Interviews / Portretten

27. jun, 2020

(interview Stadstroubadour Bart van der Harst 7-6-2020)

 

 

 

 

 

 

Hoe sta jij in de wedstrijd?

We hadden afgesproken dat we het weer zouden afwachten. Een belangrijke afspraak was dat we een strandwandeling zouden maken en onderwijl zou ik Bart interviewen. Bart zou die zondag in Den Haag zijn, op bezoek bij zijn vader. We hadden een principe afspraak gemaakt, om 15:00 uur.

Ik vroeg hem vlak daarvoor: “het is geen geweldig weer, maar hoe sta jij in de wedstrijd?” Bart antwoordde: “Ben nu in Den Haag. Wat mij betreft lopen we een stukkie. Afspreken bij de Savornin Lohmanlaan? Kunnen we zo ’t strand opklimmen, eerst.

 

Ik kan het niet vinden:

We spreken af bij de kiosk aldaar. Ik pak mijn fiets. Eigenlijk had ik geen rekening meer gehouden met het interview en ik had zelf in mijn avondkloffie willen duiken. Echter beloofd is beloofd en het interview afnemen is iets dat ik zeker wil doen. Het is iets dat al langer in mijn genen zit en het leuke is dat Bart dit interview zelf heeft voorgesteld.  Ik ben bij de Savornin Lohmanlaan, ter hoogte van ‘de Bosjes van Pex’. Zelf denk ik dat hij via links doorloopt. Mijn digitaal navigatiesysteem doet raar en mijn coördinatie is niet zo goed, omdat ik in die drie jaar dat ik in Den Haag woon nog niet met alle straatnamen bekend ben. Al red ik me zeker aardig. Ik kan het toch niet vinden, zonder verdwaald te zijn, want ik heb hier vaak genoeg rondgereden. Kijkduin is mijn tweede natuur. Ik heb er getraind voor de marathon, richting Zwarte Pad en naar Hoek van Holland. Ik fiets naar het NH hotel. Het hotel waar de bruid en de bruidegom zich hebben mogen omkleden. Ik stuur een bericht. Het is inmiddels 15:00 uur. “Ik kan het niet vinden. Ik ben bij het NH hotel.” Bart antwoord dat we daar dan maar afspreken. Ik zet mijn fiets op slot en wacht.

 

Natuurlijk verloop

We lopen richting strand en we praten over de afgelopen tijd. Een tijd van Quarantaine. Ik zeg dat het enige dat ik echt mis, dat zijn mijn kinderen. We hebben afgesproken niet zo maar het O.V. te pakken. Bart mist zijn kleinkind, die woont in Antwerpen. Ze bellen wel, inclusief beeld, op de manier zoals dit mogelijk is. Het is behelpen. Vooral jonge kinderen horen op schoot te kunnen klimmen. Ze horen te kunnen logeren, bij oma en opa. We zijn het daar snel met elkaar over eens. We verbazen ons over de snelheid waarmee maatregelen zijn genomen. Éénrichtingsverkeer op de strand afgang versus opgang. Het is noodzakelijk. Zelf vind ik het ook wel makkelijk. Misschien is dit wel de eerste glimlach over deze tijd. Bart vraagt: “wat wil je weten?” Ik geef aan dat ik een interview het liefst natuurlijk wil laten verlopen. Ik ben geen voorstander van vraag en antwoordspelletjes, al is dat soms pure noodzaak. Maar voor dit doel, wil ik het natuurlijk laten verlopen. Om iets te kunnen vertellen over de Bart achter de Covertalingen. Bart, de Troubadour, de Bard.

 

Depressief

Ik vertel Bart dat ik hem altijd zie als een opgewekte positieve kerel. Dat ik hem daarom wel zie als een evenknie en ook dat is zeer natuurlijk gegroeid, want ik doe niemand na en we doen ook zeker niet hetzelfde. Soms hebben we dezelfde ideeën, zonder het van elkaar te weten. Natuurlijk, ik ben geen troubadour en het feit dat ik Bart interview om mijn respect jegens hem te tonen, zegt ook iets over ons verschil. Wat hetzelfde is, is onze positieve kijk op de wereld. Dus ik vraag hem of hij ook wel eens in zichzelf gekeerde, wat meer depressieve momenten kent.

