Hoofdstuk 8: Het Boetekleed

"Door de mantel der liefde bedekt trek ik het boetekleed aan." Benjamin begreep iets niet. Wanneer was Annie voor het laatst op bezoek geweest bij haar Oma. Annie poste continu teksten over haat misdaden op Facebook. Het zou hypocriet zijn om op 4 mei bij de doden stil te staan. Dat terwijl haar Oma, Gretha, de moeder van Benjamin  de oorlog ook zeer bewust heeft meegemaakt. Annie werkt per slot van rekening zelf in een verzorgingshuis.
Gretta ligt op haar kamer. Ze ijlt, ze heeft koorts, te zien aan haar zweetdruppels en rillen. Al heeft ze een behoorlijke tremor, opgelopen door een traumatische ervaring, het verschil met dit trillen is duidelijk waarneembaar. Ze denkt dat ze in Groningen ligt, in het ziekenhuis.
Het is 1945, kleine Greetje is 8 jaar. Ze wordt uit het ruim, gedragen naar de wal. Ze zijn nabij Giethoorn, van waar ze verder op transport wordt gezet In een vrachtwagen. Tijdens een stop, waarbij een dame en een heer de wagen naar binnen gaan, ziet de dame dat het echt niet goed gaat met Greetje. De dame en de heer hebben mede dit transport mogelijk gemaakt. Samen met de kerken. Ze nemen Greetje mee naar Groningen, naar het ziekenhuis.
Gretha wordt wakker en verteld Benjamin langzaam, ze praat toch niet meer zo snel, dat ze blij is om in Groningen te zijn. Ze denkt dat Benjamin meneer Beerstra is. "Ik ga met jou trouwen."
Benjamin knippert met zijn ogen. Ligt zijn hoed af en krabt op zijn hoofd, achter zijn oren. "Nee",  zegt ze. "Jij bent de zoon van die man. Die man, die we begraven hebben." "Met de Friese vlag." "Ja, ma en daarna had jij Friesche Vlag." "Ja, in mijn koffie."
Gretha oogde al weer wat helderder. Toch zit hem nog steeds iets dwars. Waarom is afstand zo relatief, terwijl het zo absoluut is. Iedereen weet toch dat 140 km. verder is dan 20 km. Waarom zegt zijn zus dan dat ze zo ver af woont. Hij schudt met zijn hoofd. Nee, dat zal hij nooit begrijpen. Benjamin houdt van zijn moeder en voelt zich schuldig omdat hij al weer 2 weken langer niet geweest is, dan gebruikelijk. Kaatje sust hem. Ook jij kan ziek worden of andere verplichtingen hebben. Maar Benjamin wil dat niet. Zij doen het niet, dus moet ik het doen, vind ik en ik doe het graag.


Hoofdstuk 7: Dilemmatisch Post Traumatisch Besluit

Benjamin denkt terug aan December 2007.
De wekkerradio springt aan. Die gebruikte hij nog. Hij hoort: "take a parachute and jump".
Hij ligt alleen, maar dat was al vaak langer zo. In de wetenschap dat zij beneden dwaalt en slapeloze nachten heeft. Ach, kon hij haar maar helpen en ja, daar is hij ook egoïstisch in. Dan zou hij er ook geen last meer van hebben. Benjamin neemt een douche. Hij luistert nog even aan de deur van Caroline en Maarten. Maarten zit in zijn laatste jaar basisschool en Caroline in groep 5 
Benjamin gaat door alsof er niks gebeurt is, al zit hij symbolisch met zijn handen in het haar. 
De buitenwereld zal er niks van merken. 
In huis is het een puinhoop. Hij probeert het bij te houden, maar kleren van haar overal. 
's Nachts was hij al langer alleen en overdag had hij ook weinig steun aan haar, maar hij had vertrouwen en ze zouden het toch samen doen. Nee, Benjamin is geen heilige. Hij was er niet altijd voor haar. Soms weet je gewoon niet wat je doen moet. Als hij nu terugkijkend op de afgelopen 10 jaar zijn leven evalueert, leeft hij nog in een post traumatische stress stoornis. Tenminste, zo zou het genoemd kunnen worden. Hij weet niet, wat te doen, anders dan zich voortbewegen. Wakker worden, naar de WC gaan, werken, eten, boodschappen. 
Al heeft hij zeer zelden slapeloze nachten, hij zou wel eens rustig slapen willen gaan. Dat er niks gebeurt is en een vredig hart. Maar dat zal nooit meer gebeuren. Dat besef was er, vanaf de nacht, dat zij besloot om de auto te pakken en rond te rijden door de nacht. Met al die waanzinnige gedachten als bagage, werd hij de ochtend er op wakker gebeld, 10 jaar geleden. 
Nog altijd zit hij in onzekerheid en neemt hij beslissingen en ook geen enkele beslissing, gewoon, omdat hij het niet weet. Oh, ja hij heeft rigoureuze beslissingen genomen en die hebben hem soms ook iets gebracht, maar alles behalve rust. Als rust is, wat zijn eigenlijke droom is, dan wordt het tijd, om daar iets aan te doen. Dat is wat hij doen gaat.
Ook voor Maarten en Caroline, het zal een soort van thuiskomst zijn. De plaats waar hij rustig, zijn rusteloos bestaan kan voortzetten. Want natuurlijk wil hij niet, de ultieme rust, maar wel, een rustiger hart. Het zal de dag zijn, waarop hij zingt dat Santa Claus is coming, to town.

Hoofdstuk 6: Een dromerige start tot slot

Benjamin is moe. Hij kan moeilijk zijn ogen open houden. Het was helemaal niet zo'n lange dag, maar hij heeft vanmorgen hard gewerkt op het strand. Het zand moest onder het strandhuisje vandaan. Die zomer was de beplating te laat om de onderkant van het huisje gegaan, daardoor was er reeds een berg zand onder het huisje terecht gekomen. Daarna hebben de platen het ook niet gehouden. Er kwamen kieren tuen. Nu moest hij het oplossen. Het zand moest er onderuit, anders wordt komend weekend een nog groter probleem. Dan moet het huisje omhoog. Voor het tranport die woensdag daar vlak na. 

