Mijn Inspiratie

21. jan, 2018


Toen ik 66 werd ging ik op zwemles
Ik heb zelfs in de zee gezwommen

Gas, dat haal je toch niet in Groningen
Dat hebben ze hier ook bij Hoogovens

Ik hoef niet bang te zijn voor de Vuurtorens
Daar zit bewaking in

De Brandweer doet voor mij het licht uit
Ze zwaaien iedere dag naar mij

Dan laten ze de hond uit en zwaaien ze
Wanneer ik uit het raam kijk

Witte honden hebben ze
Herders in de nacht

1x in de week is er 1 bij mij
Dan mag ik er voor zorgen

Dan ga ik met hem praten
En lees ik zijn streken

In mijn roman

© M.C. Wilstra d' Haen 20-1-2018
6. jan, 2018

Geen moment dat ik naar Lennaert Nijgh
Ook niet als het stoom uit mijn oren is verdwenen
Zou ik nooit kunnen tippen
Aan zijn sluier

Nee, eerder dat ik naar hem neig
Schuin voorovergebogen
Dat terwijl ik
Mijn veters strik

Zo zul je mij nooit leren kennen
Al ben ik doorgaans een open deur
Is het valse lucht
Wat daar achter zit

Ik weet niet wat er achter mij zit
Wat er voor mij in het verschiet ligt
Zo, ook niet wat er in mij zit
Laat staan, dat jij dat weet

Als een vlinder die van ieders nectar proeft
Zo schrijf ik als Homme zijn Hommages aan een ieder
Hij is een vlinder
Een Hommepage

© Hoss 6-1-2018
15. mei, 2017

Vroege Sneeuw

Ik hoor je soms heesch fluisteren.
Om 't bed staat de stilte, de nacht.
De bamboeboschjes kraken zacht,
Buiten in het verdere duister,
Want het gaat sneeuwen in den nacht;
Morgen is de wereld wit,
Wordt het winter.
Onze liefde... waarom huiver je?

(Anoniem)

Raar weer
(Lente in de herfst )

Huiverend in de lift
Barst ik in huilen uit
Het is een mooie lentedag
Een lentedag
In de laatste dagen van de herfst
Het is een paradox
Jij die mij zoveel geluk brengt
Laat mij nu al het ongeluk erger voelen
Vroeger toen ik jou niet kon
Had ik meer weerstand
Kon ik het beter laten gaan

Mijn gedachten gingen uit naar zondag
Ik stond in de badkamer
Keek in de spiegel
Daar stond een mooie vrouw
Ik stond er achter
Jij poetste je tanden
Nu huiver ik
Buiten regent het ineens.

© HW 8-12-2015

15. mei, 2017

Marschlied

Soldaat, je bent mijn bloedverwant,
Mijn naaste in 't gelid;
Wij hebben hond noch kraai noch kind,
Geen vrouw die ons verwacht, bemint,
Een huurling heeft geen vaderland,
Wij loopen in 't gelid.

Soldaat, je bent mijn kameraad,
De vijand zoekt zijn wit;
Heb jij je laatsten pijl verspild,
Dan zoek je schut onder mijn schild.
Soldaat, je bent mijn kameraad,
Mijn naaste in 't gelid.

Soldaat, je blijft mijn kameraad,
Is ons gebeente eens wit.
De maan beschijnt ons geel en schril,
Een aap slaakt nu en dan een gil;
Wij blijven na den dood soldaat,
Op 't slagveld in 't gelid.

(Sji King)

J.J. Slauerhoff

De onbekende soldaat

Vrijgevochten heb je ons
Je hebt ons vrij gevochten.

De tering werd jouw ondergang
Door tering ging jij dood.

Niet gestorven in de strijd
De strijd was jouw gevecht.

Vechten was jou toevertrouwd
Jouw zwakte was te groot.

Groot dat was jouw longinhoud
Jouw longinhoud lag bloot.

Een virus kroop steeds dichterbij
Jouw longen was zijn brood.

"Geef ons heden dagelijks brood
Vergeef ons onze schulden."

Bidden was, wat overbleef
Het leven nog zo veel te bieden.

Bieden doen ze nu op jouw kostuum
Die van de onbekende soldaat.

Jouw verhalen verteld, door mij postuum
Een marslied, in de maat.

© HW 7-12-2015

15. mei, 2017

Festijn

De zalen waren voor 't feest getooid,
De kelders open, de waaiers ontplooid;
Iets fraaiers werd nooit vertoond.
Maar nu 't einde nadert van 't gelag,
Roep ik wee en ach,
Wee en ach,
Dat het niet is voortgegaan,
Niet voor eeuwig kon bestaan.
Het is bijna dag.

Waar ik braste stonden vier bokalen,
Zaten nog drie drinkers,
Denkend aan geen dag.
Maar het licht sluipt in de zalen
En de duivel komt ons halen,
Haalde reeds de schenkers
En de nacht verliest den slag.
't Werd nog later;
Aan de beek lig ik, drink water,
En mijn laatste makker
Die mijn schande zag,
Wil gaan werken op zijn akker,
Want de wereld wordt wakker
En behoort den dag.

(Sji King)

J.J. Slauerhoff

Was het maar zo'n feest

Het was rustig deze morgen
Rustig in de drukte
Van mijn kinderen
En hun vrienden.

Zo rustig als vannacht
Eindelijk waren we weer samen
Zo was nu ook de dag
Toen de anderen weg waren.

Deze rust werd toen doorbroken
Toen het mailtje binnenkwam
Jouw werkrooster deze week
Gooide onze wereld weer om.

Weg was nog een avond
Weg was nog een nacht
Weg was nog een ochtend.

Morgen is het maandagochtend
Dan drinken wij gescheiden koffie
Dat houden we weer dagen vol
Dat houden we vol tot zaterdagavond.

Na zaterdagavond
Begint er weer een zondagochtend.

© HW 6-12-2015