De Sporen rond Nederland

4. nov, 2018

We zullen doorgaan

 6:30      Het was al weer veel te lang geleden. Ik heb een plan, maar dat plan rammelt van alle kanten, wanneer je jezelf steeds in allerlei bochten wringt om ook andere dingen te kunnen doen en even heel eerlijk, mijn moeder en mijn vrouw en kinderen zijn mij heel dierbaar, die van jou toch ook.“ Kun je nog wel even afwassen, voordat jij gaat?” “Had dat gisteravond gevraagd, nu wil ik op tijd weg, want ik wil ook nog wel voor het donker thuis zijn.” “Oh!” Nu begrijp ik best dat haar zoon komt met zijn vriendin, na haar werk, dat is gisteren afgesproken en ik had daar gisteravond ook aan kunnen denken, maar ik vertrek en dat beslis ik nog altijd zelf, hoe egocentrisch ook. Dus we stappen heel begripvol samen naar buiten, kussen elkaar en wuiven elkaar uit. Niet uit routine, maar oprecht, omdat het zo voelt.

 6:45      Ik sta op de tramhalte Melis Stokelaan van Lijn 9 en Karin staat bij Lijn 4 op de Meppel weg. Beide haltes dragen de naam Beresteinlaan. Momenteel heb ik geen enkele beer gezien onderweg en dat zal ook wel even duren. Ik bel: “Hé, hoe laat dacht jij de tram te nemen, ik moet nog 18 minuten wachten?” “Ja, we zijn veel te vroeg.” “Maar de afwas had ik niet meer gehaald.”, maak ik mijn punt.We lachen en wensen elkaar een prettige dag. We appen elkaar nog wanneer we rijden. Karin is iets eerder onderweg.

 

7:23      Hmmm, het is altijd zoeken naar het juiste perron. Holland spoort niet helemaal, maar dat kneuterige, dat ondanks de geweldige technische mogelijkheden die voor handen zijn, dat er ook af en toe iets nog niet helemaal goed is uitgedacht. Op perron 3 en 4 staat beide aangegeven Dordrecht, onder aan de trap, op deze borden staat niet de volgende trein aangegeven en wanneer ik naar boven loop staat er toch echt een trein naar Eindhoven gereed. Terwijl ik om 7:29 uur aan de beurt ben met de trein naar Vlissingen. Het is dat ik inmiddels een beetje ervaren ben, maar als je het niet weet dan raak je toch in lichte paniek, terwijl het bij mij wel even opkomt, maar ik vooral een volhouder ben en dat helpt mij overleven in dit onzekere tijdperk en ik overtuigd ben dat ieder tijdperk onzeker zal zijn en dat ons wakker houdt.

 7:33      Ik heb mijn koffie meegenomen en zit weer in de stiltecoupé wanneer een man vraag of dit wel tweede klas is. Ik stel hem gerust en leg hem uit wat dit voor coupé is. Öh, daar heb ik niet bewust voor gekozen.” “Ik ook niet, alhoewel er soms momenten zijn dat ik het wel fijn vind.” Aangezien we de enige zijn in de coupé vraag ik door, naar zijn reis. Nu is hij blijkbaar niet de persoon die na zijn antwoord een wederzijdse vraag stelt, maar ik vind het wel interessant wat hij doet. Hij bouwt een viskwekerij in Thailand en reist via Brussel. Het is een afgelegen dorpje daar, dat van de wereld is afgesloten. Hij verteld dat het hem vooral om het doel te doen is. Hij verdient er niks mee. Ik stel mij vol twijfel op, maar het zou kunnen. Dan komt er een vrouw binnen die ons gesprek abrupt verstuurd door te wijzen naar de gewenste stilte. Ik vind het wel weer prima. Alhoewel we heel misschien nog aan het moment toekwamen dat ik over mijn reis zou vertellen, maar ach, waarom zou hij geïnteresseerd zijn.

 10:10 Ik zit in de bus van Middelburg naar Domburg. In de trein nog even plasje gedaan. Ik hoop uit te komen bij de bushalte waar ik vorige keer geëindigd ben. Het ziet er alleen niet uit dat ik daar uit kom en volgens de bus is de eindhalte de volgende, alleen stappen er nu nog mensen in met koffers, misschien voor de terugreis. Ik zie ook al een bord met strand er op, dus laat ik maar uitstappen. Ondertussen eet ik nog een gezonde energiereep die ik gekocht heb bij de Kiosk. Gewoon lekker, ik was gisteren vergeten om krentenbollen te kopen, is eigenlijk ook erg lekker.

10:37    Na een aardige wandeling door Domburg, waar ik zie dat de bushalte waar ik vorige keer voor de terugweg ben opgestapt wordt gerenoveerd. Ik bedoel dus de straat, dus ook de halte. Ik neem geen tijd om verder Domburg te bezoeken. Ik wil door, want ik weet niet wat ik vandaag kan verwachten. Ik weet dat de Oosterscheldekering op mij wacht daar ergens. Ik noem het een mijlpaal op mijn weg. Ik weet niet hoe lang die echt is en de inschatting voor de hele route is ca. 22 kilometer, alhoewel ik het niet exact heb uitgemeten. Er bestaat zoiets als een officieuze Noordzeeroute, maar ik volg mijn eigen pad. Pal langs de Noordzee.  Zoveel mogelijk.