Uiteindelijk viel het mee en was het slechts twee uurtjes werken. Daarna had hij nog een bezoekje gebracht aan zijn ouders, die hij al veel te lang niet gezien had. Ten eerste, was hij maar heel weinig op het strand geweest. Ten tweede, de keren dat hij er wel was geweet. moest hij werken. Dat waqs in het voorjaar. Benjamin wist niet of hij nog wel gelukkig met haar was, hij schikte zich, iedere keer weer. Dan zou hij toch wel gelukkig zijn? Hij was wel gelukkig die week in de Ardennen, met zijn dochter.

Benjamin is moe. Zijn ogen vallen dicht, op het ritme van de muziek. Het Katy Perry achtig nummer houdt hem niet wakker. Het dreunt hem juist nog verder in laap. Hij ziet grijsbruin water, met een vleugje geel. Het zal herft worden en ziet de reflectie van zichzelf in het water. De reflectie vervormd naar zijn vader Hans. Hans had hem verteld over zijn scharreltje, die hij had, voordat Hans, zij tweede vrouw zou ontmoeten, De vrouw was aanhankelijk en soms begon ze ineens te tieren. Ze had dan onmiddelijk medicatie nodig. Daar het maar een scharreltje was, voor zover Benjamin begreep, was er geen echte liefde, van zijn kant in het spel. De bezoekjes van Hans aan zijn meisje waren dan ook snel over. Benjamin schrikt ineens, hij corrigeert zijn stuur, nog net op tijd. Hij is van plan onmiddelijk te stoppen op de volgende parkeerplaats.

 Dan loopt hij langs het strand, "Ik moet je iets vertellen", zegt een stem, "maar het lukt me niet". Plots lopen ze langs het Nieuwe Meer en weer zegt ze hetzelfde. Een ander gezicht, een andere plaats, hetzelfde liedje. Ten slotte zegt een derde gezicht, in het Leenderbos, dezelfde woorden. "Sorry!", zegt ze en ze begint te huilen.

Op hetzelfde ogenblik schrikt Benjamin weer wakker. Hij hoort schaven, de buitenspiegl bungelt aan een staaldraad. Vonken, remmen. Benjamin staat stil tegen de vangrail. Een auto komt voor hem staan. Benjamin doet de deur open en gaat poolshoogte nemen van de schade. De man voor hem vraagt. "Hoe gaat het met jou?" Het gaat goed. Benjamin baalt alleen. Hij is gekrenkt in zijn trots, maar ach, als dat alles is. Hij bedankt de meneer en zegt dat hetgoed komt. De meneer is behoorlijk geschrokken en kijkt hem nog eens goed aan. Wqanneer hij overtuigd is dat Benjamin inderdaa verder niks mankeert, stapt hij weer in de auto, met de woorden. "Doe het rustig aan, neem de tijd." Ben jamin rijdt ook verder, naar de 1e de beste parkeerplaats.

Hij had natuurlijk niet in slaap mogen vallen. De droom houdt Benjamin bezig. Hij is bezig deze te verwerken. Hij staat op het punt een beslissing te nemen. De eerste vrouw was zijn huidige vriendin. Beide zijn ze niet gelukkig. Al hebben ze nu hun droomhuis. De liefde die hij dacht te hebben, is er niet. Hij doet meer dan zijn best, maar dat ziet ze niet, dat wil ze niet inzien. Tijd voor verandering. Ook zijn dochter maakt een moeilijke tijd door. Dan belt hij naar zijn vriendin en zonder naar zijn toestand te vragen, begint ze te schreeuwen. hij heeft haar auto in de vernieling gereden. Hij is nergens goed voor. Hij is slecht. Dan rijdt hij naar huis, hij moet besluiten. hij houdt van haar, maar wat, als de liefde komt, van 1 kant.

Bij binnenkomst zegt Benjamin tegen Renéé: Ïk wil even rustig praten." Ze lopen naar buiten en hij laat de schade aan haar auto zien. Het is een Ford Focus van 18 jaar oud, die ze toen heeft gekocht, in Den Haag. Ze heeft daar een kortstondige relatie gehad. Ze woonde zelf in Waardenburg. Als ze over hem verteld en over haar vorige relaties, waren ze allemaal gestoord. Ze is ooit getrouwd geweest, in Nijkerk. Echter dat was, omdat ze samen een zaak hadden. Ze maakt er gee geheim van. De vader van haar dochter, heeft de relatie beeindigd toen ze zwanger was, maar ze wil wel dat haar dochter een vader heeft, dus als de goedheid zelve, logeert ze er regelmatig, in Enkhuizen. Echter, ze is nog nooit zo ongelukkig geweest, als met benjamin, hij haalt haar emotie naar beneden. Dan zegt Benjamin. "Ik moet je iets vertellen. Het lijkt mij beter dat je weer in je oude woning gaat wonen. De woning, die je nog steeds niet hebt opgezegd. Waar je nog altijd de huur voor betaald. Die wij delen, terwijl ik mijn eigen woning heb verkocht en mijn schepen achter mij heb verbrand." "We zullen het huis proberen te verkopen en ik, ik zie wel waar ik dan terecht kan." "Dat lijkt mij ook beter", zegt ze zqkelijk. en ze gaan weer naar binnen. 

Die avond gaat ze weer in dezelfde modus, als tijdens andere avonden dat jaar. Ze zegt: "Ik ben nog nooit zo ongelukkig geweest". Benjamin antwoord: "bedankt, welterusten". Hij gaat naar boven en kruipt in het bed, die zij eigenlijk nog nooit met zijn twee hebben beslapen. De boedelverdeling wordt eenvoudig. Hij koopt het bed en 1 bank. Een andere bank halen ze uit haar oude huis. Het is een versleten bank. De kringloop wil hem niet eens hebben. Hij koop de auto. Hij kan er even mee vooruit.