“Het is zeker een soort basishouding. Ik koester daarom de zwemmomenten met mijn vrouw. Ik kan dan tijdens die baantjes mijn hoofd even een herstart geven. Het is vaak slechts een half uur, in het openluchtzwembad. Heerlijk is het bakje koffie daarna, die ik drink met mijn vrouw. Naast het zwemmen heb ik nog de muziek, in de muziek vind ik soms ook mezelf terug. Mijn artiestennaam heb ik daar op gekozen. Niet voor niks: Bart en/of Cornelis”

 

Muziek en Scheveningen

Bart verteld mij een prachtig verhaal over hoe hij zijn vrouw heeft ontmoet en hoe zij samen probeerde om, hij Hervormd, zij gereformeerd, voor de kerk in het huwelijksbootje te treden. Echter de verwachting van de ouderling en de dominee van haar kerk waren veel te hoog gespannen geweest ten opzichte van een jongen die net uit de adolescentie komt. Beter is dat ze minder doordacht repliek hadden verwacht. Ik ga niet zijn verhaal vertellen, want dat kan Bart beter zelf. Het gaat over zijn Scheveningse bijnaam, gekoppeld aan zijn achternaam. ‘De luie Satan’. Al is Bart zelf, verre van dat. Zijn schoonvader begreep dat gelukkig beter en zo zijn zij al tientallen jaren gelukkig getrouwd.

Scheveningen heeft een belangrijke rol gespeeld in Bart zijn leven. Muziek zat er al jong in. Muziek en cabaret. Een deel in zijn genen zit de te vroeg gepensioneerde zeeman, één van zijn opa’s. Hij kon niet wennen aan land, anderzijds zijn opgewekte en nog altijd gezonde vader van 90 jaar.

 

‘De zonnige kant’

Zijn vader danst in de clip, die hij gemaakt heeft met pianist/componist Bam Commijs, ‘De zonnige kant’. Hij is de man met de schotse baret. Waar de man vreselijk trots op is. Lichamelijk en geestelijk nog sterk, gelukkig wel. ‘De Zonnige Kant’ is één van de coververtalingen die Bart zo af en toe maakt. Dit zijn er inmiddels een stuk of 10. Zelf ken ik de meeste wel en ze zijn stuk voor stuk briljant. Onder het concept: ‘de Vrolijke Noot’ startte het projectje  ‘De Zonnige Kant’, het lied is de Nederlandstalige bewerking van de ‘Monthy Python’ hit ‘Always look on the Bright side of Life’. Het liedje is voorzien van een vrolijk muziekclipje. Met hulp van o.a. blije buren, vrolijke passanten, vitale vader (90) als thuisdanser in Den Haag, rennende kleinkinderen op de Markt in Antwerpen, Salsa swingende nicht in het Zuiderpark, de meedansende politiepaarden (inmiddels een bekende clip) en meer.

 

Bam Commijs en B&B

Pianist en componist Bam Commijs is al vele jaren werkzaam op het gebied van jazz, wereldmuziek, chansons, kleinkunst en muziektheater. Hij leerde het vak in de praktijk, door samen te spelen en de kunst af te kijken van vele improviserende musici in binnen- en buitenland. Hij schreef diverse muziektheaterstukken in opdracht van het Nationaal Jeugd Orkest, het Westlandse Dario Fo en het Utrechtse STUT theater.

