28. jan, 2015

Waarom ik hardloop (deel 5)

Mijn woning is een dakappartement op de 4e etage. Dat heeft zo zijn voor- en nadelen. Zo heb ik laatst mijn hoofd al 4 keer op een dag gestoten aan de vele schuine plafonds van de dakkapellen. Met mijn 1.91 mtr. moet ik dus wel mijn focus houden, alleen wanneer ik wat te enthousiast wordt vergeet ik dat wel eens. Daar staat tegenover het geluk over een dakterras te beschikken en dus ook over het platte dak naar het trappenhuis te begeven, Dus geen vervelende muffe galerijen. Zodra ik vandaag een voet buiten de deur zet is het behoorlijk glad. Waarschijnlijk omdat we zo hoog wonen vriest het ook eerder aan, Ik kan maar heel voorzichtig hardlopen naar de deur van het trappenhuis. Ik neem al een hele tijd nog maar zelden de lift, als ik ga hardlopen is de lift helemaal uit den boze. Mijn app staat aan de zon schijnt, rond het vriespunt, handschoentjes aan, mutsje op. Wat kan me nog gebeuren? Ik denk dat ik maar mijn rondje doe van ca.8 km. tegendraads. Heb een beetje pijn in mijn been van de krachttraining gisteren, geen spierpijn, maar een reactie.

Eenmaal warm gelopen, ga ik richting Brandevoortse Dreef, eerst onder het tunneltje, De Veste uit,dan een bruggetje over de Groene Strook om De Veste, Stepekolk Oost op, een brede weg langs een dependance van een lagere school en kinderdagverblijf van Spring. Het is een jonge wijk, veel hele jonge kinderen, veel kinderdagverblijven. Ik was vergeten over te steken, want ik wil mijn rondje tegendraads lopen, dus steek ik over. De Brandevoortse Dreef loopt aan deze kant eerst een stukje omhoog richting het spoor, ik heb geleerd er dan net even een tandje bij te zetten en doe dat ook. Dan gaan we naar beneden voor de tunnel onder het spoor en vervolgens weer naar boven, richting het pas gebouwde schoolgebouw van het Carolus. Het Carolus Boromeus College is een school voor voortgezet onderwijs vanaf VMBO-T t/m Atheneum of Gymnasium. VMBO-T noemen zijzelf bij hun MAVO plus, dit om zich te onderscheiden van andere leerfabrieken, al heb ik mijn vraagtekens, of zij nu echt veel beter zijn. Kosten nog moeite zijn bespaard om dit gebouw hier neer te zetten. Het is bestemmingsgebied bedrijventerrein. De school stond op een ander bedrijventerrein, tegen Stiphout aan, op maar een tweetal kilometers van het huidige pand vandaan, eigenlijk was dat ook een geschikt pand. De school vond echter van niet, omdat ze een hele stroom nieuwe aanwas verwachten vanuit de wijk Brandevoort. We leven in een vreemde tijd. Kinderen worden beschermd om ook maar 1 kilometer verder te fietsen. Leraren gaan allemaal met de auto en ze rijden je nog voor de sokken ook, wanneer ik langs hun school loop. Bang dat de soep koud wordt. Noem me kritisch, maar ik vind het vreemd, dat we in tijden van bezuinigingen en zwaar weer, ons deze uitspattingen kunnen veroorloven en het naar mijn inzien geen enkele verbetering oplevert. Oh, ja, het is geen lelijk gebouw, al zijn ze afgeweken van het concept van Brandevoort, oud Brabants dorp. De school heeft een iets modernere uitstraling gekregen, dan bijvoorbeeld het gebouw van mijn oude werkgever VDL, welke richting ik nu oploop. In een heerlijk cadans, geen enkel pijntje. Mijn gedachten dwalen af naar Benjamin Beerstra, ik heb nog zoveel verhalen te vertellen over belevenissen van die man.

Bij VDL aangekomen besluit ik toch om de viaduct training te doen. Ca. 5x335 mtr. Het gaat lekker. Ik zie een ex collega naar buiten komen met zijn koffie. Ik denk niet dat hij mij herkent. Ik ken hem ook niet zo goed. De versnellingen gaan steeds sneller. Naar beneden neem ik mijn rust en lat mijn gedachten afdwalen. Naar Benjamin, naar het sollicitatiegesprek van vanmiddag, in Drunen, Drunen, waar ik een beetje een verkeerde associatie mee heb, omdat mijn eindbaas van één van mijn vorige werkgevers daar woont, ik denk dan dus niet aan Drunen, maar ik denk aan hem. Hoe hij mij wilde manipuleren, maar ik laat me niet manipuleren. Spelletjes, daar doe ik niet aan mee. Ik laat me daartoe niet verlagen. Dan denk ik weer aan mijn verhalen, met enkele autobiografische elementen, dat geef ik toe. Ik kan ook verhalen uit mijn duim zuigen, dat kan ik wel. Dat heb ik vaak genoeg gedaan. Die keer bijvoorbeeld op school dat ik het hoofdstuk uit “Someone like you” van de schrijver Roald Dahl, niet had gelezen. Ik had een heel ander verhaal verzonnen en toen ik toevallig de beurt kreeg om te vertellen over het gelezen verhaal, vertelde ik mijn verhaal. De hele klas lag in een deuk. Ik begrijp eigenlijk nog steeds niet waarom de leraar mij een 1 heeft gegeven, want ik vond het eigenlijk wel briljant en zo slecht was mijn Engels nu ook weer niet. Ik heb ooit een schrijver horen zeggen, dat je als schrijver, heel goed moet kunnen liegen, maar ik noem het toch gewoon wat het echt is, fantaseren. Gewoon omdat ik niet graag leugenaar genoemd wordt en iedereen weet wanneer ik “fiction” schrijf of wanneer het “non fiction” is. Liegen dat kan ik niet en ik hou altijd een figuurlijke rechte rug. 

