6. mei, 2017

Voor: dialoog met Kaj Elhorst

Gluren

Waar gaan die mooie beentjes toch naartoe
zo huppelend en in draf
die slanke beentjes ’s morgens vroeg
op hoge hakken zo opwekkend
dat de ogen opengaan en speuren tussen gordijnen
het spoor van opgewonden klakken
volgend tot de tonen wegsterven.

Waar gaat dat mooie koppie toch naartoe
wat zit er achter die ogen in de schaduw?
Wat vind ik tussen lachende wangen
tussen rode lippen en rode lippen
en een malse slanke hals
verend op een opgewonden gehakketak?

Waar gaat dat begerige buikje toch naar toe
haast zwevend op die heupjes
de stapjes gaan voorbij
zwoel zwikkend en in volle vaart
onwetend door mij nagestaard
de hoek om, het wordt tijd.

De kamerdeur slaat achter mij dicht
Ik ben alleen met het ochtendlicht
de slaap is nu verstrokken
mijn hoofd is nog gevuld met schoonheid
maar ik mis de snelheid om te volgen
het is niets voor ouwe sokken!

© Kaj Elhorst

In reactie op .......

Hier ga ik op reageren
Meerdere keren
Omdat ik iedere ochtend
Weer verdwaal
En ronddwaal
In gedachten
Verzonken
Verdronken

Omdat ik tracht te fluiten
Omdat ik die eerste zin altijd roep

Waar gaan die mooie beentjes nu naar toe

En die krullen dan
Oh, laat die alsjeblieft thuis

© HW 5-5-2017

------------------------------------------------------------------------------------------------------

Voetnoot: gisteren kwam dit gedicht van Kaj voorbij. Dit is exact wat ik iedere ochtend doe. Ik sta met haar op en loop naar het balkon, waarna ze in het verdwijnpunt verdwijnt. Maar daarvoor roep ik naar beneden: "Waar gaan die mooie beentjes naar toe." Ze lacht en antwoord soms: "naar mijn werk". Waarop ik dan vraag: "en die krullen dan?"

© Kaj Elhorst en © HW 5-5-2017