Hij helpt haar verhuizen. en valt dan in één grote leegte. Er staat nog steeds veel oude troep van haar in huis. Oude rotzooi, die zij eerst niet wilde inpakken om hierheen te verhuizen, maar hij wel op zijn vrije avonden moest overhuizen en die ze nu in etappes weer komt ophalen. Ze wilt dat hij dat doet, maar dat is over. het is voorbij. hij gaat niet meer helpen met haar museum. Haar souevenirs. haar trofeeen. Hi verzamelt alles in 1 kamer. Hij maakt gewoon een nieuwe start.

 

 

Hoofdstuk 5: De Vlucht

Benjamin ligt ziek op bed en af en toe dut hij wat in. Hij is zo iemand zonder slapeloze nachten. Hij droomt altijd. Hoe moeilijk hij het ook heeft, hij valt altijd in slaap. Hij is niet ernstig ziek, maar is gewoon moe. Hij denkt, zoals de laatste tijd wel meer gebeurt aan zijn familie en hoe vreemd die in elkaar zit. Hij heeft nog zoveel te ontdekken. Zijn ogen vallen dicht en het eerste wat hij ziet is een man in een heuvelachtig landschap. Zeer groen en een leemachtige grond, in laagjes. Hij kent het, hij is er een paar jaar geleden op vakantie geweest. Het gezicht is een kruising tussen hem en zijn opa. De man is aan het hakken en hij wordt geroepen, hij heet Rintje.

Rintje leeft met de dag. Iedere dag is weer een nieuw avontuur om te overleven. Je weet nooit wat er gebeurd, in het dorpje onder de rook van Luik. Het is 1599. Vroeger kreeg zijn familie veel opdrachten. Tenminste zijn vader Willem, kreeg nog wel eens een mooie opdracht van Gerard van Groesbeek rond 1570,  maar sinds ze verdacht worden, te sympathiseren met de reformatorische beweging is dat gestopt. Willem en zijn vrienden hebben politiek en geloofsuitingen altijd vermeden, ze hebben zich nooit bemoeid met die hagenprekers en hebben ze ook altijd van hun land verjaagd. Geen controversies, daar breng je, je gezin mee in gevaar. Natuurlijk zagen ze het leed wel wat er soms werd aangericht, het breed uitmeten van de kerk, terwijl er zoveel armoede is. Echter ze hebben ook de troepen gezien van het nieuwe land, daar in het Noorden. de plunderingen. Nee, politiek en geloof, daar blijven ze buiten. Ze redden zich wel en helpen, wanneer het kan, ook de zwakkere van d samenleving, toch zorgt juist dit voor een omme zwaai, wanneer Willem hulp verleend aan een gezin, die de volgende dag wordt opgepakt door de ordebewakers in dienst van Ernst van Beieren. 

Het is 1591, er woedt oorlog, Luik stelt zich neutraal op, maar verfoeid sympathisanten en treed er hard tegenop. Door zijn hulp wordt Willem verdacht en krijgt geen opdrachten meer, echter zijn zoon Rintje is nog te klein, anders zou hij direct vertrekken. Gelukkig hebben ze nog een klein moestuintje en hebben ze vrienden, maar Rintje zit er over na te denken om te vluchten. Het is 1610, hij is nu 20 jaar en oud genoeg. Zijn ouders zijn oud en versleten. Nu heeft hij kans. Op een nacht pakt hij zijn boeltje, die hij zorgvuldig heeft uitgezocht. Een zak op zijn rug met de voornaamste zaken en een mes, een groot scherp mes. Hij gaat te voet naar het Noorden. Hij weet nog niet waar hij gaat stoppen, wat er op zijn pad komt, maar hij wil zo veilig mogelijk uitkomen.  Hij heeft brood en een worst meegenomen, hij weet dat hij zuinig moet zijn. Water drinkt hij onderweg, wanneer hij stromend water tegenkomt. Hij vermijdt zo veel mogelijk de steden. Daarom is hij blij, wanneer hij na zo'n ca. 21 uur lopen een put aantreft, het blijkt de put bij Luttel Meijel, zoals ze dat toen noemde. Hij doet een dutje in een stal bij een nabijgelegen boerderij. De volgende ochtend voor de haan kraait steekt hij zijn kop door het luik waarin hij gekropen is. "Hé, wat mot dat", roept een stem naast hem. Een klein gedrongen mannetje met een kaal hoofd en een korte grijze baard staat langs hem, met een stuk hout. "Ik kan het uitleggen", roept Rintje. "Nou vooruit, trek maar iets aan, dan zullen we zien." 

De boer blijkt Claessen te heten. Hij kan wel een paar handen gebruiken, in ruil voor een maaltijd. Hij wil geen gedonder, dus, Rintje, moet daarna maken dat hij wegkomt. Rintje helpt hem die dag om de stal wat te fatsoeneren. Ze eten een voedzame maaltijd. "Zuurvlees, tja, dat aten ze zelf ook wel eens, wanneer ze aan goed vlees konden komen." 'Avonds laat vertrekt Rintje voor de volgende tocht. Na zo'n 23 uur komt Rintje aan bij de IJssel. Onder de rook van Deventer. Hij wil een weg vinden naar de overkant, zonder in de stad te komen. Al is hij al lang in redelijk veilig gebied, hij heeft geen zin in moeilijke toestanden. Deventer is een stad van handel, ook veel handel met de Zuidelingen, de kans is nog steeds groot dat hij de verkeerde treft. Stedelingen zijn anders dan Plattelanders. Verder moet hij voor een stad ook beter gekleed gaan, zich opfrissen, al stinkt het er een uur in de wind, wil hij handel drijven, moet hij dat negeren en er boven staan. Hij besluit om in het bos voor de IJssel een dutje te doen, na zich enigszins gewassen te hebben. Hij heeft wel een knagende honger. Plots hoort hij geschreeuw, even verder het bos in. Hij loopt er voorzichtig naar toe. Twee mannen, een oudere man met een kar en een jonge vent ziet hij dan voor zich staan. Rintje aarzelt geen moment en pakt zijn mes. "Wat moet dat, roept hij." De jongeman rent snel weg. Rintje grijnst naar de oude man, hij is blij dat zijn verrassingsaanval werkt. De oude man  en hij raken aan de praat. Hij wil hem wel een eind op weg helpen, de man weet verderop de IJssel op een bevriende veerman. Ze eten samen wat en Rintje gaat even verder slapen op de kar. Bij de veerman nemen ze afscheid en wanneer Rintje is overgestoken, vervolgt hij zijn weg. Waarschijnlijk zal hij de volgende dag aankomen in veilig gebied om zich te settelen. De bedoeling is dat hij zich laat herdopen door een volgeling van Menno Simons. Er is een hele meute naar toe gekomen. Hij wil zich daarna in laten huren als timmerman. Iets wat hij het liefste doet. 21 uur later is Rintje in Aoldeboorn, Vlak bij de plaats waar Leenaert Bouwens is. Leenaert Bouwens gaat daar iedereen herdopen en daar zijn mensen die hem verder kunnen helpen.

