Dwalingen

26. jan, 2015

Benjamin keek nog eens goed om zich heen. Het was een prachtige inspirerende omgeving. Het weer was bijzonder. Het regent en de zon schijnt en hij zit in een terrastuin, onder een grote parasol, met zijn vriendin Kaatje Mossel. Kaatje en hij hadden een druk weekend achter de rug, met zijn kinderen Caroline en Maarten. Maarten had die vrijdag zijn deelcertificaten gehaald, via staatsexamens. Het was inmiddels Augustus en voor veel kinderen zat het schooljaar er al maanden op. Maarten echter, moest nog even doorploeteren, evenals zijn medeleerlingen en nog veel meer kinderen en adolescenten, die niet passen in het reguliere onderwijssysteem. Dat moest dus even gevierd worden, afgelopen zaterdag. Nu was het even tijd voor rust, tijd voor elkaar. Kaatje en Benjamin waren er dus even tussen uit geknepen, die zondagmiddag. 

Ze hadden tijdens het wandelen in de omgeving een restaurantje ontdekt, met tuin. “Leveringsheuvel” was de naam. Ze wisten niet wat ze konden verwachten, maar ze hadden zin in een korte wandeling, drankje en wat garnituur, even eruit, in de natuur. Het was een korte wandeling, ze kwamen hun favoriete moderne weidedieren tegen, de Alpaca. Dol dat ze zijn op die dieren, die indringendheid waarmee ze je kunnen aankijken. Schapen hebben dat ook, maar de ogen van een Alpaca staan zo lief. Natuurlijk houden ze ook van de echte historische Nederlandse weidedieren. Zo staan er in de omgeving ook van die echte mooie Brabantse bruine vleeskoeien. 

 “Leveringheuvel” had eigenlijk een landgoed kunnen zijn, zoveel grond als die familie heeft. Ze hebben echter alleen een boerderij, een wit groot vrijstaand huis, met een mooie grote vijver en een gastenhuis. Het witte huis mag wat vorm betreft geen villa worden genoemd, maar alles er om heen zijn ingrediënten van een villa. Ze hebben nog een grote weide met kleine paardjes en een weide met grote paarden. Zodra Kaatje en Benjamin binnenkomen zien ze mooi, chique, gedekte tafels. Een jonge vrouw van rond de 30 vraagt of ze hen kan helpen. Benjamin verontschuldigd zich en geeft aan dat ze alleen wat willen drinken. De gastvrouw vraagt of ze buiten in de tuin willen zitten, of binnen. Het is mooi weer, dus volgen ze haar naar de tuin. Een aantal stoelkussens zijn nat, het had heel even geregend. Gewoon een zomers buitje tussendoor na een warme dag. Kaatje en Benjamin nemen plaats onder een grote parasol. Wat willen ze eigenlijk drinken? Ze besluiten om naar de bierkaart te vragen. Die hebben ze. Op zoek naar een heerlijk bijzonder blond bier en een wat steviger, maar heerlijk zomerbier van de tap. Kaatje kiest voor een "La Trappe Blonde" en Benjamin kiest toch maar een "La Trappe Dubbel", gewoon omdat ze die van de Tap hebben en ook best wel goed past bij dit weer. Ze vragen of ze ook borrelgarnituur hebben of een kaasplankje. De gastvrouw stelt hun “het Borrelplenkske” voor. Dat is de specialiteit van het huis, met daarop allemaal zaligheden. Ze moeten een tijdje wachten, maar dan worden ze gerieft met een houten snijplank, met daarop schaaltjes met lekkernijen. Rauwe ham, gerookte zalm, grote gepelde garnalen, kaasblokjes, augurkjes, olijfjes, alles wat een mens gelukkig maakt. Het leven is perfect. 

Benjamin kijkt rond en zegt tegen Kaatje: “en toch mist er nog iets ”. Kaatje knikt, “ik denk het ook”. Het wordt bevestigd wanneer een jonge man, waarschijnlijk in de 20, met het uiterlijk alsof deze tent van hem is, op snobistische wijze vraagt: “kan ik nog iets inschenken?”. Wat ze missen is echte gastvrijheid. Het praatje, de interesse. Later aan de kassa, wanneer Benjamin met zijn pinpas klaar staat probeert hij nog een: ”wat een prachtige accommodatie heeft u”, echter zonder succes. Doordat de kosten meevallen en Benjamin en Kaatje een geweldige middag hebben gehad, daar in die tuin, besluiten ze wel om vaker terug te gaan, maar ze beloven elkaar trouw om er nooit en te nimmer ook maar één diner  te gaan gebruiken, dan zijn er andere gelegenheden die daar veel beter voor in aanmerking komen.