15. okt, 2021

ALLES VOOR DOOR

Als schrijven mijn sterkste punt is, maar ik eigenlijk niet kan schrijven, omdat ik niemand wil kwetsen, zal ik toch moeten schrijven. Een ander punt is dat schrijven helemaal niet oplucht, in feite kom je slechts dieper in de materie te zitten. Nee, schrijven is geen rationele overweging, je schrijft omdat het niet anders kan, je moet gewoon schrijven, het brandt en het vuur is niet te blussen zonder te schrijven.

Ik weet nog niet waar het toe leidt en ik wil me in dit verhaal ook niet verschuilen achter alter ego´s als Benjamin Beerstra. Best een leuke vent en ik kan me redelijk goed vinden in zijn belevenissen. Echter het gaat niet om zijn belevenissen. Het gaat niet over hem. Het gaat dit keer over de inspiratiebron voor het personage van Door in het verhaal van Benjamin Beerstra en iedereen die met haar begaan is.

Misschien is het, het beste om Door onder de trap van haar huis in Leidschendam neer te leggen. Uitgegleden op haar sloffen. Er moet eerst iets gebeuren, voordat er iets gebeurt. Benjamin heeft met Kaatje afgesproken om Door tijdelijk in huis te nemen. Ze hebben er geen spijt van, al wordt hun ingewreven dat het waarschijnlijk niet de slimste set was voor Door. Nee, we hadden Door in haar huis moeten laten met alle risico’s van dien. Hier kan ze tenminste niet van de trap afvallen. Tenminste als ze niet bewust de trap van de galerij opzoekt, wat behoorlijk ver gezocht is. Want de lift ligt meer voor de hand.

Door is gevallen, in de keuken. Benjamin is vertrokken om haar medicijnen op te halen, die nog bij haar thuis worden bezorgd, apothekers vertikken het om samen te werken en artsen uit Leidschendam hebben niks met Den Haag. Financiën gaan voor het meisje. Vroeger had Benjamin het idee dat huisartsen hun beroep uit passie kozen. Daarin is Benjamin al verschillende keren teleurgesteld. Overigens is het niet slechts ellende. De assistente doet echt haar uiterste best. Mensen denken niet meer in alternatieven, ze denken alleen in termen als misbruik maken van het systeem, of nog erger in onmogelijkheden, in plaats van wat het beste is voor een persoon. Voor hun cliënt, voor hun patiënt. Nee, dat is niet meer van belang. Van belang is waar de factuur heen moet en of die wel wordt betaald. Terwijl het volgens mij heel goed mogelijk zou kunnen zijn om even je collega in Den Haag te bellen. De assistente denkt nog wel zo, de arts niet, waarvoor ze een vermaning heeft gekregen.

Benjamin komt thuis. Kaatje is inmiddels ook thuis gekomen. Ze is bij Door. Dan loopt ze naar Benjamin toe en vertelt hem dat ze zojuist heeft gehoord van Door dat ze is gevallen en nog net naar de slaapkamer kon kruipen, nog even het dekbed over haar heen kon trekken terwijl ze op de grond lag. Uiteindelijk is het haar toch gelukt weer in bed te kruipen. De dag er voor is er al heel wat gebeurd en er was beloofd dat Door hulp zou krijgen. Dus ook hulp voor Kaatje en Benjamin. Het zorgteam van Parnassia dat heeft afgesproken om zeven uur vanavond langs te komen.

Inmiddels is het half acht in de avond en Benjamin loopt nog even naar het balkon. Nog niets. Als Benjamin op de bank zit, tegen Kaatje aan, schrikken ze van de bel. “Daar zul je ze hebben, als ze dan morgen  wel echt komen helpen.” Kaatje wijst de dames de weg naar de slaapkamer van Door. Ze wil weer weglopen. “Je mag er wel bij komen zitten hoor.” Kaatje pakt wat stoelen. Benjamin houdt zich nog even op de achtergrond en luistert mee. Het eerste wat opvalt, is dat ze helemaal opnieuw gaan beginnen. Weer de medicijnenlijst, die toevallig dit keer niet in huis is, omdat Benjamin de medicijnen die middag eerst had afgegeven op de bakkerij van Kaatje, hij had nog een afspraak elders. “Nou dan komt dat morgenavond wel.” Benjamin slaat me zijn platte hand op het aanrecht, er dreigt iets op te komen, hij is op dat moment in de keuken om even op te ruimen en onopvallend mee te luisteren. Als het gesprek weer komt op het punt dat ze eigenlijk niets voor Door mogen doen, omdat het woonadres van Door in Leidschendam is, loopt hij naar de slaapkamer. Hij staat in de deuropening, knikt even om te groeten. Kaatje wil zeggen dat Door tijdelijk in huis is, maar vergeet daarbij te vertellen dat het niet de bedoeling dat Door weer naar Leidschendam terug gaat. Het is er immers onveilig eigenlijk al een paar jaar. Benjamin vult haar aan en geeft daarna direct aan: “Ik weet dat jullie komen om te beoordelen, maar dit is een herhaling van zetten, hebben jullie het rapport dan niet gelezen van de crisisdienst, daarin is alles haarfijn benoemd, laten we het eens hebben over wat jullie eigenlijk echt voor ons kunnen doen, want met praten komen we er niet. Ik verwacht dat zolang Door niet uit huis geplaatst kan worden dat we hulp krijgen zodat we haar uit bed kunnen krijgen. Ze eet amper, ze drinkt amper, haar medicatie gaat er met moeite in. Ze ligt de hele dag op bed te slapen.”

“Ik vind het niet fijn dat u zo tegen ons spreekt, we zijn er niet voor om praktische hulp te bieden we kunnen iedere dag even langskomen. We hebben niets aan frustratie”

“Dus je vind het niet fijn? Alsof het hier gaat over fijn.” Inmiddels begint Door te kreunen. “We zijn hier om het voor Door fijner te maken. Tien minuten gesprekken over wat Door vandaag heeft gedaan helpt echt niet. Als jullie daadwerkelijk therapie kunnen geven prima. Bovendien ben ik niet gefrustreerd, maar teleurgesteld en verdrietig.” Benjamin loopt de deur uit. Hij pakt de lift naar beneden. Hij kan niets meer toevoegen. In feite is Benjamin verbaasd over het beperkt vermogen van dit team om te de-escaleren. Hij loopt naar buiten omdat hij zelf de boel even de-escaleert. Het punt zou nu toch duidelijk moeten zijn. Na een paar minuten stappen de dames de lift uit. “We zijn zo terug hoor, we, moeten even overleggen.” “Prima!”, roept Benjamin hun na. Hij gaat direct weer naar Kaatje en geeft Door een knuffel. “Sorry! We willen alleen dat je geholpen wordt.” “Ik wil ook geholpen worden.” “Ik weet het.” Het is geen frustratie van Benjamin, het is verdriet.

© Hoss 15-10-2021