Plots schrikt Benjamin wakker. "Wil je nog wat drinken?"

Caroline

Hoofdstuk 4: Caroline

Benjamin kijkt Caroline recht in haar ogen aan en hij schrikt van de gelijkenissen. De gelijkenissen met zijn zus Mary en de gelijkenis met zijn ex-vrouw Katy, de moeder van Caroline. Ogen, heel ver weg, zoekend, naar een antwoord op de vraag, wat doe ik nu fout?

Het was een snelle bevalling, een hele snelle bevalling. Katy was ’s morgens ingeleid, zoals dat dan heet. De baby was erg rustig en er was een potentieel risico op zwangerschapsvergiftiging. Katy had een hoge bloeddruk, maar de baby was rustig. ’s Avonds om 19:00 uur gebeurde er nog niet heel veel en om 19:30 uur schreeuwt Katy het uit. Help! Waar is de arts? Benjamin rent de gang op, de arts is niet te bereiken, het verplegend personeel proberen Katy tot rust te manen, maar dat mag niet baten. Eindelijk krijgt Benjamin verbinding met de arts, de arts begrijpt de paniek niet en neemt Benjamin niet zo serieus. “Ga dan potverdikkie kijken, ik weet echt wel wanneer er iets aan de hand is.” De arts, in feite is het een assistent van de gynaecoloog, die niet aanwezig is, gaat kijken en roept: “dit heb ik nooit meegemaakt, 10 cm. ontsluiting,” In latere verhalen gekscherend 10 km. genoemd. Daarna is het een aantal keren fel persen en Caroline is geboren. Een gezonde baby, normaal postuur, gave huid, niks mis mee. Benjamin is trots. Trots op Katy en trots op Caroline. Dit worden weer weken op roze wolken lopen.

Maarten was even logeren bij Oma en Opa in Veldhoven. Als Caroline en Katy dan vervolgens een dag later naar huis mogen, ze moesten nog een dag blijven ter observatie, lacht Maarten lief naar zijn zusje. Hij had haar al gezien in het ziekenhuis. Maar dat was in feite te moeilijk voor Maarten. Maarten had alleen aandacht voor het autootje wat hij heeft gekregen. Nu is er even een rustmoment. Het gezin is compleet. Katy en Benjamin geven Caroline om en om de fles. Aan borstvoeding zijn ze niet begonnen, na de traumatische ervaring met Maarten. De fles gaat moeizaam, erg moeizaam. Katy en Benjamin zijn er trots op dat Caroline doorslaapt zonder “fiep”. De fopspeen is aan Caroline niet besteed.

Caroline doet in wezen niks fout, maar er zijn ook momenten dat ze niks doet, passief lijkt, zonder initiatief. Terwijl het er potverdomme wel in zit. Ze moet er uit komen, uit haar schulp. Wat ze in feite ook vaak genoeg dan weer wel doet. Caroline is een meisje dat wel al met haar 15e alleen op tienertoer is geweest, de reis al helemaal had uitgestippeld. Naar Zandvoort, Amsterdam en naar Groningen. Ook is ze al alleen op kamp geweest, met de fiets, op de trein en haar navigatie. Okay, een klein beetje hulp van Papa. lang leve het mobieltje. Ze heeft ook al haar eigen Curriculum Vitae gemaakt. Allemaal deels eigen initiatief. Dus het zit er wel.

Benjamin en Katy wisten het al langer, het praten gaat niet zo goed bij Caroline, ook de fijne motoriek van het schrijven kan beter, maar vooral het praten is een probleem. De logopedist is er al snel uit, haar mondspieren zijn niet goed ontwikkeld. Dus dat wordt trainen. Sociaal gaat het goed. Ze heeft een paar vriendinnetjes, ze is een echt meisje. Poppen, prinsessen, alles wat er maar bij hoort. Wel volgt ze Maarten op de voet, wat Maarten kan, wil Caroline ook kunnen. Benjamin en Maarten verzinnen hun eigen verhalen in bed, als Benjamin even geen zin heeft om voor te lezen. Caroline komt er dan tussendoor, zij wil ook meedoen. “De lamp vliegt!” Ze beginnen allemaal te lachen, waar slaat dat nu weer op.

