Benjamin Beerstra beleeft zijn leven

23. jan, 2015

Benjamin Beerstra creëerde zijn boek in 7 dagen, het was 22:00 uur zondagavond en hij zag dat het goed was. Hij was er afgelopen maandagochtend mee begonnen. Hij zou zijn levensverhaal schrijven, zo veel als maar kan. De nacht van donderdag op vrijdag had hij doorgewerkt. Hij had nog geen letter op papier, maar was er de hele week al mee bezig. Geprikkeld door vele losse gedachtegangen.

Benjamin is afkomstig uit een gezin van oorspronkelijk 4 kinderen, hij had 3 zussen, dochters van zijn moeder. Zijn vader heeft zijn kinderen niet meegenomen in het gezin. Zo ging dat in die tijd, maar niet uit het oog uit het hart, maar scheidingen waren uit den boze en de kinderen gingen automatisch naar de moeder. Nog nooit gehoord van regelingen in een convenant. Benjamin is dus de enige van het stel. Echter als hij 3 is, komt er in juni nog een kindje bij, Sjonnie. Sjonnie, is een kind van Annemarie Geluk. Nog maar 15, maar uiterlijk ouder? Sjonnie is als een broer voor Benjamin, al is Benjamin niet meer de jongste en is er een concurrent bij. Hij heeft nog twee andere zussen. Elisa en Mary, ook Geluk van achternaam en Sjonnie krijgt de naam ook. De meisjesnaam van zijn moeder is Huhn, Gretha Huhn. Zijn vader heet Hans (Haco) , Hans Beerstra dus.

Hans is geboren in Friesland in een dorpje wat nu in het grondgebied van de gemeente Ooststellingwerf valt. Toch heeft de familie Beerstra niet altijd in Friesland gewoond. Zijn voorvaderen zijn vluchtelingen uit Waals Brabant. Rond 1580 konden ze vluchten, aangezien de Nederlanden zich hadden afgescheiden in twee delen. Het Noorden, Calvinistisch en het Zuiden, Katholiek. Eigenlijk was hun probleem, dat ze niet extreem hun geloof demonstreerde, dat ging tegen het gevoel van de meestal rijkere katholieken in. Rintje waagde het er op en ging naar het beloofde land. Onderweg sprokkelde hij heel wat hout bij elkaar en knapte schuurtjes en huisjes op van mensen, want handig was hij. Rond 1800 heeft de familie de achternaam Beerstra aangenomen. Er is ook een tak die zich Bernstra heeft genoemd en een laatste is teruggegaan naar hun oorsprong, zij hebben de naam de Wael aangenomen. Bern was zo sterk als een beer, dus de twee eerste Zonen Thomas en Tjeerd hadden zich naar hem vernoemd in hun achternaam. De derde Ruurd noemde zich anders, hij was een beetje anders, zoals in iedere familie zonderlingen voorkomen.

Hans had de eerste 40 jaar een moeilijk leven gehad. Hij ging van baan naar baan. Zwaar werk: turf steken, boerenknecht en tenslotte in de accufabriek. Even proefde hij zijn geluk bij Philips in Drachten, maar dat was niks voor een vrij man, uit de turf getrokken. Hij vertrok naar Amsterdam. Daar kon hij voor de gemeente werken. De mooiste tijd uit zijn leven, tot dan toe. Echter was hij vaak van huis, dat kon niet anders dan fout lopen, met 7 kinderen. Dat was de reden dat Benjamin werd geboren, want Hans zocht nieuw geluk. Al was het niet gepland, Hans wilde niet onder zijn verantwoordelijkheid uitkomen en trouwde na drie jaar, toen alle papieren helemaal rond waren werd Benjamin Beerstra, daarvoor heette hij nog Huhn.

Benjamin kan niet goed lopen, hij loopt altijd achterop. Twee keer per jaar is gepland om schoenen te kopen, echter dat is voor Benjamin niet genoeg. Zelfs de schoenen van Cees Tak uit de Bilderdijkstraat zijn niet sterk genoeg. Zijn zolen slijten allemaal schuin af. Met Benjamin gaat Gretha naar de specialist in het ziekenhuis. Er worden ijzeren steunzolen aangemeten, Benjamin wordt daarvan nog eerder moe en wat zijn die pijnlijk. Zijn ouders zijn ten einde raad. Om de twee weken nieuwe schoenen, dat is toch wel te gek. Wat moeten ze nu met die jongen aan en dan plast hij ook nog regelmatig in zijn bed. Daar valt gewoon niet tegen op te wassen.