11:37    De krabbepaaltjes, zoals ik ze noem zijn opgehouden. Ik hoef er niet meer doorheen te manoeuvreren. Daarvoor in de plaats zijn er geulen. Complete rivieren die ik tijdig moet oversteken, anders loop ik mezelf vast.  Aangezien ik bezig ben geweest om de tekst te vertalen van Queen’s ‘We are the Champions’ blijft deze in mijn hoofd rondzingen. Zowel in het Engels, als mijn gekunstelde vertaling. Soms durf ik net iets harder de klanken te laten horen. Soms klinkt het best leuk, voor mij dan. Ik heb er geen enkele bedoeling mee, dan dat het eigenlijk overal over gaat en het jammer is om alleen toe te passen bij sportwedstrijden, aangezien het nu eenmaal juist niet over een sportwedstrijd gaat, maar het zou kunnen, het zou kunnen. Ik vind het spelletje nu eenmaal zelf niet belangrijk genoeg. Terwijl ik weet dat ik nog amper tegen de elementen heb hoeven te strijden, want het is al weer fantastisch weer om te wandelen langs de Zeeuwse, of welke kust dan ook. De zee is relatief rustig en ik moet ver kijken om de echte branding te zien, aangezien er een gigantische zandbank voor ligt en op een deel daarvan loop ik. Ik kijk vooruit en zie vaag iets van het volgende eiland opdoemen en zie ook vaag puntjes van de Oosterscheldekering.

12:00    Ik zie de Oosterscheldekering dichterbij komen, maar ben er nog lang niet. Af en toe is het lastig om op het harde te lopen. Ik zie windmolens ver voor me, maar ze komen niet veel dichterbij. Ze lijken mij het beginpunt van de Oosterscheldekering. Dan komt er weer een geul waar ik omheen moet. Ik baan me een weg over de plasjes. Maak sprongetjes en soms, wanneer ik denk dat ik het niet zal halen probeer ik met mijn tenen een tussenstap te maken. Ik moet zeggen, wandelen langs het strand is toch echt zeer dynamisch. Er zijn maanlandschappen, waarbij je door kraters loopt. De minimale verandering in uitzicht. Een verte die minimaal dichterbij komt. De zoute lucht, die ik niet ruik, maar vooral voel in mijn ogen en mijn bril die er van aanslaat. Dat maakt het tot een overlevingstocht en ik wil er ook nog de snelheid inhouden, want ik wil voor het donker thuis zijn.

13:22    Ik zit heerlijk op het muurtje van de Oosterscheldekering. Hij licht vlak voor mij. Ik heb het gehaald en ik heb zojuist mijn boterhammen opgegeten en een flesje Cola halfop. Ik had geen zin om watertjes te kopen en Cola zorgt er voor dat ik niet snel aandrang krijg. Het is niet echt heel heet, dus Ik verwacht geen uitdroging. Cola, koffie en thee drijft vocht af, maar het zorgt wel voor een boost. Misschien dat ik tijdens winterwandelingen wel ga investeren in een thermoskan. Ik ben wel weer toiletpapier en een handdoek vergeten. Ik geniet nog even voor ik de stap op de brug waag. Een paar dames op stevige gewone schoenen zijn mij voor. Waarschijnlijk dat ze gewoon een ommetje maken. Ik maak nog wat pictuurtjes en loop dan verder. Ik heb nog noit zo goed naar de staalconstructie gekeken. Zelf werk ik dagelijks met constructies en hydrauliek. Van een afstand. Ik koop het in, dus mijn interesse gaat met name uit naar hoe lang dit hier nu al staat. Momenteel zijn ze bezig met wat onderhoudswerk. Wat ook best interessant is. De grap is dat ik bij de werkgever heb gewerkt, die de cilinders hebben geproduceerd en er destijds wat onderhoudswerk aan de cilinders op het programma stond. Leuk wanneer je daar aan mee hebt kunnen werken, al is mijn rol maar bescheiden en doe je vooral je best. Het mooiste om te zien zijn de meeuwen die zeer oneerbiedig op de constructie hun behoefte doen. De wetenschap dat de zeelucht en het zoute water een behoorlijke slijtageslag is op het materiaal en dat het staal daar niet emotioneel onder is, omdat het geen gevoel heeft. Wat maar goed is, in dit geval. Het watermanagement, wat door deze kering zeer geslaagd is. Helaas heeft de Brouwersdam een grotere impact gehad op de natuur, waardoor het Grevelingenmeer een behoorlijke verandering heeft ondergaan, maar daarover meer. Zover zijn we nog niet. Eerst moet ik dat teringeind over deze kering lopen en het vaste land dat ik denk te zien, is slechts een tussenstop, want er zal nog meer volgen. Ik weet het en toch verheerlijk ik mij er op wanneer ik het bereik. Dan volgt een bordje: Burgh-Haamstede naar rechts en de LF10 Noordzee route rechtdoor. Ik ben zeer eigenwijs, ik ga niet naar rechts. De dames achter mij wel. Je kunt toch niet van dit eiland af. Naar rechts? Gaan we soms zwemmen? Ik begrijp die idioterie niet. Rechtdoor blijkt een gigantisch mooi duingebied te zijn. Ik heb geen tijd om echt de duinen in te lopen. Dus loop ik maar het saaie stuk rechtdoor. Ik kom een opslagplaats tegen met bouwcontainers en wat plaatconstructies. Het is echt een pleuriseind, maar ik moet toch echt door. Stiekem geniet ik van de eenzaamheid, want af en toe zie ik een verdwaalde fietser, die ook eigenwijs is, maar je wordt niet gestoord door auto’s. Er bestaat wel zoiets als een Roompot buiten hier op Neeltje Jans, zoals dit eiland heet. Ik kom Neeltje zelf niet tegen, waarschijnlijk omdat ik links heb aangehouden. Dan zie ik weer wat witte cilinders opdoemen en een groot grijs gebouw. Het is de rest van de kering, die ik in twee etappes moet overbruggen. Bij de tweede etappe zie ik iets als ‘Memmen’ sta. Het geeft mij even afleiding. Ik neem een foto, loop er zelfs voor terug, om het er goed op te krijgen. Thuis blijkt het om ‘Hammen’ te gaan, ach, wat scheelt het. Dan loop ik de kering af en zoek naar borden Burgh-Haamstede. Maar ik vermoed dat het rechtdoor is.

