hoe kom ik terug? Dan zie ik weer een natuurwandelpad. Ik volg deze en verderopkan ik weer naar links lopen ‘De Kwade Hoek”. Ja, vertel mij wat zeg, ik weet waarom deze zo heet inmiddels. “De kwade hoek!’ Ik volg het pad en kom de mensen met honden weer tegen. Ik weet dat ik goed zit, al weet ik dat ik omloop, want wandelroutes zijn gemaakt om zo veel mogelijk te laten zien. Dan kom ik op de parkeerplaats. Ik ga leunen tegen een boompje om te zien hoe ik vanaf hier thuis kom. Ik kan naar Goedereede, naar Oudorp, maar zie dat ik ook kan naar het busstation Stellendam. Dat is wel het verste weg, nog 5,1 km., maar dan heb ik wel mijn doel bereikt en dit was gewoon de weg die ik had moeten volgen. Er is geen andere weg. Dus plak ik er nog een uur lopen aan vast, wat mijn wandeltijd op 6 uur zal zetten. Ik tel af en heb het nog even moeilijk wanneer ik tegen de wind in loop en de wind nu net een tandje extra zijn best doet, maar wat maakt het uit. Ik ga het halen vandaag. Bij het busstation heb ik nog precies negen minuten om op een bankje te zitten en mijn zonden te overdenken. Ik praat wat met een vrouw. Dan komt de bus en stap ik in. Op de eerste ‘hoge stoel’ voorin zit nog altijd dezelfde oudere man, maar hij was toch vóór Brouwersdam uitgestapt? “Ik vond het tijd om weer naar huis te gaan.”, zegt hij, wanneer ik navraag doe. “Ja, dat vond ik ook.”, zeg ik dan. De buschauffeur bevestigd: “ik ook”. Maar hij moet nog even, want zijn dienst is zojuist begonnen.

 

Ik heb nog even contact met de thuisbasis en we besluiten eten te bestellen. Zij heeft het fijn gehad met haar vriendinnen. Ik bestel alvast zodra ik in de tram zit op het Centraal Station, als blijkt op de Elandlaan dat ik in de verkeerde tram ben gestapt, dus weer terug naar Westeinde om over te stappen op de 4. Als ik alles zou weten, zou het leven niet leuk meer zijn.

29. sep, 2019

"

“Als je weet waar je aan begint , hoef je niet meer te beginnen. Als je weet wat er gebeuren gaat kan je niks gebeuren. “

© Hoss Wilstra


"

29. sep, 2019

Valletjes

Let goed op, er zou een onverwachte verrassing op je kunnen wachten. Als je niet weet wat je aantreft op jouw route moet je vooral voorbereid zijn op ‘onverwachtingen’, want jouw verwachtingen zullen toch wel eens niet helemaal reëel kunnen zijn. Ik verwacht dus helemaal niks concreets wanneer ik om 7:00 uur de deur uitga voor mijn reis naar, ja waar ben ik eigenlijk geëindigd de vorige keer. Haamstede lag wel erg uit de richting, dus ik wil toch zo dicht mogelijk aan het einde, of begin van de Pijlerdam afgezet worden met de bus. Ik kan het beste de route nemen via Middelburg. Bus 133 naar Oude Tonge en niet andersom dus, want dat komt qua tijd niet uit.

Om 10:00 uur kom ik aan in Middelburg, dan ben ik dus al 3 uur onderweg. Daar is het 24 minuten wachten op de bus. Ik kijk nog eens de haltes na. De vraag is: “waar is de halte voor Westenschouwen Dorp. Ik vraag het na, nadat ik even een praatje heb gemaakt komt het er op neer dat ik het beste bij Deltapark uit kan stappen. Een vrouw die mij een beetje heeft uitgehoord achtervolgd me, ze was al aan het knipogen en lachen. Gelukkig wijkt ze tijdig uit. Ik kon het me ook niet voorstellen, want ze heeft leren laarsjes aan met platte lompe hakken.

Ik zie waar ik ben en ik weet nu ook dat het hiervandaan nog wel een stukje lopen is naar de echte start. Toch zeker nog 2 kilometer. Maar het is geen straf om hier te lopen met aan beide kanten zee. De zon staat ten minste achter me.