Als componist laat hij zich inspireren door teksten, van dichters uit het verleden tot hedendaagse schrijvers als Frank Schoevaart, Henri Seegers, Guido de Wijs en Irma Ooijevaar. Als  begeleider was hij verbonden aan de Amsterdamse Theaterschool en als docent ‘songwriting’ aan de Theaterschool Utrecht. Bam Commijs is een veelgevraagd begeleider van zangers (Meike van de Linde, Willy Nap en Mehrnaz Salehi), bij zangworkshops (o.m. met Renee van Bavel, Miloe van Bodegraven en Monique van Haasteren). Daarnaast speelt hij in de groepen Babak-o-doestan, La Clique à Pao en het Trio Bartolussi en verzorgt hij als improviserend solist de muziek bij recepties, openingen, bruiloften en uitvaarten. Ook verzorgt hij soloconcerten en duo-optredens met pianist/componist Armin Segger. Onlangs won hij een compositieprijs van de Dutch Swing College Band voor zijn compositie “Frankie” (op een tekst van Clara Bakker). Met cabaretière Jacquelien de Savornin Lohman (1933 – 2018) maakte hij vier theaterprogramma’s.

In 2019 ontstond een samenwerking met kleinkunstenaar Bart van der Harst. Het eerste gezamenlijke programma is in voorbereiding onder de titel ‘Maar nu eerst’ .

© Hoss 20-6-2020

Link naar de video: https://youtu.be/-u_9eBFKcHA

 

15. mei, 2016

ANEKDOTE

 
Het is 1985.
Er is een instuifwedstrijd bij AAC.
Ik ben dat jaar bezig met een aantal clubgenoten om te trainen voor de 400 mtr. horden.
Hierdoor loop ik ook 200 meter wedstrijden.
Met mijn tijden krap onder de 26 behoor ik echter niet tot de snelste.
Wie tref ik in mijn serie? Arjen Visserman!
 
Hij is zo een beetje de snelste man die we in die tijd hebben.
Volgens mij was hij bang van mij.
 Ik speel het pokerspel, we lopen elkaar voorbij en hij kijkt me indringend aan. Ik kijk terug en laat niks van mijn angst blijken.
Ik vreet hem op met huid en haar.
De start. Ik ga als laatste mijn blok in. Arjen hoor ik puffen. Ik heb baan 6.
Verdorie kan ik niet naar hem toe lopen.
Pang! Na 10 meter loopt hij mij voorbij, ik probeer aan te klampen. Ik zie hem niet meer terug.
Bedankt Arjen. Ik had hem willen bedanken, met de hoop op een revanche.
Ach, wie weet.
Wel een PR. Ik verbeter hem nooit meer.
 
 
Ook gepubliceerd in:
Loopgroep Sneekweek en IJLST op 11 mei 2015
15. mei, 2016

Op een doordeweekse zomerse middag in vakantietijd waren
Bas / Bart en ik aan het trainen op de baan.
We hadden wat trainingen afgesproken en de 200 tjes waren aan de beurt.
We zaten op het bankje vlak bij de 200 start en we waren net klaar, komt Oscar naar ons toe, die ook niet geheel toevallig op de baan was.
Dus wij beginnen over onze trainingen om wat uit te wisselen.
Bij het noemen van mijn tijden zegt Oscar. 26.2, dat is wel heel goed.
We moesten beide lachen.
Later was er het NK op Ookmeer.
Ik hielp bij de IJskar, waar we ook blikjes verkochten.
Oscar kocht daar een blikje Bitter Lemon.
Kinine is goed tegen spierkramp. Dus wij dronken voortaan ook Bitter Lemon en Tonic na een dergelijke inspanning.
We deden er alles aan om aan goede informatie te komen.

 

Foto: geleend van Arjan Visserman 

19. jan, 2016

Deel 1 ( Joni van Loon )

Terwijl ik me zelf ook twee maal aan de twintigkamp mocht wagen, kijk ik toch nog altijd vol verwondering naar deze meesters van de Atletiek met een hoofdletter A. De eerste echte grootmeester was een Fin. Ik zal nog niet al te veel loslaten, want dan maai ik het gras voor mijn eigen voeten weg. Echter wat mij wel nog altijd bij is gebleven, is dat sport daadwerkelijk verbroedert bij de twintigkamp. Je bent twee dagen, zeer intensief met sport bezig. Je gaat alles uit jouw lichaam gebruiken, explosief, de verzuring in, lenigheid met stijve spieren, behendigheid, kracht en uithoudingsvermogen in al haar facetten. Jouw basis is jouw VO2max., maar gaat die jou helpen, waneer je verzuurt bent? Er staat horde op het programma. Krijg jij je benen nog omhoog? 