Met leren gaat het niet zo goed, er worden handelingsplannen geschreven. Oh, nee, er is geen reden om je zorgen te maken, we redden het wel. Aldus de school. Ze zit vooraan, zodat ze haar aandacht kan krijgen. Soms neemt Benjamin een steekproef en vraagt zich af wat ze haar op school leren. Bij navraag wordt dat dan afgewimpeld. Ja, er is een zorg, maar het komt allemaal wel goed hoor, teken de handelingsplannen maar, dan zorgen wij wel dat ze toch op het juiste niveau komt. Tot plots in groep 8 het voorstel komt van de school: “zullen we de CITO maar overslaan?” Benjamin wordt laaiend. “Hoe halen jullie dit nu in jullie hoofd?” “Dit is al de tweede keer dat jullie mij zo gruwelijk hard teleurstellen en niet eerlijk zijn.” “Caroline doet gewoon haar CITO, dit is super negatief” “Wat maakt het uit dat het lager uitkomt dan gemiddeld? Ik voed mijn kinderen niet op met deze mentaliteit.” Caroline doet haar Cito, eigenlijk niks mis mee. CITO geeft aan, VMBO basis beroeps. Geen hoge score, maar met leerweg ondersteunend onderwijs moet het lukken. Dus Benjamin meldt haar daarvoor aan en het gevecht begint weer. School heeft een negatief advies gegeven. Caroline moet een test doen en wat blijkt. Caroline wordt niet aangenomen op het regulier voortgezet onderwijs. Benjamin heeft geleerd van een eerdere ervaring met Maarten. Hij meld haar direct aan bij het speciaal onderwijs. Een paar weken later volgt de afwijzing, haar score is te hoog. Benjamin springt uit zijn vel en maakt direct een afspraak met de directeur van de school. Dit kan echt niet. Vakcollege wijst haar af, op grond van het advies en het Praktijkonderwijs wijst haar af op grond van de score. Benjamin krijgt een advies om bezwaar aan te tekenen naar de indicatie instelling die de gelden bewaakt voor het speciaal onderwijs. Op grond van beide feiten en omdat er zorg is geuit vanuit het regulier onderwijs. Dit levert iets op.

Inmiddels zijn ze 4 en een half jaar verder. Benjamin heeft een gesprek aangevraagd op school. Er komen geen gesprekken en het aanmelden voor het vervolg moet starten. Er volgt geen of weinig initiatief vanuit school. Ze hebben maar 15 kinderen, die hier mogelijk voor in aanmerking komen, voor de rest zal een passende baan moeten worden gevonden. Dat laatste hebben ze uitbesteed aan een integratiebureau, waar Caroline ook al is aangemeld, omdat de wetgeving gaat veranderen. Benjamin zegt dan altijd: “het gaat niet om de wetgeving, het gaat om de kinderen. We moeten het beste doen voor de kinderen. Er alles uit halen wat er inzit. Zorgen dat ze op de plek terecht komen waar ze horen, waar ze het prettig hebben. Dat is de taak.” Benjamin en Caroline zitten midden in een inschrijfprocedure. School is traag, school denkt, het komt wel, maar ook bij het vervolgonderwijs worden de klassen zo klein mogelijk gehouden, dus ze moeten er snel bij zijn. Benjamin wijst de school op hun taak en op zijn verbazing, dat ze het zelfs met zo weinig kinderen niet voor elkaar krijgen. Wat volgt is geneuzel over taak van ouders. “Echt niet!” Benjamin neemt zijn taak als vader zeer serieus. Daar pakken ze hem niet meer op. Caroline zit niet voor niks op die school, ze hebben een taak om haar iets te leren. Wat volgt is een pleidooi, dat ze zien dat ze nog heel gesloten is. “Nou stimuleer haar dan, prikkel haar dan”, zegt Benjamin. Als repliek volgt: “weet je waarom ik een rood jasje aan heb?” “Om te laten zien dat ik als vrouw toch aanwezig ben”, waarop Benjamin antwoord: “daar heb jij jouw jasje niet voor nodig hoor”.  Benjamin is zwaar teleurgesteld, hij laat het er bij, hij neemt Caroline weer mee naar huis, ze is verder vrij. Ze hebben wat ze hebben moeten en melden haar aan. Hij doet het zelf allemaal wel. Hij gaat wel met Caroline aan de slag, dat ze uit haar schulp komt, initiatieven neemt en laat zien dat ze er is en mag zijn. Zonder rood jasje. 

Gretha

Hoofdstuk 3: Gretha.

Hoofdstuk 3: Gretha

Haar pillen liggen klaar op het nachtkastje, dat heeft Kaatje al voor haar gedaan. Gretha mist de twee controlemomenten heel erg, die haar zijn afgenomen. Eigenlijk komt dat doordat ze zelf te sterk is om te wachten op de mevrouw van de zorg. Ze had zich meestal zelf al in nachtjapon gehesen en had haar pillen al ingenomen. Want dat waren de opgegeven redenen voor de controlemomenten. Benjamin heeft er pijn in zijn buik van, hij wil het beste voor zijn moeder. Maar zijn moeder is sterk. Heel sterk en daarom krijgt ze niet wat ze verdient. Benjamin moet maar blij zijn dat zijn moeder die extra zorgmomenten niet nodig heeft. Dat hebben ze hem verteld, maar Benjamin is niet blij en huilt stilletjes om zijn moeder, die toch veel beter verdient.

Gretha heeft haar ogen nog open en ligt op haar bed in het donker. Buiten hoort ze geluiden van de Coffeeshop die naast haar woning is gevestigd en ze hoort ook de wind, of is het, het water. Het water waar de Rijnaak doorheen vaart. Ze hoort de motoren. Ze ligt helemaal onderin de boot, met ontelbaar, veel jonge kinderen, allemaal verzwakt en uitgehongerd.. Waarom zijn ze bij hun familie onttrokken? Gretha is de oudste. Haar vader is overleden. Uitgehongerd, ze vonden hem in zijn schuur. Wat er echt gebeurd is? Gretha weet het niet meer, maar ze weet nog wel dat ze hem gevonden hadden. Tussen de duivenstront. Gretha leek het wel te redden als oudste in het gezin, ze hielp haar moeder goed, tot de bomaanslag, 17 juli 1943. Gretha loopt in de buurt van de Sint-Ritakerk. Ze spelen wat. Ze spelen verstoppertje. Gretha moet zoeken, wanneer plots een luchtalarm gaat. Waar zijn haar broers? Ze kijkt om zich heen. Twee grote handen pakken haar op en nemen haar mee. Plots lijken ze te vallen en ligt er een groot lichaam bovenop haar. Ze krijgt geen adem, wil roepen, schreeuwen, om haar broers. Ze raakt in shock. Wanneer Gretha weer bijkomt, ligt ze thuis, er is zojuist een arts geweest en twee mannen praten met haar moeder, ze ziet ook Johan en Karel. Haar moeder ziet dat ze wakker is en gaat naar haar toe. Het praten is moeilijk en Gretha trilt als een bever. Het is nu september 1944 en Gretha hoort de geluiden in de boot. Kinderen worden gemaand, vooral stil te zijn, niet te huilen of te schreeuwen. Het is donker. Gretha heeft haar ogen nog open.