15:30    Ik dwaal nu al een tijdje en het was nog 3 kilometer. Ondertussen heb ik via ‘maps’ gezocht naar een bushalte. Het was mij te ingewikkeld. Ik loop gewoon door naar Burgh-Haamstede, daar vind ik er vast wel 1. Het lijkt er op dat de terugreis 4 uur en 30 minuten gaat duren, weer terug naar Middelburg, maar ik zie wel. Ik wordt een fietspad opgestuurd, het bordje geeft een streepje aan naar Burgh-Haamstede, wat 0 kilometer betekent, dus ik ben er al. Ik dwaal wat totdat er een sportveld is. Dan volgen er een paar winkeltjes. Aangezien ik een zoekend gezicht opzet krijg ik de vraag of ik het kan vinden. Ik leg uit dat ik een bushalte zoek. Ik leg ook uit waar ik naar toe wil. Ik krijg direct antwoord en wederom valt het mij niet tegen. Ik kan via Zierikzee, waar mij een bus naar Rotterdam Zuidplein brengt, waar ik over kan stappen, of via Middelburg, wat makkelijker is, minder overstappen. Aangezien om 16:05 uur de bus naar Oude Tonge vertrekt, waar ik overigens ook achteraf gezien moet overstappen op de bus naar Zuidplein, kies ik voor deze optie.

18:05    Zoals de Oude Tonge, kussen de jongen. De reis is mij tot zover goed bevallen. De bus naar Zuidplein stond direct gereed in Oude Tonge. Waarbij je binnen een half uur op Rotterdam Zuidplien bent. Ik heb daar de metro gepakt naar D Beurs. Ik wist dat ik E moest hebben, maar ik weet dat ik Beurs kan overstappen. Hmmm, echter ik kan niet overstappen en ik had niet hoeven overstappen, ware het niet dat het metrostation Stadhuis is gesloten, in verband met asbestverwijdering. Dus moet ik de tram pakken, waarbij het best even zoeken is. Het is potverdomme in het door God verlaten Zeeland nog beter geregeld en direct besef ik dat natuurlijk Rotterdam door God verlaten is. De mensheid doet zijn best om God uit Zeeland te verjagen, maar tot nu toe is men dat alleen in Rotterdam, Zoetermeer en Eindhoven gelukt en niet te vergeten Almere natuurlijk. Waarbij je niet direct kwaad hoeft te worden wanneer je er naar tevredenheid woont, dit is mijn keuze en dat is jouw keuze. Ik heb nu eenmaal een bijzondere verhouding met deze dorpen.

19:29   Ik zie dat ik 32 kilometer heb gelopen. Op 4 boterhammen, een energiereep, twee kopjes koffie en een flesje cola. Ik ben nog bezig met mijn tweede flesje. Logisch dat ik nog amper een stap kan zetten. Ik hou Karin vanaf het moment dat ik in Leidschenveen in lijn 4 ben ingestapt, omdat ik op Rotterdam Centraal wel weer E Den Haag Centraal kon volgen, op de hoogte  van mijn reis, waarbij ik vanaf Laan van Nooit iedere halte aangeef op mijn manier. Zo doen wij dat. Nu ben ik op de Beresteinlaan. Het is pikkedonker. Ik sta op de halte, aan de overkant waar zij vanmorgen is ingestapt. Nog maar een paar stappen verwijderd van huis. In mijn gedachte zing ik nog 45 stappen voordat ik thuis ben.  

4. nov, 2018

"

“Wanneer je denkt dat je niet meer verder kan, moet je nog maar even doorlopen totdat je een bushalte tegenkomt. “

© Hoss Wilstra
"

16. sep, 2018

Je bent hier nooit alleen

Als je denkt dat je ergens in Nederland alleen zult lopen, dan zie je na 100 meter alweer iemand aan komen. In Nederland zijn geen plaatsen waar je, je echt verstoppen kunt. Echter is dat geen garantie dat je gezien wordt. Wat we ook kunnen in Nederland is negeren, er geen acht op slaan. Iets niet alarmerend vinden, terwijl we best kritisch zijn op andere dingen, vooral wanneer we er zelf schade van ondervinden. Nee, in Nederland ben je nooit alleen, alleen kun je wel met rust worden gelaten, soms, wanneer je niet gevonden wilt worden, dan is dat mogelijk. Maar vertel me niet dat je eenzaam moet zijn. Al kan het wel zijn dat je even niet weet, hoe je gevonden moet worden. Niemand heeft gezegd dat het simpel is.

7:02 Onderweg naar Vlissingen ga ik zitten in de stiltecoupé. Ik heb geen zin om mijn rust te laten verstoren, door bellende mensen. Mensen die met elkaar praten in dezelfde ruimte is nog niet zo erg, alhoewel ik ook niet altijd zin heb om te moeten luisteren naar een jammerende puber, over het schoolkamp dat met pijn en moeite is georganiseerd, dat ze het vervelend vind, dat ze zelf moet koken. Dat ze het huisje moet delen met 6 klasgenootjes. Dat ook nog verteld met een zeurderige stem. Waar is het mis gegaan op deze wereld, dat moeders dit soort gedrag tolereren. Ze was het er ook nog mee eens. Nee, ik heb vandaag geen zin, in dit soort gesprekken en ook niet hoe Max het doet ten opzichte van Vettel. Eerlijk gezegd, ben ik helemaal niet geïnteresseerd in de Formule 1. Want wat wil je nog meer dan Hollands Glorie en er zijn momenten dat ik dan niet alleen het Hollands, of zoals je wilt, het Nederlands, landschap bedoel.