Ik moet eerlijk bekennen dat mijn eerste twintigkamp achteraf gezien een farce was. Echter jongens als Gert Velthuizen, Marnix Engels, Roland van de Tillaar, Lukas van de Storm, Toine van Beckhoven hielden me op de been. Zij bleven mij stimuleren, omdat opgeven geen optie is. Joni van Loon doet dat veel beter. Joni is zo'n echt sporttalent, die alles in zich heeft. Het lukt nog niet altijd, iedere dag, met ieder onderdeel, maar dat is logisch. Anders was het wereldrecord Tienkamp, ook al hoger geweest. (9548 t.o.v. 9045 punten nu, van Ashton Eaton). Joni is veelzijdig atleet, geboren in 1988. Dat betekent dat hij inmiddels het topniveau van zijn kunnen benadert. Dat is natuurlijk slechts theorie. Mij is verteld, dat je als atleet, gemiddeld, rond je 28e op je sterkst bent. Gemiddeld, want je kracht neemt namelijk slechts mondjesmaat af en je duurvermogen neemt ook nog niet zo snel af. Wel je lenigheid en snelheid. Echter zoals gezegd, dat is slechts theorie. Joni is momenteel wel bezig om dit moment in zijn leven maximaal te gebruiken, om zijn prestaties te vergroten. Hij doet mee aan vele 'multievents', zoals we een meerkamp ook wel noemen. In april gaat hij bijvoorbeeld weer naar Helsinki, om daar zijn 14 kamp indoor prestatie te verbeteren.

Ik zal je virtueel meenemen naar de belevenissen van Joni tijdens zijn beste 20kamp tot nu toe. Dat is de 20 kamp van een jaar geleden in Delft. Joni staat opgeschoond 6e op de ranglijst aller tijden, in Nederland. De Top 100 aller tijden internationaal is nog niet bijgewerkt, dus die moet ik u schuldig blijven. In 2015 heeft hij nog meegedaan in Tartu op het WK. Helaas is hij daar uitgevallen. Ondanks dat staat hij wel genoemd als 18e in de uitslagen. Bij de 20 kamp moet je op de loopnummers altijd finishen. Dit betekent een grote uitdaging op de hordeonderdelen. Je bent verplicht om deze hordes te nemen. Hoe dan ook en er wel overheen.

Delft 13 september 2014

Vandaag staan de 1e 10 onderdelen op het programma. Een 20 kamp begint hetzelfde als de 10 kamp. Echter we starten wel heel vroeg, anders lopen we vanavond, de 3000 meter Steeplechase, in het donker. Een flauw zonnetje schijnt en Joni is zich aan het voorbereiden op de 100 meter. De beste 100 meter loop je, wanneer je helemaal warm bent en je spieren wel warm zijn, maar dat je ze toch op spanning kunt houden, om te knallen. Die omstandigheden heb je op een meerkamp eigenlijk nooit, omdat je altijd 's morgensvroeg met de 100 meter moet starten. We maken lol, al is Joni wel uiterst geconcentreerd. De 100 meter is een explosief onderdeel en exploderen doet hij: 12.22 sec. Dat is geen slechte tijd voor een meerkamp.

Daarna direct inspringen, want na alle series 100 meter gaan we direct door naar het volgende onderdeel. Verspringen is ook een explosief onderdeel. Dat komt goed uit. Er zit ook een gevaar in. 3 pogingen, betekent ook 3 maal risico op een blessure. Joni komt de 1e keer niet  goed uit. Oei, oei. Dat betekent, nog een keer springen. De tweede is wel geldig, maar juist onder de 6 meter. Dat moet beter. Met 6 meter 13 in de 3e poging is Joni tevreden en gaat door naar het volgende onderdeel, de 200 meter horden.