Gretha zoekt naar het lampje op haar nachtkastje. Het trillen werkt niet mee, maar dat is ze nu al jaren gewend. Het is de afgelopen jaren wel erger geworden, maar ze maakt er grapjes over. Ze moet haar koffie drinken met een rietje, want gewoon drinken uit een beker kan ze niet. Benjamin grapt dan: “Je hoeft alleen het rietje vast te houden, het roeren gaat vanzelf”. Benjamin houdt van zijn moeder, het dromen heeft hij van haar. Gretha is sterk, ijzersterk.

 

Hoofdstuk 2: Maarten

Maarten is helemaal overstuur. Hij brult en er is geen beweging in te krijgen. Hij doet mee aan een indoorwedstrijd voor pupillen en C/D junioren in Uden. De 50 meter heeft hij al gelopen en hij heeft net zijn tweede poging gehad op 1 meter. Maarten is een A pupil. Groot voor zijn leeftijd. Hij heeft al vaker 1.05 mtr. gesprongen en kan met zijn lengte en kracht makkelijk hoger, maar zijn motoriek is er nog niet op afgestemd. Vandaag lukt het echt niet. Zijn aanloop is veel te recht en hij zit zichzelf in de weg. Nu is de bom gebarsten. Benjamin krijgt hem niet mee de kleedkamer in, hij blijft zitten brullen, terwijl hij nog een poging heeft.

Benjamin is trots op zijn zoon. Het maakt hem niet veel uit, als ze samen maar kunnen ondernemen. Al vanaf de geboorte loopt Benjamin op wolkjes. Hij is zo blij met zijn zoon. Maarten zit bij zijn geboorte helemaal onder de ooievaarsbeten. Maarten is de laatste tijd flink beweeglijk geweest in mama’s buik. Het is een supersnelle bevalling. Al zijn de weeën wel al een dag en een nacht bezig, ze waren ook weer niet zo heftig. Zelfs om 19:00 uur is er nog veel te weinig ontsluiting, het ziet er naar uit dat ze weer terug naar huis gestuurd worden. Al leken de weeën veel regelmatiger te komen, ze zijn nu weer afgenomen. Ineens gaat alles in een stroomversnelling en om 20:00 uur is zijn zoon geboren, Maarten.  Alles is perfect en ’s Avonds in de late uurtjes, nadat Benjamin Maarten nog even in zijn bedje heeft gelegd en hij Katy een nachtkus heeft gegeven, gaat hij in zijn rode Opel Kadet, die nu wel een Hovercraft lijkt, een auto op een roze wolk, naar huis. Thuis neemt hij het er nog even van. Hij hangt eerst buiten de geboortevlag op, al is het nacht. Hij had ook alvast een Ooievaar gehuurd en schrijft op het bordje de naam van zijn zoon, Maarten.

Alles gaat prima, Maarten groeit op als een beetje een enthousiaste jongen, zeer innemend, soms erg druk, maar hij kan ook bij je op schoot zitten, geïmponeerd naar je kralenketting staren. Dat doet hij dan ook bij de kleuterjuffrouw, wat tegenwoordig groep 1 heet. Katy had zich wel eens afgevraagd of het gedrag van Maarten wel normaal peutergedrag was. Vooral wanneer hij erg druk was. Met spelletjes probeerde hij de leiding te nemen. Echter levert dat ook weer leuke taferelen op, dat hij bijvoorbeeld op een verjaardag, de hele familie dirigeert. Daarnaast de driftbuien, wanneer hij zijn schoenen moet aantrekken, het rondjes rennen in de supermarkt, vastzitten in een ritme. Benjamin is geduldig. Echter de mensen om hem heen denken dat het een opvoedingsprobleem is, maar Benjamin weet wel beter. Hij heeft de strenge hand al geprobeerd, natuurlijk is hij boos geworden, natuurlijk heeft hij maatregelen genomen en dat doet hij nog. Wat denken de mensen wel niet. Benjamin is consequent en recht toe, recht aan. Benjamin weet heus wel wat opvoeden is. 1000 keer beter dan al die roddeltantes bij elkaar. Benjamin krijgt ruzie, of eigenlijk, hij discussieert gewoon al niet meer. Hij zegt gewoon,” je weet niet waar je het over hebt”, wanneer een eigenaar van een IJssalon aangeeft dat hij zijn zoon wat meer respect moet bijbrengen.