Bij het strand aangekomen maak ik nog even een foto voor het thuisfront. Het is er een beetje rommelig en op een eenzame visser na wordt dit stuk niet echt gebruikt. Dan ga ik de bocht om en een geweldige vlakte ligt voor me. Ik kan redelijk verhard lopen. Dit is goed te doen. Ik heb voor de zekerheid de wandelapp aangezet, zodat ik weet hoeveel kilometer ik er ongeveer op heb zitten. Het gaat snel en voortvarend, af en toe stop ik voor een foto. Zo ook bij de dame die haar paard niet onder controle heeft, later blijkt haar vriendin dat ook niet te hebben. Er liggen mannen tegen de duinen, naakt. De duinen hebben hier een bijzonder uiterlijk. Stijl en daarachter vlak. Met gaten tussen de duinen. Bij kilometer 4 staat ze daar ineens voor me. Ze is niet te grof, ze wenkt me, lang steil donker haar. Een bodywarmer van suède, met een geribbeld T-shirt eronder. Een zeer gaaf gezicht. Ze wenkt. Kom, ga zitten, je moet wat eten. Ze opent de picknickmand met koude kip, witte wijn. Ze heeft een fotocamera. Ze pakt mijn hand, maar ik loop door. Het is een gedachtenspiegel, 99% is waar. De vrouw is waar, het strand is waar en dat ik iets moet eten ook. Maar de vrouw die zegt dat ik iets moet eten werkt vandaag in een bakkerij. Het is geen fantasie, omdat je het wilt, maar juist één waar je gewoon aan denkt, omdat ik ook nog wel iets anders wil, terwijl ik geniet.

Bij kilometer 5 loop ik even de duinen in. Ik moet plassen. Leg mijn rugzak neer, er kijkt niemand en ik neem mijn voorzorgmaatregelen in deze wind. Vanaf de zee zie ik mensen naar de duinen toe lopen, maar er is niks aan de hand. Ik loop weer een stuk terug naar mijn tas en haal er mijn boterham uit. Ik besluit lopend te eten en te drinken. Dan krijg ik het heet en trek mijn vest uit. Mijn trui had ik al uitgedaan. Het is een toestand met mijn rugzak. Dan loop ik weer door. Ik pak de papiertjes uit de zak van mijn vest, die ik net in mijn rugzak heb gedaan, dus weer gedoe en heb ook de oplader nodig. De papiertjes waaien uit mijn hand. Snel alles weer oprapen. Er waait er één in het water. Ik krijg hem te pakken en dan knijp ik hem uit. Ik doe hem in het extra broekzakje op de pijp van mijn broek, De andere papiertjes stop ik verkreukelt in een andere broekzak. Op één na, want ik moet mijn neus flink snuiten. Ik ben nog steeds flink verkouden, maar ik heb de tocht er maar op gewaagd. Het bevalt me goed, al heb ik het niet altijd even makkelijk. Dan heb ik het even een beetje benauwd, omdat ik niet goed door mijn neus kan ademen. Ik wil de fles water terug doen, dus de rugzak moet weer af. Maar de zon staat nog steeds achter me en zij loopt voor me uit. Ik loop achter haar aan.

Ineens staat er een bord voor mijn kop. Ik vraag mij af, wat staat er op. `doorlopen betekent gevaar voor eigen leven`. Ik sta op een grote vlakke zandvlakte, echter je kunt te maken krijgen met plotseling snel stijgend water. Ik zie volgens mij wel mensen voor me, maar ik waag het er niet op. Ik loop richting duinen. Er liggen stelletjes te vrijen. Ik loop er langs af. Ik loop door en door, het is zwaar in het mulle zand. Ik zwalk van de ene naar de andere kant. Het is warm, erg warm. Het zweet staat op mijn rug, mijn neus zit weer vol, ademhalen gaat moeilijk. Ik pak een papiertje. Dan hoor ik een stem. `”je moet wat drinken, je moet wat drinken.” Zij is het en ik besluit nog even door te lopen. Ineens besef ik dat ik de vuurtoren van Haamstede nog niet gezien heb. Ik wil weten waar ik ben. Ik weet dat ik er al 10 á 11 kilometer op heb zitten. Maar, hoe ver ben ik dan. Ik pak mijn telefoon, maar kan het moeilijk zien. Ik haal hem dichterbij en ineens kom ik los van de grond. Zodra ik mijn been kan neerzetten ben ik te ver naar voren en ik voel ineen kramp in mijn kuit. Ik val naar voren in het zand en laat mijn telefoon los, om mezelf op te vangen. Vallen met 5,9 kilometer per uur is ook best hard, zelfs in het zand. Mijn hand slaat om en mijn kuit is gekrompen, waardoor het strekken pijn doet. Ik zie een man van heel ver komen, ik wil hem niet en roep, het gaat goed met mij, hij luistert niet. Zijn vrouw komt van de andere kant. Ik heb geen zin in bemoeienis, ik wil bij haar zijn. Lekker in mijn eentje met mijn hersenschim. “het gaat goed hoor, niks aan de hand. Dat krampje is zo over. Heb ik zo vaak gehad.” De man wil mijn voet pakken. “doe dat maar niet”, zeg ik. Ik wil liever mezelf helpen. “maar uw been ligt er zo raar bij”, zegt de vrouw. Ik leg haar uit dat het komt, doordat ik ontspannen lig. Ik laat haar het zien. Eindelijk lopen ze weg. Ik drink wat en maak mijn telefoon schoon. Het is prachtig hier. Ik wil haar dit landschap laten zien. Ik ben al voorbij Renesse en loop het laatste stuk richting Brouwersdam. Ik kijk hoe ik van daar af naar huis kan. Geen probleem. Ik sta op en heel even gaat het moeilijk, tot ik weer in het ritme kom, als mijn kuit nog een beetje trekt.