Mijn verhalen van vroeger ben ik kwijt. Dit omdat ik bij een vorige verhuizing, toen ik het plan had om te gaan samenwonen met een nieuwe vriendin, blij dat ik was, dat ik weer in de race was, mijn museum heb opgeruimd. Heel veel heb ik weggegooid. Alleen wat kleren, dia’s, foto’s LP’s, de computer en wat administratie heb ik meegenomen, ook nog wat dingetjes van de kinderen, maar daar blijft het bij. Ik wilde opruimen, opnieuw beginnen en dat heb ik geweten. Dus de wonderbaarlijke avonturen van Willem Hofstra en de gedichten uit die tijd moet ik jullie schuldig blijven. Ik heb ze gewoon niet meer. Ondertussen loop ik over een wat slechtere weg, heb mijn weg vervolgd, terug via de Voort, het spoor weer onderdoor en dan langs “de Kinderfabriek”, een naam die ik het gegeven heb richting mijn Alpaca’s, die natuurlijk niet echt van mij zijn, maar ik vind ze zo leuk. Dan richting het kanaal. Ik loop langs “Liverdonk”, langs pas geknotte wilgen, waar ik mijn hardloopschoenen voorlopig nog niet aanhang. Er passeren auto’s. Er staat een bord, auto’s zijn hier te gast, maar ze passeren mij gewoon met 60km. per uur. Heel vervelend. Zelfs een surveillerende politieauto geeft niet het goede voorbeeld. Even verderop is een monumentje, een aantal jaren geleden is daar iemand omgekomen. Toch gaan we gewoon door, alsof er niks aan de hand is en we noemen het pech. Dan volgt het bruggetje en ik besef me nu pas dat ik daar ook mijn hellingproef voor mijn rijbewijs heb moeten doen. Dat is lang geleden. De brug over ga ik langs de stille kant van het kanaal terug richting de Geldropse weg. Lekker even onverhard, door modder ploeteren, zigzaggend, mijn weg zoeken, zodat ik niet uitglijd. Ik besluit het vandaag net even anders te doen en ga het onder de brug door van de Geldropse weg, dan vervolg ik mijn weg door een klein bedrijventerrein richting de Geldropse weg, het is een klein lusje, dan ga ik het kanaal over en omdat ik de weg niet over wil steken nemen ik de eerste afslag rechts weer terug naar het kanaal en de brug weer onderdoor en vervolgens terug naar de Geldropse weg, richting Brandevoortse Dreef, de wijk weer in. Ik versnel en begeef me op weg richting huis. Iedere keer de weg omhoog, wanneer het moeilijker wordt, ga ik nog harder lopen. Mij krijgen ze niet meer te pakken en heb het gevoel dat ik vlieg. Super tevreden bel ik aan en laat mijn gezicht zien voor de camera en steek mijn tong uit. Een lieftallige jongedame zegt: “wat ben je toch een lekker ding”. Ik loop de trappen op omhoog en zet aangekomen bij de voordeur, waar Boris en Karin op mij wachten mijn app uit. Boris heeft er zin in en geeft het voorbeeld, ik ren nog even achter hem aan en we rennen terug. Alles kan een mens gelukkig maken.

Aan gekomen in de douche wordt ik gebeld, Zorgbalans. Dat is waar ook, die zouden mij bellen. Ze vertellen mij doodleuk zonder schaamrood op hun kaken te krijgen dat het eigenlijk goed nieuws is, dat ze de zorg, van mijn moeder, hebben teruggeschroefd en ik wordt boos, heel erg boos. Eigenlijk moet ik opnieuw 14 km. gaan rennen om de boosheid er uit te krijgen. Ik ga maar douchen, ze hebben mij beloofd vandaag of morgen door een specialist terug te laten bellen en ik eis, vandaag, zo boor ben ik. Ze probeert het nog eens: “dus degene die verstand heeft van indicaties belt je vandaag of morgen terug”. Ik roep: “Nee, vandaag, volgens mij ben ik duidelijk. Ik heb een jaar moeten wachten op deze zorg en nu doen jullie zo maar iets en zit ik weer in de wachtkamer, dat gaat niet gebeuren, jullie doen gewoon je werk maar”. Ze verklaart me voor onredelijk en dat ik niet boos hoef te worden. Ik leg haar uit dat ik zelf nog wel uitmaak of ik boos ben en dat ik heel redelijk ben en altijd netjes in bewoordingen, al ben ik wel boos.

Word vervolgd