Benjamin word ouder en hij is het gepest en het geklaag meer dan zat.  Op school wordt hij gepest en thuis op die momenten wordt er geklaagd. Hij heeft een film gezien op televisie, over een jongen die nog in zijn eigen bed plast en al  naar de middelbare school gaat. De jongen kan hardlopen, als de beste. Benjamin is geen sportman, eigenlijk is hij maar tenger, maar wel lang. Een klasgenoot, Robbie, verteld over zijn sport, atletiek en Benjamin denkt: “dit is mijn kans. Hier moet ik initiatief nemen.”  Robbie en Benjamin maken een afspraak. Benjamin mag wel meerijden en zo doet hij mee aan de eerste training. Benjamin doet het eigenlijk helemaal niet slecht, zo voor de eerste keer. Vooral omdat Benjamin gemotiveerd is en zijn trainer Rinus van de Brink ziet dat. Rinus vind het leuk werken met Benjamin. Rinus is een trainer in hart en nieren en hij geniet van alle jongens die werken, op zijn club: de driekleur. Al is zijn eerste wedstrijd een grote teleurstelling, wie had het anders verwacht na 6 weken training. Lopende in het verkeerde tenue, komt hij ver achter de concurentie over de streep. Benjamin heeft zijn uitlaatklep gevonden en is gepassioneerd vanaf de eerste dag. Langzaamaan gaan zijn voeten wat minder scheef staan, hij word sterker, hij word sneller, al zal hij nooit een held worden.

Ondanks dat hij af en toe wel vrienden heeft blijft hij Solitair. Hij gaat naar veel evenementen alleen, soms ook met vrienden, maar hij is er niet afhankelijk van. Hij houdt er wel van om te verdwalen in de menigte. Op zijn 16e heeft hij zijn eerste ervaring met een meisje, Maria Convoy, familie van de buren, die daar te logeren is. Ze zegt tegen zijn moeder dat ze met Elisa heeft afgesproken om te blijven slapen. Elisa, is niet eens thuis. Maria klopt aan bij Benjamin. Benjamin vraagt wat er is. Het meisje antwoord: “Sssst, ik heb het koud. Kom je even bij me.” Hij twijfelt niet en gaat naast haar zitten op het bed. Ze pakt zijn arm en slaat hem om haar heen, even later kussen ze elkaar. De hele nacht alleen kussen. Tot zijn 18e probeert hij af en toe zelf initiatief te nemen. Dat lukt niet zo heel goed. Och, er zijn meisjes genoeg die hem leuk vinden, maar vindt hij die ook leuk? Er zijn ook meisjes die hij leuk vindt. Vinden zij hem wel leuk. Twijfels, zijn een slechte raadgever. De weg naar adolescentie is vol met twijfel. Op zijn 18e verandert de zaak, hij gaat op vrijerspad en loopt tegen een volwassen vrouw op van 25 jaar, Emily Moes. Ze vindt het wel leuk en ze voelt zich wel gevleid, maar ze is zo veel verder dan hij.  Benjamin gaat zo vaak mogelijk naar haar toe. Hij is zo vrij als een vogel en gaat op de maandag ook wel vanuit haar naar school. Zij woont in de Hemonystraat nummer 13, vlakbij de  Nederlandse Bank. Dit zijn, zijn eerste echte stappen in de wereld. Detail is dat Emily nog een broer heeft die toch redelijk 400 mtr. horden kan lopen. Johan Moes. Zoals meestal komt aan dit soort eerste liefdes een eind. Rond kersttijd loopt het vast en zien ze elkaar een paar weken niet meer. In het nieuwe jaar maken ze dan nog een afspraak, waarna de liefde voorbij is. 1985: het jaar van Live Aid, Benjamin slaat een beetje door, op school loopt het niet zo lekker en op atletiek zijn de prestaties ook niet veel soeps. Hij heeft verkering met een meisje, Linda Molenaar, ze is een beetje wild. Ze doet dingen die hij niet begrijpt, hij gaat even later verder met haar vriendin, Wendy Hop, zij doen het wat rustiger aan en het blijkt zo’n moment te zijn van verkeerde tijd, verkeerde plaats. Als hij later nog een keer met haar in contact komt blijkt het dat zij het erg moeilijk heeft gehad in die tijd en hij kon haar niet helpen. Dan volgt de volgende belangrijke relatie in 1986. Eentje die in zijn hersens gekerfd is, Louise van Schade. Louise is helemaal gek op Benjamin. Benjamin brengt haar na haar eerste kennismaking naar de bus. Ze is met haar vriendin Cathamarijn, maar ze praat aan een stuk door tegen Benjamin. Benjamin vindt dat wel leuk, ze maken een vervolgafspraakje. Na dat afspraakje spreekt hij bij haar thuis af en opent dan wagenwijd zijn ogen van verbazing. Ze heeft allemaal tekeningen hangen met hem als onderwerp. De indruk die hij op haar gemaakt heeft is als een foto vastgelegd, Niet te geloven. Zo gaat dat, een aantal weekjes door. Ze beleven de leukste avonturen. Ze spelen een soort van verstoppertje op het begijnhof. Het spel is dat één van de twee wegloopt, waarna de ander gaat zoeken. Onschuldig bedoelt. Ze vertellen elkaar de gekste verhalen. Tot ze daarin eerst een beetje doorslaat en later ernstig. Tijdens een wandeling van IJmuiden naar Zandvoort wil ze iets vertellen, maar ze durft het niet. In plaats daarvan krijgt hij een boekje, wat hij alleen thuis mag lezen. Thuis aangekomen leest hij dat ze een psychiatrisch verleden heeft. Het is allemaal nog niet duidelijk, maar zijn hart klopt uit zijn borstkas en zijn longen klappen dicht. Hij weet helemaal niet wat hij hier mee moet. De enige optie is negeren en gewoon doorgaan, alsof er niks aan de hand is. 

Wordt vervolgd