Het is een heel eind naar Tipperary  en naar de Brouwersdam lijkt nog veel verder. Dit komt doordat het plaatje op Maps niet helemaal overeenkomt met de werkelijkheid, Hierdoor lijkt het alsof het puntje dat mij aangeeft niet echt verplaatst. De zee  heeft veel van het land ingepikt, waardoor het geen rechte lijn meer is. Er lijkt een baai te zijn ontstaan. Zodra ik slechts rechtdoor hoef hoor ik een meneer in oranje veiligheidskleding ropen: “niet doorlopen”. Ik vraag: “waarom niet?”  Hij is niet van plan om het mij te vertellen. Ik loop maar naar de duinen en mag voor de duinen de weg vervolgen. Het is  nog even zwaar in het mulle zand en met bergjes en dalen. Maar uiteindelijk  stop ik voor een openbaar toilet. Ik maak mezelf even op orde voor de terugreis, het is nog 1,5 kilometer lopen tot camping ’Ellemeet’ waar bus 104 haar dichtstbijzijnde halte heeft. Even waan ik mij op de terugreis in het warme zuiden. ‘Poortugaal’staat aangegeven. Dan ben ik thuis en tijd voor wat ontspannende verzorgende behandelingen.

29. sep, 2019

"

“Opnieuw beginnen is een kans om in dezelfde valkuil te lopen.”

© Hoss Wilstra
"

4. nov, 2018

We zullen doorgaan

 6:30      Het was al weer veel te lang geleden. Ik heb een plan, maar dat plan rammelt van alle kanten, wanneer je jezelf steeds in allerlei bochten wringt om ook andere dingen te kunnen doen en even heel eerlijk, mijn moeder en mijn vrouw en kinderen zijn mij heel dierbaar, die van jou toch ook.“ Kun je nog wel even afwassen, voordat jij gaat?” “Had dat gisteravond gevraagd, nu wil ik op tijd weg, want ik wil ook nog wel voor het donker thuis zijn.” “Oh!” Nu begrijp ik best dat haar zoon komt met zijn vriendin, na haar werk, dat is gisteren afgesproken en ik had daar gisteravond ook aan kunnen denken, maar ik vertrek en dat beslis ik nog altijd zelf, hoe egocentrisch ook. Dus we stappen heel begripvol samen naar buiten, kussen elkaar en wuiven elkaar uit. Niet uit routine, maar oprecht, omdat het zo voelt.

 6:45      Ik sta op de tramhalte Melis Stokelaan van Lijn 9 en Karin staat bij Lijn 4 op de Meppel weg. Beide haltes dragen de naam Beresteinlaan. Momenteel heb ik geen enkele beer gezien onderweg en dat zal ook wel even duren. Ik bel: “Hé, hoe laat dacht jij de tram te nemen, ik moet nog 18 minuten wachten?” “Ja, we zijn veel te vroeg.” “Maar de afwas had ik niet meer gehaald.”, maak ik mijn punt.We lachen en wensen elkaar een prettige dag. We appen elkaar nog wanneer we rijden. Karin is iets eerder onderweg.

