19. mei, 2016

De bochten in voorbereidende herinneringen bocht 13

Alpe d'Huzes 2016
De voorbereiding
Bocht 13: nergenshuizen

Nou we weten waar we gaan
Doel: we weten niet waar we zijn geweest
En we weten wat we weten
Doel: We kunnen niet zeggen wat we hebben gezien
En we zijn geen kleine kinderen
En we weten wat we willen
En de toekomst is duidelijk
Geef ons de tijd om het uit te werken,
ja?
We zijn op een weg naar nergens
Kom doe mee
Het nemen van die rit naar nergens
We zullen dat ritje maken
Ik ben in orde, dat voel ik vanmorgen
En je weet
We zijn op de weg naar het paradijs
Daar gaan we, hier gaan we
We zijn op een rit naar nergens
Doe mee
Het nemen van die rit naar nergens
We zullen dat ritje maken
Misschien vraag je, je af waar je bent
Kan me niet schelen
Hier is waar de tijd aan onze kant is
Neem je daar, daar neemt jou

We zijn opweg naar nergens
We zijn opweg naar nergens
We zijn opweg naar nergens

De weg van bocht 14 naar 13 haalt je uit je roes. Je was van plan om minstens naar bocht tien te lopen zonder te wandelen, in de wetenschap dat eenmaal gewandeld, het moeilijk is je ritme weer op te pakken. Toch lukt het me. Nu wordt het ook iets lichter en dat effect van de opkomende zon is prachtig. Vanaf hier wordt het uitzicht alsmaar mooier. Eigenlijk ben je wel weer toe aan een versnapering, maar je moet even wachten. Het enige wat je hebt gehad is wat water. Later pas besef ik dat mijn voorbereiding slecht is. Maar goed, zo heb ik het iedere halve marathon gedaan.

Er is een stad in mijn gedachten
Kom langs en neem die rit
En het is goed, lieverd, het is al goed
En het is heel ver weg
Met recht groeit het met de dag en het is in orde
Lieverd, het is al goed
Wilt met me meegaan
Je kunt me helpen het lied zingen
En het is al goed, lieverd, het is al goed
Zij kunnen jou vertellen wat te doen
Doel: ze zullen je voor schut je zetten
En het is al goed, lieverd, het is al goed
Er is een stad in mijn gedachten
Kom langs en neem die rit
En het is goed, lieverd, het is al goed
En het is heel ver weg
Met recht groeit het met de dag en het is in orde
Lieverd, het is okay, ja
Wilt je mee te gaan
Je kunt me helpen het lied zingen
En het is al goed, lieverd, het is al goed
Zij kunnen jou vertellen wat te doen
Doel: ze maken een dwaas van jou en het is allemaal niet erg
Lieverd, het is al goed

We zijn opweg naar nergens
We zijn opweg naar nergens
We zijn opweg naar nergens
We zijn opweg naar nergens

Dit jaar heb ik de training in Wanne beter voorbereid als vorig jaar. Uiteindelijk heb ik meer kilometers in de benen. Toch, of eigenlijk dankzij de weinige kilometers de afgelopen weken voel ik me minder dan vorig jaar. Of komt het omdat ik toch wat vermoeid ben van de week. Karin is vermoeid en ik maak me zorgen om haar, omdat ze toch het volledige rondje van 12 kilometer gaan wandelen. Hetzelfde rondje dat wij dus hardlopend afleggen. Maar ze zegt dat ze zich goed voelt.
We maken lol en we hebben serieuze gesprekken. Vooral met Piet, mooie man. We luisteren naar elkaars verhaal.
Ik ontmoet Renate en ontdek dat we elkaar vorig jaar gesproken hebben. Ik was als eerste bij de start en daar was zij. In mitella. Bij de Wannetraining vorig jaar heb ik haar niet gesproken. Maar wel in Frankrijk, op het bankje, voor de tent. Zo grappig en zo tekenend voor dit evenement. Bij Alpe d'Huzes verbroedert sport echt. We wisselen wat tips uit. Logistiek en timing van de beklimmingen. Ik heb meer vertrouwen gekregen, maar ook minder. Ik heb de kriebels, nog meer dan vorig jaar. Piet vroeg mij naar mijn beleving van terugkomen. Hij bedoeld 2 jaar achter elkaar Alpe d'Huzes. Ik beleef het anders en misschien wel nog intenser. Ik ben niet minder, ook niet meer gemotiveerd.
Maar ik ben wel zenuwachtiger en zie er meer tegenop. Vorig jaar was ik er meer klaar voor. Wat gaat er gebeuren onderweg. Bij de finish, bij de start?
Behalve dat ik gewoon moet lopen om boven te komen. Op mijn eigen tempo. Op mijn eigen manier. Eigenlijk nergens naar toe, maar ook overal naar toe.
Na mijn 2e beklimming hoor ik boven op de Stockeu dat Karin geblesseerd is. Vlak voor de laatste beklimming van het stuk dat we gisteren gelopen hebben. Haar knie begon te protesteren. Ik wordt nog ongeruster, ik wil naar haar toe, zo snel als ik kan, maar ik kan niet zo snel. Moet een stuk wandelen. Kan het hardlopen uiteindelijk toch weer oppakken.
Ze kan nog wel staan en lopen, zodra ik haar zie. Thuisgekomen kan ze met onze rolmops uit. Maar rust is aan te bevelen.
We zijn bij bocht 13. Nog veel te gaan.