 9:42 Mijn rust in de trein is inderdaad niet verstoord. Soms zit er nog wel eens iemand, die wel graag een praatje wilt. Soms is dat ook geen probleem, voor mij, dat is weer anders dan om naar andere te moeten luisteren, alhoewel ik wel weer goed kan luisteren, ik heb er alleen niet altijd zin in. Inmiddels ben ik in Vlissingen aangekomen en mijn telefoon is opgeladen. Dit is alleen maar belangrijk om foto’s te maken en vooral ook, om te navigeren. Al wil ik dit zoveel mogelijk via mijn neus doen. Ik heb speciale navigatieneusvleugels. Ja, ruiken kan ik er niet mee, maar richting bepalen, dat dan weer wel. Om bij het strand te komen moet je eerst een sluisje over en dan kom je langs ‘De Punt’. Die nog moet openen. Ik had anders wel trek in een bakje koffie. Ik vraag hem of ik de juiste kant op loop voor het strand, al is het maar om naar zijn reactie te luisteren. “Strand? Euh, strand?” Hij ziet er uit alsof hij niet weet dat Vlissingen ook strand heeft. “Ik denk het wel.” De reden waarom ik het vroeg was dat er een slagboom staat, maar ik zie twee hardlopers die weg inslaan, dus ik waag het er op. Op zich kan het niet verkeerd, want zolang je langs het water loopt, ga je de goede kant op. Het wil echter nog wel eens gebeuren dat bedrijven een deel hebben ingenomen. Zeker bij dijken. We praten hier over een dijk. Het is niet de mooiste en prettigste omgeving. Leuker is om door het oude dorp van Vlissingen te lopen. Eigenlijk is Vlissingen aan de zeekant helemaal niet mooi. “Het Arsenaal, dat moet dan wel leuk zijn, maar daar heb ik nu geen tijd voor. Dan moet ik toch even een ommetje lopen, want ik heb een brug nodig, bij het jachthaventje. Wanneer ik me voorstel dat Vlissingen vroeger belangrijker was dan Rotterdam, dan heb ik daar toch echt moeite mee, om dit te geloven. Het is de plaats waar vandaan Michiel de Ruyter vaak vertrok en aan kwam. Het heeft echt een verleden en ik drink er een heerlijk bakje koffie op, bij een biologisch tentje, waarvan ik de naam niet duidelijk kan lezen. Ze schenken er echt Italiaanse koffie, ik ben blij dat ik een Lungo heb genomen, waardoor ik de smaak echt proef. Deze smaak ben ik in Nederland echt nog nooit tegen gekomen. Hier kan ik wel even op teren. Ik moet nog even het toilet bezoeken en aangezien het krijtschrift voor mij vaag is, dus niet duidelijk stap ik per ongeluk het dames toilet in, terwijl er net een dame naar buiten gaat. De vrouwelijke eigenaar vermaand mij, de dame die naar buiten loopt helpt mij echter. “U kon dat niet zien, want ik deed net de deur open.” Ze moest eens weten. Dan complimenteer ik de eigenaar aangaande ‘bonenkeus’, ik meen het oprecht.

 10:25 Ik zet mijn tocht weer voort. Vlissingen is groter dan mijn vermoeden mij ingaf. Ik besluit langs de boulevard te lopen, omdat ik niet goed kan zien of er in de verte noch strand is. Ik moet zeggen dat de Boulevard wat saai overkomt. Er staan een paar hotels, met daartussen eenvuodige woonhuizen. Het strand is op één punt erg breed. Je ziet de mensen lopen die hun hondje uitlaten. Nee, verlaten is het niet. Voor enkele hotels staat een zonneterras op de boulevard. Vanzelfsprekend gebeurd er op dit tijdstip niet veel. Vooral omdat er verder geen winkeltjes zijn. Ook in het hoogseizoen niet. Ik zie een schip richting open zee varen en denk ‘Aan de Kust’. Bij ‘Bizarro Beach’ is er een bocht. Ik kan er voor langs en zie dat ik toch het strand had kunnen volgen. Ik kom op het strand en er ligt een pad van houten loopplanken over het strand voor de strandhuisjes daar. Aan het einde lijkt het dat ik weer de dijk op moet klimmen. Ik doe dit braaf terwijl er gelijktijdig een ‘work-out’ bezig is van een aantal sportievelingen. Later zie ik dat ik nog steeds langs de zee had kunnen lopen, te laat ik ben nu al in de duinen. Dus ik wijk even af, want ik kan hier niet meer naar beneden. Tot ik toch een zandpad zie, die naar het strand loopt.

 11:16 Dishoek. Een maan gooit zijn netten over de paaltjes. Dit is één van de weinig overgebleven strandvissers aan de Nederlandse kust. De paalhoofden zijn overigens best wel obstakels soms, omdat je er niet overal eenvoudig tussendoor kunt. Je moet dan echt een gaatje zoeken, zodat je niet vast komt te zitten en de lage paaltjes, kunnen mijn scheenbeen kosten, omdat ik dan even niet oplet. Het is iedere keer manoeuvreren. Soms loopt er een klein beekje naar beneden tussen de paaltjes, waardoor je of natte voeten krijgt, of een hele grote stap moet maken en zelfs springen. Het is maar goed dat ik de ‘Steeple Chase’ in de atletiek zo waardeer en ook de ‘Cross Country’. Dit is wat in mijn systeem zit en mij helpt om mij niet gek te laten maken. Soms veranderd de ondergrond ineens in een hobbelige toestand. Wanneer je niet oplet, dan lig je zo zand te happen. Nee, hier heb ik geen moeite mee, ik heb meer moeite met asfalt. Afstand inschatten is een ander probleem op het strand. Je oriënteert je op een punt, totdat je dat punt eindelijk voorbij bent. Zo eenvoudig is het, maar dat punt voorbij zijn, dat kan lang duren. Dus geniet je ondertussen van het gevoel van vermoeidheid dat langzaam in jouw benen kruipt. Je concentreert je op het ademhalen, omdat wandelen soms best inspannend is, op deze manier. Niet onprettig, omdat je links de golven tegen de kust hoort slaan en rechts de duinen jou vriendelijk doch licht dreigend aanstaren. Er zijn veel strandhuisjes op dit eiland. Het strand staat er vol mee en er lopen ook best veel mensen, al ben ik de enige die vandaag van Vlissingen naar Domburg loopt, daar lijkt het wel op. Zeker in dit tempo. Waar het niet om gaat, maar ik wil ook op tijd zijn voor de soep en dat brengt toch een extra dimensie aan. Het punt waar ik naar staar is Zoutelande. Dan zie ik paravliegers in de lucht. Nee, dit zijn geen normale parachutisten. Ik vraag me ook af hoe ze daar zijn aangekomen. Ze blijven lang hangen en maken vreemde capriolen. Het lijkt een nieuw soort sport, uitgevoerd door gepromoveerde kitesurfers. Want om dit te kunnen moet je echt verstand hebben van wind, thermiek en knopen. Daar waar sommige zeilers en windsurfers maar wat doen, tenminste wanneer je begint. Kun je als beginner van deze sport dat niet permitteren. Althans zo lijkt mij.

