20. mei, 2016

De bochten in voorbereidende herinneringen bocht 12

Alpe d'Huzes 2016
De voorbereiding
Bocht 12:  euforische twijfel

Niet om de aarde te raken
Niet om de zon te zien
Niets meer te doen, maar
Loop loop loop
Laten we rennen
Laten we rennen
Huis op de heuvel
Maan ligt nog steeds
Schaduwen van de bomen
Getuige van de wilde wind
Kom op, vrienden, loop met mij

Laten we rennen
Ren met mij
Ren met mij
Ren met mij
Laten we rennen

Van 13 naar 12 moet ik weer even wandelen, een stukje naar boven, in de bocht. Op het rechte stuk loop ik weer een stukje hard. Licht en donker lopen door elkaar. Ik loop in een droomwereld. Hemel en Hel gelijktijdig. Al is dit nog maar het begin dat komen gaat. Even later gaat het weer. Steeds rechts aanhouden. Inmiddels passeren ook fietsers en de eerste is al boven geweest. Hij snelt in afdaling voorbij.
De dag is begonnen en ik geniet met volle teugen. Ook doordat ik iets zie wat op een zon lijkt.

Het herenhuis is warm, op de top van de heuvel
Rijk zijn de kamers en het comfort daar
Rood zijn de armen van weelderige stoelen
En je zal een ding niet weten tot je het binnen kan krijgen
Een lijk, een dode president in de auto van de bestuurder
De motor draait op lijm en teer
Kom langs, ga niet te ver
In het oosten om de tsaar te ontmoeten
Ren met mij
Ren met mij
Ren met mij
Laten we rennen

Nu een jaar later in mijn nieuwe voorbereiding kijk ik weer uit naar die momenten. Oh, ja, ik ga het heel anders doen, want veel ben ik vergeten. Van de bochten die nog komen gaan. Ik ga nu een mooi schema aanhouden en een beetje vasten, ik heb iets te veel massa gekregen. Maar het gaat goedkomen, dat is zeker. Er zijn momenten dat het licht zich verborgen houdt, ik tast dan in het duister, maar ik blijf niet zitten, wachtend tot iemand voor mij het licht aan doet, al is het soms verstandiger. Zoektocht naar licht, levert soms littekens. Maar wat zijn nu littekens? Tegenover andere ellende. Ik ga het gevecht aan. Met wie? Nou wanneer ik voel dat het even moet. Ik ben strijdvaardig, maar liever nog, lig ik op een alpenweide te genieten van een buizerd. Of de Scholekster die ik vandaag tegenkwam, op het industrieterrein.

Whoa!
Soms als vagebond geleefd, aan de kant van een meer
De ministers dochter was verliefd op de slang
Wie woont er, goed ontvangen door de kant van de samenleving
Wakker worden, meisje, we zijn bijna thuis
Ja, kom op!
We moeten de poorten van de Ochtend zien
We moeten nu, Goedenacht

Zon, zon, zon
Branden, branden, branden
Binnenkort, snel, snel
Maan, maan, maan
ik zal je krijgen

Spoedig!
Spoedig!
Spoedig!

Ik ben de Hagedissen Koning
ik kan alles doen