9. feb, 2016

7 februari Asselronde Apeldoorn

Hallo vrienden, het is goed om jullie weer te zien. Ik was helemaal alleen. Helemaal op mezelf. Ik dacht dat ik het niet zou redden.

Onderweg naar Apeldoorn kwam ik er achter dat ik niet het transferia adres had.
Ik sloeg af bij afslag Apeldoorn en stopte bij het Omnisportcentrum. Ik wist dat ik goed fout zat. Toch nog een keer zoeken in maps en op het vrije net.  Na nog een keer verkeerd uitgekomen te zijn, was ik wel bij Hanos.  Echter dit is niet dezelfde parkeerplaats als vorig jaar. 

Een engel viel uit de hemel gisteren.  Ze bleef lang genoeg, om me te redden. Ze vertelde me het verhaal over de liefde tussen de nieuwe maan en de blauwe zee. Toen spreidde ze haar vleugels uit boven mij en ze beloofde terug te komen.
Vlieg maar uit mijn engel.  Morgen ben ik aan jouw zij.

Ineens was ik waar ik wezen moet en er werd mij een parkeerplaats gewezen. Na een busritje,  was ik in het theater in het centrum.  Prettig geregeld. Ik kon me uitkleden en me helemaal gereed maken.

Hebben jullie het gehoord vrienden? Van de wind die rond blaast. Hebben jullie het gehoord? Heel veel mensen komen bij elkaar. Communicatie, wordt ontzettend sterk. Ik geef er niks om, of je nu een lange tight heb of korte broek. Kom onder je steen vandaan. Iedereen, danst op zijn manier in de straat. Hé, laat zien wat je weet. Wees niet traag. Je kunt nu in de praktijk brengen, wat je altijd beweert. Geweldig gevoel, want het is tijd voor jou en mij, om de realiteit in te zien. Vergeet het verleden. De dingen zijn niet, wat ze lijken. Ga door, rechtdoor. Loop vooruit.

Zo stond ik aan de start. Vandaag gaat het gebeuren. Mijn tweede loop van het jaar. Mijn 1e grote. Al was de wind een uitdaging in Helmond.  Vandaag zijn het de heuvels en de afstand. We doen het rustig aan vandaag. De 2:25 pacers volgend, maar God, wat gaan ze hard vandaag. 5:34 de km. Ik ga ze maar even waarschuwen. Ze willen niet echt luisteren. Dadelijk gaat het vanzelf wel langzamer, zeggen ze. Dan gaat het omhoog. Als de energie dan maar niet op is. Ik blijf in de slipstream van de pacers, wat betekent dat ik steeds de ballon op mijn pet voel. Tja, dat krijg je van lengteverschil. Toch loopt het wel lekker. Totdat mijn veter los is. Een politieman, aan zijn shirt te zien zegt. Tja,  als je er mee blijft lopen dan breng je de groep in gevaar. Ik zoek een talud, zodat ik niet door de knieën hoef en kijk opzij, zodat ik even tussendoor mag. Dan strik ik mijn veter. 

We zullen bij elkaar blijven en ons organiseren. Geef de kracht door aan elkaar , dat is wat we uitzenden. Vrijheid van de ziel. Geef het door, geef het door. Aan de jongere en de oudere. Je zal zult de waarheid ervaren en niks dan de waarheid ondergaan. Er zullen heel veel levens bij gebaat zijn, want een dezer dagen, mijn lief, zijn er lopende zaken.
Dus wanneer je liefde geeft zul je het beter goed doorgeven. Vrouwen en kinderen, mannen en vrouwen.  De beste liefde om te bezitten, is de liefde van het leven zelf. Daar gaat het allemaal over, mijn lief.

Ik loop snel weer naar de groep toe. Ik ben mijn plaatsje kwijt, dus loop een beetje aan de buitenkant. We zitten bijna op 10 km. op de hei. Ik zwaai wat naar de camera en zuig wat aan een gelletje. Dan worden ineens de paadjes erg smal en onverhard.  Het loopt lastig, maar wel mooi. Ik struikel bijna, omdat er een gat zit in het paadje. We halen in, we worden ingehaald.  Ondanks dat het erg smal is. Op 15 km. volgt weer een waterpost.  Ik mis het water. Ik grijp per ongeluk naar sportdrank. Daar had ik net geen zin in. De groep is weer voor me uit. De straat is breder.  De Amersfoortse weg. Ik ga het talud op. De weg op. Het loopt omhoog en ze zijn vooruit. 

Hallo, mijn vrienden. Het was goed om jullie weer te zien. Nu ben ik helemaal alleen. Ik denk niet dat ik het haal, helemaal alleen. Ik denk niet dat ik het haal, helemaal alleen. 
Ineens hervat ik me. Zij lopen op het fietspad. Ik over de brede weg. Dat is wel uniek. Om hier te mogen lopen. We gaan omhoog, maar ik voel er niks van. Ik blijf hetzelfde tempo lopen, wat we al hadden. Continu 5:42. Het voelt goed. Al ben ik moe. Maar moe zijn is niet erg. De kilometers vliegen voorbij. 16, 17, 18, 19, 20. Gelletje, nog 5. Ineens is het afdalen. Ben ik moe, of ga ik door.  Het tempo blijft gelijk. Zelfs een lichte versnelling. Ik wordt heel veel ingehaald, toch loop ik hetzelfde tempo. Waar zijn de pacers? Ver achter me. Rotonde, het laatste stuk. Julianatoren, Paleis het Loo. De laatste kilometer. Lukt het nog om te sprinten? 
De volgende ochtend is gekomen. Zilveren  vleugels verschijnen als een silhouette in de reflectie van de zon. Mijn engel vertelt mij: "Vandaag is de dag om op te stijgen. Neem mijn hand. Jij bent de mijne. Je zal het halen. Tot ver over de horizon, zullen we jou zien opstijgen" En daar ging ze heen, hoog daarginds.

Ik finishte en kreeg zin om een hart te vormen. Bijtend op mijn tandvlees. Zo snel als het ging. 

En ik zei: " vlieg verder mijn lieve engel. Vlieg verder, door de lucht. Vlieg verder mijn lieve engel. Voor eeuwig, zullen wij bij elkaar zijn."

Na de finish krijg ik het koud. Er staat toch wel een windje.  Ik voel dat ik veel gegeven heb, maar dat geeft niks, want ik ben er nog. Tijdens het omkleden klapt het bankje in. Dat doet ze, om mij scherp te houden. Later op de parkeerplaats loop ik over het hele bedrijventerrein te zoeken naar mijn auto. Ja, mijn engel is een grappenmaker.  Uiteindelijk vind ik hem en rijdt rustig terug naar huis.