12:07 Ik rust wat uit op Zoutelande. Ik ben het dorp al voorbij. Het is tijd om wat te drinken, wat ik nog niet heb gedaan en om even mijn boterhammen te eten. Voor mij zie ik amateurvissers zitten met hun werphengels. Dat is iets wat ik nog nooit begrepen heb en nog altijd niet begrijp. Ze zitten op hun stoeltje, maar hoe ver moet je werpen? Hoe kun je zien wat je vangt? Hoe voorkom je dat jouw haakje weer aanspoelt in de branding. Ik ga het ook niet vragen. Ik verwonder me slechts, over dit fenomeen. De boterhammen bevallen mij goed. Al zit er slechts kaas op en boterhamworst, waar ik dan geen liefhebber van ben. Echter heb ik het er zelf opgedaan en het is nu wel welkom. Waarschijnlijk heb ik een 10 minuten tot een kwartier gezeten en ik loop verder richting Westkapelle. Een andere mijlpaal, aangezien daar het eiland van richting Noordwest, richting Noordoost gaat. Niet extreem, meer richting het Noorden, dan Noordoost. Ik richt me op het punt, dat nu verschijnt, een soort seintoren.

13:05 Ik kom steeds dichterbij de toren, dan ineens houdt het strand op. Ik moet de dijk op. Loop langs de Strandhoofden omhoog. Dan loop ik verder over de asfaltweg. We komen bij het KNRM station. Mijn telefoon geeft aan Boudewijnskerke, later blijkt het wel degelijk tot Westkapelle te horen. Terwijl Boudewijnskerke weer mogelijk bij Zoutelande hoort. Ik weet er nog te weinig van, er zit wel een mooie historie achter. Maar deze sla ik maar even over. Voorbij het station kun je direct het strand weer op, langs vanzelfsprekend strandhuisjes, echter moet je al snel weer omhoog, waar je wederom een dijk op moet klimmen. Daar beland je op de dijk van het dorp Westkapelle. Inmiddels hebben mij hele kuddes hardlopers gepasseerd, ondanks dat ze geen startnummer op hebben lijkt het mij dat ze wel meedoen met een evenement. Even verder langs de dijk staan er vlaggetjes in het gras en is er een verversingspunt. Zeeuwse Kustmarathon. Ik dacht dat die in oktober was. Mogelijk is het een publieke trainingsmogelijkheid. Ik had gezien dat het nog zo´n 6 kilometer is naar Domburg. Vanaf de verversingspost voor de hardlopers, loop ik over een onverhard fijn geel grindpaadje. Een beetje glooiend, ik kan ook langs het fietspad, maar dit loopt wel lekker rustig. Ineens hoor ik een fietser achter mij roepen: “aan de kant.” Ik leg hem uit waar het fietspad is en hij zegt eigenwijs: “het is goed met jou.” Waarop ik antwoord: “maar niet met jou.” Zijn maatje zegt verontschuldigend. “bedankt.” Want natuurlijk ben ik niet zo principieel om hem niet door te laten. Ze hebben een mountainbike en vinden dit uitdagender waarschijnlijk. Dat wil niet zeggen dat ze moeten vergeten waar ze rijden. Ik zie Domburg in de verte denk ik. Het ligt vrij hoor, voor dit verder platte achterland. Zelf begeef ik me nu op de dijk. Dan zie ik helemaal onderaan weer strand. Langzaamaan loop ik naar beneden om de laatste paar kilometer nog over het strand te lopen en wederom de Strandhoofdpaaltjes te trotseren. Een strandfietser baant zich ook een weg door de paaltjes. Als dat maar goed gaat. Een kudde meisjes met een kudde Alpaca’s lopen ook langs het strand. Ik zeg: “oh, daar ben je gebleven.” Wanneer ik het uitleg dat ik mijn vrouw soms Alpacaatje noem, begrijpen ze het nog niet helemaal. Het ziet er leuk uit. Langzaam aan komt de strandopgang, of juist afgang van Domburg dichterbij. Ik heb mij voorgenomen om even het water in te gaan, wanneer ik ben aangekomen. Dat doe ik. Dan loop ik de trap omhoog, om boven mijn voeten te drogen en mijn schoenen weer aan te trekken. In het dorp is het feest. Jazz at the Sea. Ik bestel staande bij een tap en een orkest een biertje. Waarom niet. Ik lust ook wel wat eten, maar ik moet op zoek naar een alternatieve halte voor de bus. Aan het einde van de straat blijkt gewoon een halte te zijn voor de bus naar Tilburg en een 70 jarige man zit al in het hokje. Hij komt uit Middelburg en we raken aan de praat. Zo kom ik weer van alles te weten. We passen Oostkapelle, waar dit weekend het laatste mosselfeest is van het eiland. Daarna kun je ze alleen maar kopen. Op het plein staat een ongelooflijk grote mosselpan. Ik krijg trek en mis Karin. Wanneer ik in Middelburg op de trein stap is het 16:00 uur over twee uur ben ik bij Holland Spoor. Waar ik de tram pak richting Melis Stokelaan. 24 kilometer in ongeveer 4 uur heb ik gelopen, blijkt later. Hier eindigt het spoor van vandaag.

16. sep, 2018

"Wanneer het tij keert, wordt het of eb, of vloed. Je kunt maar beter voorbereid zijn."