De 200 meter horden is een officieus onderdeel. Er bestaat een Nederlands en een Wereldrecord op, maar wordt eigenlijk nog zelden gelopen. De hordes staan op 76 cm. Dat is de officiele laagste hoogte en ze hebben de dubbele afstand, onderling van de 100 meter horden. Het is een onderdeel waar je slecht op kunt trainen. Hoe kom je uit en hoe houdt je de snelheid er in. Kortom hoe kun je reactief, of beter pro-actief lopen. Zonder toch te gaan zweven, een pasje te weinig, of een pasje te veel. Te hoog, want te laag gaat eigenlijk niet op deze hoogte. Het is dus meer hardlopen, maar geconcentreerd. Je moet finishen, je wilt geen tijd verliezen, maar je wilt ook niet struikelen over deze veel te lage hordes. Joni komt er redelijk door, al kan het allemaal wel wat sneller, maar dat geldt voor iedereen.

Het 4e onderdeel is weer een klassiek tienkamponderdeel. Het Kogelstoten. Joni is geen krachtpatser. Joni moet het hebben van snelheid en techniek. Kogelstoten is het werpnummer waarbij kracht zeker wel een voordeel is, al kom je heel ver met snelheid en techniek. Ten opzichte van de andere meerkampers, die hetzelfde probleem hebben doet Joni het uitstekend. Er zijn een paar uitzonderingen, die toch iets meer bij te zetten hebben. Met 9 meter 72, kom je in ieder geval een heel eind. Nog niks gewonnen, nog niks verloren. Joni zit goed in de wedstrijd.

Na de einigszins statische wedstrijd, wat Kogelstoten altijd is, tijdens het stoten, kom je in actie en de rest is wachten tot je aan de beurt bent, wordt het weer tijd voor een loopnummer. De 5000 meter. Na al die explosieve onderdelen, met een relatieve rust bij het Kogelstoten, kunnen we nu de spiertjes loslopen, of juist vastlopen. Het is maar hoe je er doorheen komt. 12,5 rondjes om de atletiekbaan, zo hard je kunt, maar je moet het wel volhouden. Indelen is dus de taak. Nu zijn er atleten die denken, dan ga ik me sparen voor het volgende onderdeel, want over een uur staat de 800 meter op het programma. Dan kom je duur uit, want er wordt hard gelopen op deze 5000 meter. Je wilt toch ook geen punten verliezen. Joni is nu exact zo'n atleet die de explosie in zijn lichaam heeft, maar toch ook een duurvermogen in zijn poten heeft. De loopnummers zijn voor hem gemiddeld een gespreid bedje. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij met 17:42, de beste tijd loopt van het veld.

Een uur pauze is lang, geloof mij. Toch is dat uur ook aangenaam. Je kunt je laten masseren, even wat voeding tot je nemen. Je hebt heel wat voedingsstoffen verloren. Dan is het tijd voor een ander onderdeel. Bijna het meest ultieme onderdeel voor verzuring. De 800 meter. Joni is wederom op zijn best, met een tweede tijd van 2:12, staat hij er goed voor in het algemeen klassement. 

Na die 800 meter zijn je benen ontploft en is het tijd om deze extra op de proef te stellen, het Hoogspringen staat op het programma. Daar Joni hoog kan beginnen en het wachten lang duurt, mag je nog even naar de verzorging, voor een extra massage, of je kunt nog even relaxen. Natuurlijk, wil je ook bij je maatjes zijn, want inmiddels heb je na 6 onderdelen, vrienden gemaakt. Het leuke is, dat je concurenten de grootste vrienden zijn. Tijdens de loopwedstrijden maak je ze in, bij de technische onderdelen maak je foto's van elkaar en ben je sportief. Wanneer je concurrent een superprestatie neerzet, ben je blij voor hem en je concentreert je op je eigen neer te zetten prestatie. Want natuurlijk wil jij het beter doen. Dat is sport. Dat is Atletiek. Joni maakt een prachtige spron over 1 meter 77 en wordt tweede in dit veld.