7:23      Hmmm, het is altijd zoeken naar het juiste perron. Holland spoort niet helemaal, maar dat kneuterige, dat ondanks de geweldige technische mogelijkheden die voor handen zijn, dat er ook af en toe iets nog niet helemaal goed is uitgedacht. Op perron 3 en 4 staat beide aangegeven Dordrecht, onder aan de trap, op deze borden staat niet de volgende trein aangegeven en wanneer ik naar boven loop staat er toch echt een trein naar Eindhoven gereed. Terwijl ik om 7:29 uur aan de beurt ben met de trein naar Vlissingen. Het is dat ik inmiddels een beetje ervaren ben, maar als je het niet weet dan raak je toch in lichte paniek, terwijl het bij mij wel even opkomt, maar ik vooral een volhouder ben en dat helpt mij overleven in dit onzekere tijdperk en ik overtuigd ben dat ieder tijdperk onzeker zal zijn en dat ons wakker houdt.

 7:33      Ik heb mijn koffie meegenomen en zit weer in de stiltecoupé wanneer een man vraag of dit wel tweede klas is. Ik stel hem gerust en leg hem uit wat dit voor coupé is. Öh, daar heb ik niet bewust voor gekozen.” “Ik ook niet, alhoewel er soms momenten zijn dat ik het wel fijn vind.” Aangezien we de enige zijn in de coupé vraag ik door, naar zijn reis. Nu is hij blijkbaar niet de persoon die na zijn antwoord een wederzijdse vraag stelt, maar ik vind het wel interessant wat hij doet. Hij bouwt een viskwekerij in Thailand en reist via Brussel. Het is een afgelegen dorpje daar, dat van de wereld is afgesloten. Hij verteld dat het hem vooral om het doel te doen is. Hij verdient er niks mee. Ik stel mij vol twijfel op, maar het zou kunnen. Dan komt er een vrouw binnen die ons gesprek abrupt verstuurd door te wijzen naar de gewenste stilte. Ik vind het wel weer prima. Alhoewel we heel misschien nog aan het moment toekwamen dat ik over mijn reis zou vertellen, maar ach, waarom zou hij geïnteresseerd zijn.

 10:10 Ik zit in de bus van Middelburg naar Domburg. In de trein nog even plasje gedaan. Ik hoop uit te komen bij de bushalte waar ik vorige keer geëindigd ben. Het ziet er alleen niet uit dat ik daar uit kom en volgens de bus is de eindhalte de volgende, alleen stappen er nu nog mensen in met koffers, misschien voor de terugreis. Ik zie ook al een bord met strand er op, dus laat ik maar uitstappen. Ondertussen eet ik nog een gezonde energiereep die ik gekocht heb bij de Kiosk. Gewoon lekker, ik was gisteren vergeten om krentenbollen te kopen, is eigenlijk ook erg lekker.

10:37    Na een aardige wandeling door Domburg, waar ik zie dat de bushalte waar ik vorige keer voor de terugweg ben opgestapt wordt gerenoveerd. Ik bedoel dus de straat, dus ook de halte. Ik neem geen tijd om verder Domburg te bezoeken. Ik wil door, want ik weet niet wat ik vandaag kan verwachten. Ik weet dat de Oosterscheldekering op mij wacht daar ergens. Ik noem het een mijlpaal op mijn weg. Ik weet niet hoe lang die echt is en de inschatting voor de hele route is ca. 22 kilometer, alhoewel ik het niet exact heb uitgemeten. Er bestaat zoiets als een officieuze Noordzeeroute, maar ik volg mijn eigen pad. Pal langs de Noordzee.  Zoveel mogelijk.

11:37    De krabbepaaltjes, zoals ik ze noem zijn opgehouden. Ik hoef er niet meer doorheen te manoeuvreren. Daarvoor in de plaats zijn er geulen. Complete rivieren die ik tijdig moet oversteken, anders loop ik mezelf vast.  Aangezien ik bezig ben geweest om de tekst te vertalen van Queen’s ‘We are the Champions’ blijft deze in mijn hoofd rondzingen. Zowel in het Engels, als mijn gekunstelde vertaling. Soms durf ik net iets harder de klanken te laten horen. Soms klinkt het best leuk, voor mij dan. Ik heb er geen enkele bedoeling mee, dan dat het eigenlijk overal over gaat en het jammer is om alleen toe te passen bij sportwedstrijden, aangezien het nu eenmaal juist niet over een sportwedstrijd gaat, maar het zou kunnen, het zou kunnen. Ik vind het spelletje nu eenmaal zelf niet belangrijk genoeg. Terwijl ik weet dat ik nog amper tegen de elementen heb hoeven te strijden, want het is al weer fantastisch weer om te wandelen langs de Zeeuwse, of welke kust dan ook. De zee is relatief rustig en ik moet ver kijken om de echte branding te zien, aangezien er een gigantische zandbank voor ligt en op een deel daarvan loop ik. Ik kijk vooruit en zie vaag iets van het volgende eiland opdoemen en zie ook vaag puntjes van de Oosterscheldekering.