Hoss Wilstra
9. sep, 2018

Het zal nooit meer hetzelfde zijn.

Het zal nooit meer hetzelfde zijn. Dat was ook niet de bedoeling. De reden dat je iets onderneemt is om verandering tot stand te brengen en niks is dan meer hetzelfde. Wanneer je teruggaat zul je de tijd nooit terug kunnen zetten en dat het dan hetzelfde is. Kansen krijg je maar één keer. Dus dan kun je ze maar beter pakken, of genieten dat je ze gekregen hebt..Zo vertrek ik die bewuste ochtend, 8 september 2018, om ongeveer 7:50 uur naar de Melis Stoke laan, om te gaan vertrekken om een start te maken met een wandeltocht rond Nederland. Een tocht die ik wil maken om meerdere redenen. Het gaat te ver om die nu allemaal op te noemen, dan wordt het wel een erg dik boek. Het gaat misschien te ver om te zeggen dat ik het ook doe voor jou, want wat heb jij er nu mee te maken. Al zal ik het zeker altijd voor mezelf doen. Want natuurlijk vind ik het leuk om te doen, alhoewel ik daar niet altijd hetzelfde over zal denken. Doe ik het voor jou, om jou bewust te maken hoe creatief we kunnen zijn. Hoe mooi Nederland is, ondanks het vele zeuren en de verkeerde beslissingen die gemaakt worden, voor jou en de rest van de wereld. We hebben in Nederland de vrijheid om zo’n tocht te maken. We hebben een wereld van onbegrensde mogelijkheden. Natuurlijk is het een keuze om op de bank te blijven zitten en heel eerlijk, ja, ik had het liefst mijn vrouw meegenomen met mijn tocht, maar het komt mij ook wel uit om het alleen te doen.

7:02      Ik zit in lijn 9 op de halte Melis Stokelaan. De laatste honderd meter heb ik willen rennen, om deze nog te halen. Nee, er zat geen druk achter, maar ik wilde graag de eerste tram op zaterdag en bleek daarvoor toch wat laat van huis. Dat kwam weer omdat er geen druk achter zat. Waar ik aan liep te denken onderweg naar de tramhalte is aan de man naar wie de straat is genoemd. Melis Stoke, mogelijk geboren in Zeeland, is één van de schrijvers van de rijmkroniek van Holland. Deze ontstond in twee fasen. De eerste schrijver is een anonieme schrijver, die een kroniek schreef op rijm tot het jaar 1205, rondom 1280. Melis Stoke heeft dat weer opgepakt, rond 1305 en schreef het vervolg. Vanzelfsprekend is Holland na die jaren een beetje gegroeid en noemen we het geheel tegenwoordig Nederland, aangezien bepaalde provincies nooit tot Holland zullen behoren en dat geeft ook niks, het is een zaak van eigen identiteit, die ze als zelfstandige eenheid willen en zeker ook best waardevol is, om deze te behouden, echter hebben deze provincies ingezien dat aansluiting bij de Normen en Waarden van Holland, die misschien niet allemaal helemaal sluitend of passend zijn, maar in de grote lijn wel, zo zijn voordelen bied. Eigenlijk geheel toevallig dat mijn reis naar het startpunt juist in de straat begint, van deze schrijver, maar zoals u weet, er is niks toeval, alleen niet bewust over nagedacht. Zo kom ik aan op, jawel station Holland Spoor.

7:20      Op Holland Spoor, wat een prachtig historisch station is, zoek ik het perron, waar de trein naar Vlissingen aankomt en vertrekt. Ik geniet van het gebouw, altijd wanneer ik hier ben, geniet ik er van, alhoewel het wel erg donker is op het perron. Het is hier altijd donker. Dat was zo. Zo zijn die gebouwen, wat eigenlijk zeer grote loodsen zijn gebouwd. Het tegelwerk, de versieringen. Ik zoek de restauratie. Ik weet namelijk dat er best een aardige Kiosk filiaal op het perron gevestigd is. Ik ben dol op de detailhandel in stationsgebouwen. Het is één van de dingen waar ik erg gelukkig van wordt. Kijk dat is nu de liberaal in mij. Het is namelijk deze vrijheid van handel die ons land heeft groot gemaakt. Daarin zijn wij altijd vooruitstrevend geweest en vertel mij niet dat het beter kan. Beter gaat namelijk vaak ten koste van andere normen en waarden. Dus ik bestel een extra sterke cappuccino, want ik heb deze eerder geproefd en weet dat die lekker is. Alhoewel die dekseltjes wel verbeterd moeten worden. Tegenwoordig moet je deze er zelf op doen en ik ben nu eenmaal niet zo handig. Maar het gaat goed, dit keer gaat het goed.

7:29      De trein is op tijd en het is lekker rustig. Ik neem een plaatsje in het bovenste deel van de trein, alhoewel ik niet direct een voorkeur heb, maar ik heb zin om de wereld vanaf daar te bekijken. Dan bekijk ik de berichtjes die op mijn post op Facebook zijn binnengekomen, waarom ik dat doe, ik denk overmatige nieuwsgierigheid. Ik ben er nog niet uit of dit mij iets brengt, of dat het mij meer brengt om dit te onderdrukken. Ach, weet je, de grootste wereldproblematiek kun je zelf oplossen. Het moment dat ik dat bedenk begint het silhouet op het bankje aan het rechtse raam te spreken. Hij begint zo maar in het wilde weg over een onderwerp, zonder mij iets te vragen. Het is een oudere man, wat ook vertekend kan zijn en voor sommige mensen ben ik ook een oudere man. Hij lijkt in ieder geval eenzaam. Ten minste hij heeft een eenzaam voorkomen. Ik zou een eenzaam voorkomen niet kunnen omschrijven, maar wanneer ik Columbo noem, als personage zul je hem misschien herkennen, alhoewel hij zeker niet zijn ogen heeft. Zijn kleding zit net zo slordig en is donkerbruin. Hij heeft een plastic tasje bij zich, waar hij zijn spulletjes in heeft.