Dan volgt de superverzuring. De 400 meter. Op dit onderdeel ga je na 200 meter al stuk. Je houdt het vol tot 300 meter en de laatste 80 meter weet je niet waarom je nog kunt lopen. Joni heeft al veel gegeven vandaag. Nu moet hij iets inleveren, op de snelste jongens. De concurentie op de 400 meter is groot. Dat was het vanmorgen ook op de 100 meter. Deze jongens zijn wat explosiever. Joni kan het allebei. Hij zet een goede prestatie neer met 57:84, maar hij had het beter gewild. Het zat er niet in.

Dan komen we uit op het kogelslingeren. Het kogelslingeren is Techniek, Snelheid en maar een heel klein beetje Kracht. De meeste mensen krijgen alleen maar associaties met echte krachtpatsers, met vooral veel massa. Joni bewijst dat dit niet waar is. Dit is het onderdeel waar Joni op kan presteren. Hij bewijst het. Hij is vandaag de beste, met een worp over de 35 meter.

Het slotonderdeel van de eerste dag is een spektakelstuk. De 3000 meter steeplechase zorgt altijd voor mooie plaatjes. Zwempartijen, valpartijen en vooral veel natte pakken. Dit is nu ook zo'n onderdeel die Joni prima beheerst. Door zijn duurvermogen en zijn combinatie met techniek en snelheid. Eigenlijk moet ik zeggen tempohardheid met techniek. Prachtig technisch scheert hij over de hordes en hij houdt het tempo vast. Hij wordt niet eerste. Die plaats is voor iemand anders bestemd. Die plaats is voor zijn concurrent bij de senioren, de belg Frederic Xhonneux.

Inmiddels is het al avond. Eerst even een goede maaltijd naar binnen werken. Na een dag sporten is het lastig om tot rust te komen. Toch moet je op tijd weer op, dus je wilt op tijd gaan slapen. Door een onrustig lichaam slaapt Joni wellicht onrustig, of zal hij daar geen moeite mee hebben. Dat verteld het verhaal niet.

De volgende ochtend, na een ontbijtje, inlopen en warm maken voor de 110 meter horden. Als de andere atleten helemaal stijf staan van de inspanningen van de dag ervoor, oogt Joni soepel. Hordelopen is zoals eerder gezegd het onderdeel van Joni. Na zijn race met de tweede beste tijd van de dag, scoort hij weer prima. Hij staat al dik op de derde plaats en de tweede gaat moeilijk worden. Maar hij wil ook graag een goede score, dus geeft op ieder onderdeel alles.

Met discus draait hij ook goed mee. Geen top 3, maar wel dichtbij. Op de 200 meter laat hij zien, dat hij nog weinig last heeft van de verzuring, van de dag ervoor en sprint naar een hele goede 3e tijd. Graag wil hij op het polstokspringen zich nog wat ontwikkelen, maar ook daar is hij top 4. Respectievelijk de 3000 meter, de 400 meter horden, het speerwerpen, de 1500 meter en het hinkstapspringen komt hij goed door. Dan volgt de apotheose. Hij gaat de strijd aan op de 10 kilometer, maar krijgt concurentie van de Zwitser Cedric Bouele. Samen lopen ze naar een toptijd laag in de 40 minuten. 25 rondjes op de atletiekbaan. 25 ererondjes, in Delft. Cedric wint de strijd, maar Joni heeft een PR op de 20 kamp. Een dik PR: 11.180 punten.

Joni is één van die uitzonderlijke Atleten die de 20 kamp uitstekend beheersen. Hij heeft ook al een eendaagse 20kamp achter zijn naam staan met 9.870 punten. Ik zal de komende tijd vaker terugkomen op de meesters van de 20 kamp. Er rest mij een bedankje aan Joni voor de foto's en ik vind het leuk dat hij deze serie wilde openen.