12:00    Ik zie de Oosterscheldekering dichterbij komen, maar ben er nog lang niet. Af en toe is het lastig om op het harde te lopen. Ik zie windmolens ver voor me, maar ze komen niet veel dichterbij. Ze lijken mij het beginpunt van de Oosterscheldekering. Dan komt er weer een geul waar ik omheen moet. Ik baan me een weg over de plasjes. Maak sprongetjes en soms, wanneer ik denk dat ik het niet zal halen probeer ik met mijn tenen een tussenstap te maken. Ik moet zeggen, wandelen langs het strand is toch echt zeer dynamisch. Er zijn maanlandschappen, waarbij je door kraters loopt. De minimale verandering in uitzicht. Een verte die minimaal dichterbij komt. De zoute lucht, die ik niet ruik, maar vooral voel in mijn ogen en mijn bril die er van aanslaat. Dat maakt het tot een overlevingstocht en ik wil er ook nog de snelheid inhouden, want ik wil voor het donker thuis zijn.

13:22    Ik zit heerlijk op het muurtje van de Oosterscheldekering. Hij licht vlak voor mij. Ik heb het gehaald en ik heb zojuist mijn boterhammen opgegeten en een flesje Cola halfop. Ik had geen zin om watertjes te kopen en Cola zorgt er voor dat ik niet snel aandrang krijg. Het is niet echt heel heet, dus Ik verwacht geen uitdroging. Cola, koffie en thee drijft vocht af, maar het zorgt wel voor een boost. Misschien dat ik tijdens winterwandelingen wel ga investeren in een thermoskan. Ik ben wel weer toiletpapier en een handdoek vergeten. Ik geniet nog even voor ik de stap op de brug waag. Een paar dames op stevige gewone schoenen zijn mij voor. Waarschijnlijk dat ze gewoon een ommetje maken. Ik maak nog wat pictuurtjes en loop dan verder. Ik heb nog noit zo goed naar de staalconstructie gekeken. Zelf werk ik dagelijks met constructies en hydrauliek. Van een afstand. Ik koop het in, dus mijn interesse gaat met name uit naar hoe lang dit hier nu al staat. Momenteel zijn ze bezig met wat onderhoudswerk. Wat ook best interessant is. De grap is dat ik bij de werkgever heb gewerkt, die de cilinders hebben geproduceerd en er destijds wat onderhoudswerk aan de cilinders op het programma stond. Leuk wanneer je daar aan mee hebt kunnen werken, al is mijn rol maar bescheiden en doe je vooral je best. Het mooiste om te zien zijn de meeuwen die zeer oneerbiedig op de constructie hun behoefte doen. De wetenschap dat de zeelucht en het zoute water een behoorlijke slijtageslag is op het materiaal en dat het staal daar niet emotioneel onder is, omdat het geen gevoel heeft. Wat maar goed is, in dit geval. Het watermanagement, wat door deze kering zeer geslaagd is. Helaas heeft de Brouwersdam een grotere impact gehad op de natuur, waardoor het Grevelingenmeer een behoorlijke verandering heeft ondergaan, maar daarover meer. Zover zijn we nog niet. Eerst moet ik dat teringeind over deze kering lopen en het vaste land dat ik denk te zien, is slechts een tussenstop, want er zal nog meer volgen. Ik weet het en toch verheerlijk ik mij er op wanneer ik het bereik. Dan volgt een bordje: Burgh-Haamstede naar rechts en de LF10 Noordzee route rechtdoor. Ik ben zeer eigenwijs, ik ga niet naar rechts. De dames achter mij wel. Je kunt toch niet van dit eiland af. Naar rechts? Gaan we soms zwemmen? Ik begrijp die idioterie niet. Rechtdoor blijkt een gigantisch mooi duingebied te zijn. Ik heb geen tijd om echt de duinen in te lopen. Dus loop ik maar het saaie stuk rechtdoor. Ik kom een opslagplaats tegen met bouwcontainers en wat plaatconstructies. Het is echt een pleuriseind, maar ik moet toch echt door. Stiekem geniet ik van de eenzaamheid, want af en toe zie ik een verdwaalde fietser, die ook eigenwijs is, maar je wordt niet gestoord door auto’s. Er bestaat wel zoiets als een Roompot buiten hier op Neeltje Jans, zoals dit eiland heet. Ik kom Neeltje zelf niet tegen, waarschijnlijk omdat ik links heb aangehouden. Dan zie ik weer wat witte cilinders opdoemen en een groot grijs gebouw. Het is de rest van de kering, die ik in twee etappes moet overbruggen. Bij de tweede etappe zie ik iets als ‘Memmen’ sta. Het geeft mij even afleiding. Ik neem een foto, loop er zelfs voor terug, om het er goed op te krijgen. Thuis blijkt het om ‘Hammen’ te gaan, ach, wat scheelt het. Dan loop ik de kering af en zoek naar borden Burgh-Haamstede. Maar ik vermoed dat het rechtdoor is.