“Ik heb weekend vrij!” Voordat je nu denkt dat ik een grapje maakt als ik zeg dat mijn vrouw dat ook heeft, moet je eerst weten wat ‘weekend vrij’ inhoudt. Weekend vrij is een NS-abonnement die je in de weekends vrij reizen geeft. Nu ben ik de vervelendste niet, dus ik geef de man repliek die er voor zorgdraagt dat we een soort van gesprek hebben. Alhoewel het geheel oppervlakkig blijft. Vooral omdat de man zelf graag wil zeggen wat hij zeggen wil. Af en toe probeer ik ook iets, maar meestal brengt het niks. Luisteren en beperkt repliek geven lijkt de beste tactiek. Dan komt er een man met een boek de Coupé binnen en het was mij inmiddels opgevallen dat ik in een stiltecoupé ben gaan zitten. Het silhouet probeert om nog iets te zeggen en ik wijs op het logo. De man met het boek bedankt mij en het silhouet respecteert dat, zoals gezegd, een aardige man, alleen zijn timing laat te wensen over. Zo komt hij na een kwartier naast mij zitten en begint over open monumentendag, wat binnenkort is. Ik antwoord kortaf. De meneer begrijpt het.

8:16      We passeren de Ouwe Moerdijk. Het Silhouet komt naast me zitten en zegt: “We kunnen nu wel weer praten. De Boekhouder is vertrokken en er zit verder niemand in deze coupé.” “Wat een mooi kanaal, er zijn alleen weinig bootjes. Volgens mij is dit het Noordzeekanaal.” Ik zeg, “dit is de Moerdijkbrug”, waarbij ik doel op een spoorbrug over het Hollands Diep. Ik heb echter geen zin om het de man uit te leggen, want hij interrumpeert mij door te herhalen. Volgens mij is dit het Noordzeekanaal. “Oh?” De man pakt een sigaartje, ik denk: “nou even opletten.” “Rook jij ook.”, vraagt de man. “Nee” “Heb je ooit gerookt?” “Nee, lieg ik.” Helaas heb ik ooit wel iets gerookt. Niet lang, ik denk alles bij elkaar 1 jaartje. Met tussen poses. Maar ik heb geen zin om hier verder iets van te zeggen en ook niet dat de man zijn sigaartje opsteekt, want inmiddels kan ik daar echt niet meer tegen. Ik ben erg blij dat nergens meer gerookt mag worden binnen, want ik kan daar echt niet meer tegen. Mijn vader rookte vroeger wel en als ik thuis kwam na het trainen, dan vluchtte ik naar mijn slaapkamer. Volgende stop Roosendaal. Dat is waar de man uit moet stappen. Ik wens hem een prettige dag. De trein stijgt verder vanaf Roosendaal naar Bergen op Zoom. Het is de verste hoek van Brabant, ten minste vanaf waar ik vroeger woonde. Ik denk dat het er best mooi is, maar het enige dat ik weet is dat er veel distributiecentra zijn en vroeger waaronder naar wat ik weet Philip Morris, als grote werkgever. Het is zo maar wat parate kennis. Om een bruggetje af te sluiten en door te gaan naar een volgend punt van mijn reis.

9:30      We zijn al weer een uurtje verder na Roosendaal. We zijn heel wat idyllische plaatsjes gepasseerd. Rilland-Bath, Krabbendijke, Kruiningen-Yerseke, Kapelle-Biezelinge, Goes en Arnemuiden. De klok sloeg pas weer in Middelburg, ongeacht of het nu ten Westen of ten Oosten was van het Midden. Ondertussen zie ik nu in Middelburg dat mijn telefoon nog maar voor 50% is opgeladen. Hij loopt dus sneller leeg dan verwacht. Ik dacht dat dit het laatste station was voor mijn volgend vervoermiddel, maar er is er nog één, Vlissingen Souburg voor ……

….9:46 Vlissingen. Ik sta eindelijk voor het Tolhuisje van het Veer naar Breskens. Ja, de Tolhuisjes, zijn best groot tegenwoordig. Ik heb het na wat dwalen rond het stationsplein maar gevraagd. Ik kon geen bordje vinden naar het veer. Maar het veer ligt gewoon naast het station en daar was ik nog niet geweest. Op de boot maakt een euforisch gevoel zich van mij meester. Want het is toch geweldig om in de ochtend te vertrekken en nu op het Veer te staan die mij naar Breskens brengt. Ik denk aan de Uitvreter, ja, wederom denk ik aan Nescio, omdat de Uitvreter daar was opgepikt, op het veer. Waarom ik er ineens op kwam weet ik niet, het lag niet in mijn bedoeling, maar misschien is het gunning. Net als de Uitvreter zelf een gunningsoffensief had, de vraag is of hij dat zelf wist. Of het de bedoeling was van zijn schepper, dat hij dat wist. Ik hou van dit land. Van zijn onbegrensde mogelijkheden. Nederland 1, Amerika 2. Ik geloof echt niet in de onbegrensde mogelijkheden van Amerika, al sympathiseer ik met zijn ’66 route. Wij hebben in Nederland zo veel te bieden, geen wonder dat we zo populair zijn. De wind waait door mijn koppie en misschien wordt het mij wel iets te veel.

10:30    We zijn inmiddels 3 kwartier verder en ik had de bus bijna gehad die mij richting Cadzand zou brengen. Ik had het vooraf allemaal opgezocht, maar had een detail gemist. De vriendelijke vrouwelijke buschauffeur, zij was blond, ik schat haar ongeveer begin 30 en niet onaardig voor onze zonen en ja, er bestaat een mogelijkheid, ook voor onze dochters, adviseerde mij om de Haltetaxi te bellen en ze wees mij op het elektronisch informatiebord.