17. jan, 2015

Op 4 november 2013 zie ik via mijn FB vriend Geeske een oude zwart/wit foto voorbij komen van mannen over de steeplebalk bij de waterbak. De steeple chase is voor mij een heel bijzonder onderdeel binnen de atletiek. Het doet mij altijd denken aan lopen door weilanden om even af te steken en dat er dan een sloot achter zit. Dit is voor mij dromen. Ook met andere onderdelen binnen de atletiek heb ik dergelijke associaties. Later krijg ik meer te zien van wat blijkt een bijzondere man. Zo plaatst hij foto’s van de klassieke marathon die hij heeft gelopen in de hitte en lees ik zaken als een dubbele marathon en dat dan uit de oude doos. Op 11 december worden we uiteindelijk FB vriend. We raken aan de praat over de zware tijden van toen. Trainen en zwaar werk verrichten. Ik herken de zaken van mijn vader en verhalen van de oom van mijn ex-vrouw die in 1964 zilver won op de Olympische spelen op het onderdeel K2 1000 meter. In die tijd ging je nog niet op trainingsstage in Portugal of Zuid Afrika. Er moest rook uit de schoorsteen komen en je trainde in de avonduren. En je wist niks af van trainingsmethode. Vaak was het gewoon zwaar, zwaarder, zwaarst. 

Joop vertelt mij dat hij ook op een kanoclub heeft gezeten en vandaar uit kom je op zijn andere passie, het water. Joop heeft vele verhalen over zijn wateravonturen. Met de kano heeft hij in 1 vakantie alle Waddeneilanden aangedaan, zijn geliefde Anke ging dan op de fiets op en neer met de veerboot. Later heeft hij veel gevaren en daarbij ook de reis gemaakt naar Engeland met zijn gezin. Natuurlijk ook weer sportief, zeilen dus. Door zijn liefde voor de natuur en dan voornamelijk het water, heeft hij veel verhalen over dieren die hij is tegengekomen en gered heeft. Op die manier komen we samen op het onderwerp honden, want Joop heeft altijd wel een hondje gehad die al zijn avonturen heeft meebeleefd. Zijn hondje nam hij vaak mee op trainingsloopjes en ze beleven samen de grootste avonturen. Altijd komt hij dan ook weer ergens op het onderwerp Anke. Anke is zijn allergrootste liefde en hij is dat ook voor Anke. Zij staat hem bij tijdens wedstrijden en zijn wateravonturen. 

Joop begint met hardlopen eind jaren ’50 begin jaren ’60. Hij blijkt talentvol te zijn op voornamelijk de 1500 meter en krijgt de kans om deel te nemen aan interlands voor het nationaal team. Joop werkt al vanaf zijn 14e. Doordat zijn club Atletika nog geen sintelbaan heeft maakt hij zijn rondjes in het vliegenbos. Hij zet een baantje uit van 325 meter en noemt dat zijn martelbaantje, hij doet daar zijn minutenloopjes, meestal herhalingen van 15 keer met  minuten rust. Deze trainingen, veelal in de avonduren, solo, naast een zware baan, levert hem geen windeieren op en hij wordt militair kampioen op de 1500 meter. Begin jaren ’70 wordt Joop uitgenodigd voor deelname aan centrale trainingen op Papendal, voor wat men noemde de super lange afstand. In die tijd start Joop met wegwedstrijden. Joop wint veel wedstrijden en ook crossen. Hij maakt zijn debuut op de marathon en organiseert in 1975 de eerste en enige dubbele marathon van Stavoren naar Medemblik. Daarna heeft hij vele ultra lange afstanden gelopen. Onder andere ook voor het goede doel in een TV programma, Geluk voor 2, waarbij hij te zien is tijdens een estafetteloop van Maastricht naar Hilversum. Joop legt hierbij minimaal 130 km. af aan een stuk, terwijl de andere de loop in estafette lopen, wat natuurlijk ook erg knap is, want er wordt langer dan 24 uur gelopen. Fred Oster loopt mee en doet de presentatie. Joop loopt 3 keer de 100 km. in Amerika, op uitnodiging. Het lopen is hem echter nog niet genoeg en Joop begint aan een triatlon avontuur, ook daarin presteert hij geweldig, extra gemotiveerd door uitlatingen dat de triatlon zoveel zwaarder is dan het lopen van een 100 km. Door zijn prestaties krijgt hij een uitnodiging van zijn sponsor voor de Iron Man in Hawaï. 