15:30    Ik dwaal nu al een tijdje en het was nog 3 kilometer. Ondertussen heb ik via ‘maps’ gezocht naar een bushalte. Het was mij te ingewikkeld. Ik loop gewoon door naar Burgh-Haamstede, daar vind ik er vast wel 1. Het lijkt er op dat de terugreis 4 uur en 30 minuten gaat duren, weer terug naar Middelburg, maar ik zie wel. Ik wordt een fietspad opgestuurd, het bordje geeft een streepje aan naar Burgh-Haamstede, wat 0 kilometer betekent, dus ik ben er al. Ik dwaal wat totdat er een sportveld is. Dan volgen er een paar winkeltjes. Aangezien ik een zoekend gezicht opzet krijg ik de vraag of ik het kan vinden. Ik leg uit dat ik een bushalte zoek. Ik leg ook uit waar ik naar toe wil. Ik krijg direct antwoord en wederom valt het mij niet tegen. Ik kan via Zierikzee, waar mij een bus naar Rotterdam Zuidplein brengt, waar ik over kan stappen, of via Middelburg, wat makkelijker is, minder overstappen. Aangezien om 16:05 uur de bus naar Oude Tonge vertrekt, waar ik overigens ook achteraf gezien moet overstappen op de bus naar Zuidplein, kies ik voor deze optie.

18:05    Zoals de Oude Tonge, kussen de jongen. De reis is mij tot zover goed bevallen. De bus naar Zuidplein stond direct gereed in Oude Tonge. Waarbij je binnen een half uur op Rotterdam Zuidplien bent. Ik heb daar de metro gepakt naar D Beurs. Ik wist dat ik E moest hebben, maar ik weet dat ik Beurs kan overstappen. Hmmm, echter ik kan niet overstappen en ik had niet hoeven overstappen, ware het niet dat het metrostation Stadhuis is gesloten, in verband met asbestverwijdering. Dus moet ik de tram pakken, waarbij het best even zoeken is. Het is potverdomme in het door God verlaten Zeeland nog beter geregeld en direct besef ik dat natuurlijk Rotterdam door God verlaten is. De mensheid doet zijn best om God uit Zeeland te verjagen, maar tot nu toe is men dat alleen in Rotterdam, Zoetermeer en Eindhoven gelukt en niet te vergeten Almere natuurlijk. Waarbij je niet direct kwaad hoeft te worden wanneer je er naar tevredenheid woont, dit is mijn keuze en dat is jouw keuze. Ik heb nu eenmaal een bijzondere verhouding met deze dorpen.

19:29   Ik zie dat ik 32 kilometer heb gelopen. Op 4 boterhammen, een energiereep, twee kopjes koffie en een flesje cola. Ik ben nog bezig met mijn tweede flesje. Logisch dat ik nog amper een stap kan zetten. Ik hou Karin vanaf het moment dat ik in Leidschenveen in lijn 4 ben ingestapt, omdat ik op Rotterdam Centraal wel weer E Den Haag Centraal kon volgen, op de hoogte  van mijn reis, waarbij ik vanaf Laan van Nooit iedere halte aangeef op mijn manier. Zo doen wij dat. Nu ben ik op de Beresteinlaan. Het is pikkedonker. Ik sta op de halte, aan de overkant waar zij vanmorgen is ingestapt. Nog maar een paar stappen verwijderd van huis. In mijn gedachte zing ik nog 45 stappen voordat ik thuis ben.