Ik liep de bus weer uit, om te bellen, wat zij echter niet wist is dat ik eerst naar Oostburg had gemoeten en vanaf daar zou de Haltetaxi mij op kunnen pikken. Wat wel jammer was, was de sneer van de dame van de Haltetaxi. “Ik ga er vanuit dat indien u zo’n reis maakt, dat u eerst gaat informeren.” Misschien was dat een reactie op iets dat ik zei, dat ik uitga van wat mij door de buschauffeur verteld wordt en dat ik het al niet prettig vond, terwijl er geen druk op zit. Ik vind dat je wel moet zorgen dat je goede informatie moet verstrekken als professional en dat je een klant altijd voldoende moet informeren en zeker niet moet verwijten. De dame aan de telefoon vond dat niet prettig. Dat begrijp ik wel. Dus vroeg ik opnieuw, hoe kom ik nu dan wel in Cadzand. Ze zocht het één en ander op in Connexion, maar ineens zag ik dat de volgende bus over een uur zou vertrekken, dus melde ik dat. Ik gaf aan dat ik over een uur richting Oostburg kon rijden. Zij kon alvast de taxi reserveren. Ik vroeg haar naar de verste uithoek, op het strand in Cadzand en gaf aan dat ik terug zou lopen. Dat zou dan Cadzand-Bad boulevard worden. Ze boekte de reis en prognosticeerde de kosten op € 2,15. Geweldig toch. Ondertussen at ik een Blue Berry Muffin en dronk een koffie.

12:30    Eindelijk kon het spel beginnen. Ik was uit de Taxi gezet op de Boulevard, wat eigenlijk gewoon de doorgaande weg is. Voor het strand moest ik nog even zoeken. Uiteindelijk vond ik een opgang en de afgang, die wilde ik een goed startpunt hebben nog even voorbij moest lopen. Ik liep nog een paar afgangen, die wanneer je de strand weer af zou moeten weer opgang heet, voorbij. Bij een klein jachthaventje met een piertje liep ik het strand op. Het strand staat vol met om de paarhonderd meter paaltjes. Ik kende het wel van de plaatjes en aan de Belgische kost heb ik dat ook wel gezien. Wat nu wel bijzonder is, is wanneer je 300 meter na de start al moet poepen. Tja, dat kon dus bij het paviljoen, wat daar stond. Ik had geen zin om daar nu al iets te gebruiken. Misschien later. Wel at ik onderweg mijn boterhammen. Wat best lastig is, lopen en boterhammen eten. Dat had ik al eerder gemerkt. Karin had mijn zakje netjes dichtgebonden met een sluitinkje. Deze stak ik in mijn broekzak, ik gooi niks zo maar weg. De kruimels waren af en toe droog in mijn keel en ik merkte ook dat ik langs de vloedlijn liep. Het strand was erg schuin en het harde werd telkens overspoeld door de zee. Het is prachtig natuurlijk, maar wel zwaar. Hier en daar was het modderig, kapotgereden, of mul. Het voelde in ieder geval zwaar en al snel kreeg ik last van wat spiertjes in mijn rechterheup. Toch kon ik lekker doorlopen. Niet dat het een wedstrijd is, maar het is fijn om niet te slenteren. Er lag veel zeewier op het strand en een mevrouw liep te zoeken met een schepje. Een kindje heeft nog even gezwommen. Zou ik ook wel willen, maar ik heb geen handdoek meegenomen. Dan zie ik verderop een bocht. Het is een grote bocht, niet helemaal voorspeld. Het lijkt er zelfs op dat ik niet verder kan. Er loopt een soort van riviertje. Ik kan het einde niet zien, waar zou ik over kunnen. Aan de overkant zijn ook mensen aan het zoeken en iemand gooit een soort van steentje, om te kijken hoe diep het is. Dan zie ik een vrouw proberen over te lopen. Kijk het af en probeer het ook. Al wordt dit natte voeten en ik heb geen handdoek bij me. Deze schoenen pretenderen waterdicht te zijn, al kan het zoveel water natuurlijk niet aan, maar ik ben over en vraag een mevrouw om een foto te maken. Dan vervolg ik mijn tocht. Het lijkt hier wat beter te gaan en ik maak vorderingen. Tot het strand erg smal wordt, maar ik blijf het volgen. Ik wil de omtrek volgen van ons land. Twee suppers  gebruiken juist dat stuk en hun hele hondenfamilie is mee, waardoor ik moet manoeuvreren om door te gaan. Dan wordt het weer breder en ik passeer het zoveelste gedeelte met luxe strandhuisjes. In de verte wordt Vlissingen nog groter. Schepen die ik achtervolgde lijken aan te gaan meren. Breskens kan nooit meer heel ver zijn. Ik focus op een zwart puntje, waar ik na een tijdje vanzelf uit zal komen. Het blijkt een dijk te zijn, die mij brengt naar de Vuurtoren van Breskens, mijn telefoon heeft het begeven er zit geen soep meer in. Tja, niks zal ooit nog hetzelfde zijn. Ik denk dat ik dit moment nooit kan terughalen. Ook niet de momenten daarna. Ik loop nog een stukje langs het strand van Breskens en kom dan op de dijk die mij naar he Tolhuisje van Breskens brengt. Over 3 minuten staat het veer klaar en ik gedraag me als Kate Winslet in de Titanic, na een kleine versnapering uit de automaat in Breskens te hebben gehaald. Op het veer gedraag ik me als haar. Je hebt het gehaald kerel, ja tuurlijk heb je het gehaald, maar het gaat om de daad, dat je het echt hebt gedaan. Ineens begrijp je heel Zeeuws Vlaanderen, terwijl je slechts het strand hebt gezien. Je begint het te begrijpen, het kwartje dat gedegradeerd is naar 20 cent, maar wat wel meer waard is, nu ja, wanneer we ons in de maling laten nemen, dat kwartje valt. In de trein is het rusten en eigenlijk 12 uur na mijn vertrek vanmorgen ben ik weer thuis waar ik wil zijn, tot de volgende etappe.

18:50    Ik ben thuis.