Benjamin is geduldig, Katy loopt met de ziel onder haar arm, zij heeft er meer problemen mee. Ze is wat zwaarder op de hand, zij kan die prikkels er niet uit filteren. Het is in die tijd dat Benjamin het grootste compliment heeft gekregen van zijn vader, Hans. Jij bent veel geduldiger dan ik en dat doe je goed. Gewoon kalmte bewaren, ook al is het nog zo moeilijk. Nadat ook school heeft aangedrongen vinden ze eindelijk een instantie die wel wil kijken wat er aan de hand is met Maarten. De school had Benjamin doorverwezen naar de huisarts. Benjamin had gevraagd naar hun rol. Nou, hun antwoord was duidelijk. Ze hebben geen rol. Ze hebben er geen geld voor en klaarblijkelijk ook geen zin, om het meest interessante van hun werk wat verdieping te geven. Benjamin zou het wel weten, als hij leraar zou zijn. Wat een leerfabriek zeg. Alles wat afwijkt, is afkeur.  Dan hebben ze nog wel expres gekozen voor een school met weinig leerlingen, omdat er dan mogelijk individueel aandacht is. Benjamin gaat niet naar de huisarts, niet voor zoiets, hij lost het wel op. Je gaat alleen naar de huisarts wanneer je lichamelijke klachten hebt, toch? Wat weet de huisarts daar nu van. Benjamin gaat wel lezen, lezen over opvoeding en mogelijke gedragsstoornissen. Katy treft een moeder zonder vooroordeel en die geeft hun een weg aan. Ze melden zich bij een onderdeel van Jeugdzorg. Ze doen een intake bij een GZ Psycholoog bij hun in dienst. Het onderdeel is pas een jaar opgestart, omdat er steeds meer indicaties zijn van kinderen met Autistisch verwant gedrag in Brabant. Er is zelfs een onderzoek naar ingesteld, door de Universiteit van Cambridge. Zodoende is er subsidie vrijgekomen om ook bij Jeugdzorg hier verder onderzoek naar te doen. Meteen zodra Pieter McCardle, zoals de GZ psycholoog heet, Maarten ziet, heeft hij al een indruk van wat er in het koppie zit van die jongen. Maarten kijkt niet direct naar de mens. Maarten kijkt naar de omgeving en reageert dan pas op de mens. Terwijl hij Pieter toch recht in zijn ogen aankijkt, als hij tegen hem praat reageert Maarten niet meteen als je hem een hand wil geven. Hoe zoiets simpels een indicatie kan zijn. Pieter geeft wel aan dat verder onderzoek nodig is en dat er een flinke wachtlijst is. Dat jaar wordt een hel voor Katy. Katy krijgt het steeds moeilijker met de juffrouw. Benjamin belt nog een paar keer naar Pieter, maar krijgt geen prioriteit. Het is in dat jaar dat Katy een geweldige angstaanval krijgt en daardoor vergeet om de kinderen van school te halen. Katy slaapt slecht en Benjamin probeert haar ’s nachts gezelschap te houden en stelt een bezoek aan een psycholoog voor. Katy weigert, ze wil er gewoon zelf uitkomen. Toch merkt Benjamin dat Katy zichzelf niet meer is. Ze maken een zeer emotionele vakantie door. Ze zijn inmiddels driekwart jaar verder. Katy weet het echt niet meer, is totaal het spoor bijster, maar ze probeert zich ten opzichte van de kinderen rustig te houden. In “Plopsaland de Panne”, een pretpark met als thema het televisieprogramma van “Studio 100”, “kabouter Plop”,  raken Benjamin, Maarten en Caroline, moeders kwijt. Ze zou even naar het dorp gaan om tampons te halen. Ze wachten op een bankje vooraan op het plein. Na een uurtje denkt Benjamin, ik blijf hier niet zitten en gaat zoeken. Ze vinden haar niet en komen weer terug op het park. Benjamin maakt een rondje door het park, hij houdt goed zijn ogen open en probeert het voor de kinderen ondertussen leuk te maken. Aan het eind van de dag gaan ze naar de EHBO, mogelijk dat ze daar ook is, vanwege vermissingen, het lijk hem verstandig om daar te wachten, omdat het toch een contactpunt is. Benjamin mag er even bellen en belt naar zijn schoonouders over wat er gebeurt is. Ze kunnen Katy niet omroepen. Ze mogen wel blijven wachten. Gelukkig is er nog het een en ander om te spelen voor de kinderen. Benjamin blijft om zich heen kijken. Ze kunnen niet terug naar het vakantiehuis. Katy is er met de Portemonnee met daarin de tramkaartjes, van het trammetje langs de kust vandoor. Dan ineens zien ze Katy, Benjamin rent naar haar toe en omhelst haar. “Wat is er aan de hand?”, “Ik heb een hele leuke dag gehad.”, zegt ze vervolgens.

Aan het begin van het nieuwe schoolseizoen volgt het onderzoek, de diagnose wordt gesteld. Er is sprake van Autisme, maar niet gedefinieerd. Heel technisch wordt alles uitgelegd. Benjamin gaat nog meer lezen, lezen en films kijken en lezen, over het onderwerp. Overal wordt hetzelfde gesteld. Eigenlijk weten we er nog helemaal niks van. Er zijn net zoveel vormen van Autisme als er mensen zijn die het hebben. Ieder individu is een vorm op zich. Dat is de conclusie van Benjamin. Nu weet hij dat en hij observeert, experimenteert en leert, van zijn zoon.

Benjamin moet nog veel leren. Hoe kan hij Maarten hier nu uittrekken en omzetten naar iets positiefs. Een jurylid komt naar ze toe en vraagt of ze niet even naar de kleedkamer kunnen. Benjamin houdt zichzelf onder controle en probeert het uit te leggen, maar er wordt niet geluisterd. Opeens staat Maarten op en loopt de hal uit, de gangen op, Benjamin er achteraan. Benjamin en Maarten gaan rustig zitten. Benjamin spreekt bemoedigende woorden en de dag is nog niet stuk. Het maakt niks uit. Het gebeurt gewoon. Even later stoot Maarten een PR met kogelstoten, zijn dag kan niet meer stuk.

Hoofdstuk 1: de Geboorte

Het is nog steeds 19 April 1966. Hans loopt te IJsberen door de gangen van het Wilhelmina Gasthuis. De gangen zijn koud, wit steriel. De helft van de muur, is wit betegeld, een zwarte tegelstreep geeft de scheidslijn aan tussen het stucwerk en het tegelwerk. Hier en daar is het stucwerk een beetje gescheurd. De vloer is nog een echte zwart wit gespikkelde Granito vloer. Hans gaat zitten op een houten bank, lichtbruin, lange planken, in een ronde vorm gelegd. Vanmiddag waren de weeën begonnen. Het was een bewolkte dag. De temperatuur was 10 graden Celsius, maar door de zuidwesten wind, voelbaar in het gezicht van ca. 4 mtr./sec.  was het geen pretje om naar de tramhalte te lopen. Hans heeft geen auto, geen rijbewijs. Hans heeft wel een motorrijbewijs, maar hij gaat niet met een zwangere vrouw achterop zitten. De weeën zijn nog licht. Dus hebben ze besloten om naar Tante Rietje te gaan. Tante Rietje woont in de 1e Helmersstraat, samen met haar man Helmut. Gretha woonde daar ook tijdelijk toen Hans, Gretha voor het eerst ontmoette.