Dat Joop altijd bescheiden is gebleven en eenvoudig blijkt als mijn vriendin en ik bij hem op de koffie komen in Hoorn. Dat bakje koffie wordt iets langer en Joop en Anke laten ons Hoorn zien en vetellen ons hun verhalen. Joop is bescheiden, maar is in hart en nieren een Amsterdammer en dat hoor je ook.  Hij schept niet op, alles wat hij zegt heeft hij ook echt meegemaakt, zijn lef en vertelkunst laten Johan Cruijff op de achtergrond verdwijnen. Ik heb een keer Joop gevraagd voor advies, dat was toen ik zelf aspiraties begon te krijgen voor een ultra avontuur. Joop gaf toen een goede reden om geen adviseur te worden, hij heeft het namelijk allemaal maar gewoon gedaan, via publicaties die hij dan las bouwde hij een trainingsprogramma. Hij heeft ervaren wat hij dacht wat voor hem goed was. Joop moet je niet vragen om advies, met Joop moet je praten over zijn ervaringen en daarin zit het advies. Joop is ook zeer behulpzaam. In zijn leven heeft hij al vele dieren gered. Vorig jaar heeft hij zijn racefiets weggegeven aan een jonge vrouw wiens racefiets was gestolen. Hij was van plan hem te verkopen, maar nu heeft hij een goeie bestemming, geeft hij dan aan. Als een wielrenner voorbij zijn huis komt, met een lekke band, tijdens een proefrit, plakt hij zijn band. Ook dat is Joop. 

Ik raak niet uitgepraat over Joop. Ik heb ook meer mensen gesproken die hem kennen en we zijn het erover eens dat Joop voor ons een inspiratiebron is.Gelukkig raakt Joop ook niet uitgepraat. Dit stukje is veel te kort om een volledig overzicht te geven van Joop en natuurlijk ook Anke. Joop is voor mij een superheld, maar een superheld heeft ook steun nodig, net als een vogel wind. Anke is Joop zijn wind onder zijn vleugels. Dus als we het over Joop hebben, hebben we het ook over Anke. Ik vertel hier over Joop en ik besef dat mijn stukje, maar een speld is in de hooiberg van alle inspiratie en steun die Joop geeft en als eerbetoon aan Joop. Ik heb het Joop al meerdere malen verteld, Joop verdiend een museum, een boek en een film, waarop Joop dan weer schertsend als een heuse Amsterdammer antwoord: “en een musical: Jopie Keizer, de held op witte sokken”. Het zou een eer voor me zijn wanneer ik dat boek over hem mag schrijven, een film lijkt me een reuze idee. Wat ik geleerd heb van Joop is het volgende, al zijn het niet zijn woorden: Het wordt niks als je niet begint. 

=====================================================================================

In dit blog schrijf ik over sporters die mij inspireren en motiveren. Het zijn mijn Superhelden. Allemaal sporters die vechten om hun doel te bereiken. Alle publicaties vinden plaats na volledige toestemming van de atleet.

*Foto is vrij van Auteursrecht en komt op aangeven van de atleet zijn website.

Op de foto zie je Joop tijdens zijn Marathon in Athene van 1978. Joop werd daar 4e in 2.43.50. De marathon van Athene is een zware marathon en wordt gelopen over de klassieke heuvelachtige route van Marathon naar Athene. De temperatuur maakt deze marathon extra zwaar.

Voor meer informatie over de atllet verwijs ik naar zijn website:

http://www.joopkeizer.com/

en Wikipedia

http://nl.wikipedia.org/wiki/Joop_Keizer_%28sporter%29