Hans reageerde op een contactadvertentie uit de zaterdag editie van De Telegraaf, waarin een jonge vrouw van 29 op zoek was naar een lieve man. Geen details, weinig tekst, want iedere letter kost geld. Hij reageerde onmiddellijk. Zocht pen en papier, schreef zijn verhaal en liep naar het postkantoor om zijn brief te posten aan het adres die de brieven weer sorteerde en afleverde bij de plaatser van de advertentie. Ze had het voor het uitkiezen, maar 1 van de brieven viel toch wel op. Een Friese man die nu in Amsterdam woonde. Dus ze schreef hem terug. Hans zag het adres en ging er direct op af. Hij woonde zelf op een kamertje bij een Hospita, midden in de binnenstad. Niet zo een beste buurt. Hij mocht geen vrouwen meenemen, de Hospita wilde geen gedonder. In plaats daarvan kocht hij wel eens bij de Slager om de hoek een gegrild kippetje, om zichzelf te verwennen. Soms kocht hij een Spekbokking bij de visboer.

Hans belde aan, bij de 1e Helmersstraat, een jonge vrouw doet open, een klein meisje van ongeveer 6 kijkt onder haar benen door. “Hallo, ik ben Hans. Bent u Leen, uit de contactadvertentie?” “Nee, ik ben Gretha en woon hier tijdelijk. Leen is niet thuis, dus ik kan u niet helpen.” “Kunnen we dan even praten, ik begrijp dat u me niet binnenlaat, maar we kunnen even naar het Vondelpark wandelen, dan kunnen de kinderen daar even spelen.” Dat doen ze. Ze praten over heel veel. Ze hebben ook een en ander gemeen. Allebei hebben ze kinderen, alleen hij ziet ze niet meer. De scheiding van hem is net rond. Ze waren uit elkaar gegroeid. Hij kon geen goede baan vinden in Friesland die hem beviel. Ja, hij werkte bij Philips in Drachten, op zich een goede baan. Hij werd er alleen gek van die 4 muren en de lopende band. Hij was de vrijheid gewend. Via een advertentie las hij dat ze in Amsterdam mensen zochten bij de plantsoenendienst. Dat leek hem wel wat. Hij meldde zich en ging er door de week op kamers wonen. In de weekenden ging hij naar huis, maar wat hij daar zag was niet wat hij wilde zien. Het was een moeilijke tijd, voor hem en zijn vrouw. Zijn vrouw zag het avontuur in de grote stad niet zitten. Hij was een solitair man en kon overal wennen, zij hechtte zich aan haar familie en dat waren haar contacten, haar Netwerk. Als hij thuis was hadden ze ruzie, over de kleinste dingen. Natuurlijk koos haar vader, zijn schoonvader, haar kant. Het waren goede mensen, allemaal. Zij gedroeg zich zo, omdat ze ongelukkig was met de situatie en Hans zou ongelukkig zijn met werk in de Fabriek. Werk op het land was nog maar karig en hij wilde nu iets opbouwen en daarvoor had hij nu de kans. De scheiding was onvermijdelijk, maar keihard, vooral voor haar. Er was geen bezoekregeling, het zou allemaal te zwaar worden, voor haar. In 1960 wordt Wikje geboren, hij krijgt haar niet meer te zien.

Gretha heeft de andere kant meegemaakt, haar man, Riemer, was vaak van huis en had zwaar werk op de scheepswerf. Hij had alleen een groot probleem, hij kon niet van de drank afblijven. Dat leverde thuis grote problemen op. Ze hebben een tijdje in Alkmaar gewoond, maar het was voor hem niet vol te houden, dus verhuisde ze naar een krot in Amsterdam op de Achtergracht. De huizen daar waren slecht onderhouden, door de huisbazen, het was een huis waar ze direct in konden trekken en toen sloeg definitief de stop door. Gretha vluchtte met haar kinderen naar een tante. Daar woonde ze nu, samen met haar zus, Leen, die ook nog steeds alleen was, maar niet meer in Amsterdam Noord bij haar moeder wilde wonen. Gretha zat nog midden in haar scheiding, was dus niet op zoek naar een nieuwe relatie. Op dat moment trekt Liesje, zoals de jongste dochter van Gretha ook wel genoemd werd aan de broek van Hans. Meneer wilt u een zandtaartje. Gretha en hij waren op de rand van de zandbak gaan zitten, zodat ze vlakbij Liesje en Mary konden zitten. Annemarie was niet meegekomen, zij was al 12 en had een afspraak met haar vriendinnetje. Hans kijkt Liesje lachend aan.

Ineens voelt Hans een paar vingers op zijn schouder, hij kijkt opzij. Het zijn magere verschrompelde vingers, hij kijkt omhoog en ziet een gezicht, gerimpeld, verborgen onder een grote bril en een witte kap. De vrouw, klaarblijkelijk verpleegster vraagt of Hans even mee wilt lopen. Hans volgt haar naar een kamertje en de vrouw stelt Hans een aantal vragen. Over de leef en woonomstandigheden van Gretha en over hun relatie. Hans en Gretha wonen inmiddels al een half jaar samen. Gretha is inmiddels ook op papier gescheiden. Hun liefdes baby is geboren, maar Gretha is nog zwak. Hans vraagt of hij zijn zoon wel mag zien en hij loopt mee, naar een ruimte waar de pasgeboren baby’s liggen. In die ruimte zijn jonge verpleegsters bezig met zijn zoon. Ze hadden besloten dat een zoon Bernd zou heten en een eventuele dochter Jeltje, beiden een vernoeming naar de ouders van de moeder van Hans. Ze moesten nog wel nadenken over een modernere variant, want ze hadden tegen elkaar gezegd dat hun zoon wel een moderne naam moest krijgen. Bernd, was dus geboren, het was 5 voor middernacht, zijn gewicht is 9 pond. De verpleegsters noemden hem een echte Benjamin, naar de Cowboy uit de televisieserie. Benjamin, die altijd honger had. Hans hoorde dat en zou overleggen met zijn wijffie. Het wijffie die hem nu al zo veel geluk heeft gebracht.