9. dec, 2017

Het landschap van mijn vader

Papa ik lijk steeds meer op jou 

Als gelijkenissen zich aftekenen, zowel in de rimpels van jouw karakter, als in de rimpels van zijn gezicht. Ben je toch geworden, wat hij graag wilde dat je worden zou. Een betere versie, omdat zijn koninkrijk te klein was, voor jou, tenminste dat vond hij. Kun jij net als hem met minder genoegen nemen. Baden in de eenvoud, maar hou je wel van stijl en mogen de mensen zien dat je er bent, terwijl je ook met rust wil worden gelaten. 

Op zoek naar troost 

Kijk in de spiegel 
Wat zie je dan? 
Je ziet jouw vader 
Waar staat hij dan? 
Staat hij voor jou? 
Staat hij achter jou? 

Nee, hij is jou 
Jij bent een versie geworden 
Een versie van jouw vader 
Langzaam wordt jij de mix 
De mix van jouw vader  
En jouw moeder 
Het beste van allebei.  

De mix is er nog niet 
Nog niet klaar 
Jouw moeder is er nog 
Jij observeert haar nog 
Een mooie kans 

In haar hart zit ook jouw vader 
Al zit hij niet in haar genen 
En wel in die van jou 

Kijk haar aan  
Vraag wat ze ziet 
Ik denk dat ik het weet 

Ze is 
Een mooie trotse vrouw. 
 
© HW 20-2-2016 

de Geboorte 

Het is nog steeds 19 April 1966. Hans loopt te IJsberen door de gangen van het Wilhelmina Gasthuis. De gangen zijn koud, wit steriel. De helft van de muur, is wit betegeld, een zwarte tegelstreep geeft de scheidslijn aan tussen het stucwerk en het tegelwerk. Hier en daar is het stucwerk een beetje gescheurd. De vloer is nog een echte zwart wit gespikkelde Granito vloer. Hans gaat zitten op een houten bank, lichtbruin, lange planken, in een ronde vorm gelegd. Vanmiddag waren de weeën begonnen. Het was een bewolkte dag. De temperatuur was 10 graden Celsius, maar door de zuidwesten wind, voelbaar in het gezicht van ca. 4 mtr./sec.  was het geen pretje om naar de tramhalte te lopen. Hans heeft geen auto, geen rijbewijs. Hans heeft wel een motorrijbewijs, maar hij gaat niet met een zwangere vrouw achterop zitten. De weeën zijn nog licht. Dus hebben ze besloten om naar Tante Rietje te gaan. Tante Rietje woont in de 1e Helmersstraat, samen met haar man Helmut. Gretha woonde daar ook tijdelijk toen Hans, Gretha voor het eerst ontmoette. 

Hans reageerde op een contactadvertentie uit de zaterdag editie van De Telegraaf, waarin een jonge vrouw van 29 op zoek was naar een lieve man. Geen details, weinig tekst, want iedere letter kost geld. Hij reageerde onmiddellijk. Zocht pen en papier, schreef zijn verhaal en liep naar het postkantoor om zijn brief te posten aan het adres die de brieven weer sorteerde en afleverde bij de plaatser van de advertentie. Ze had het voor het uitkiezen, maar 1 van de brieven viel toch wel op. Een Friese man die nu in Amsterdam woonde. Dus ze schreef hem terug. Hans zag het adres en ging er direct op af. Hij woonde zelf op een kamertje bij een Hospita, midden in de binnenstad. Niet zo een beste buurt. Hij mocht geen vrouwen meenemen, de Hospita wilde geen gedonder. In plaats daarvan kocht hij wel eens bij de Slager om de hoek een gegrild kippetje, om zichzelf te verwennen. Soms kocht hij een Spekbokking bij de visboer. 

Hans belde aan, bij de 1e Helmersstraat, een jonge vrouw doet open, een klein meisje van ongeveer 6 kijkt onder haar benen door. “Hallo, ik ben Hans. Bent u Leen, uit de contactadvertentie?” “Nee, ik ben Gretha en woon hier tijdelijk. Leen is niet thuis, dus ik kan u niet helpen.” “Kunnen we dan even praten, ik begrijp dat u me niet binnenlaat, maar we kunnen even naar het Vondelpark wandelen, dan kunnen de kinderen daar even spelen.” Dat doen ze. Ze praten over heel veel. Ze hebben ook een en ander gemeen. Allebei hebben ze kinderen, alleen hij ziet ze niet meer. De scheiding van hem is net rond. Ze waren uit elkaar gegroeid. Hij kon geen goede baan vinden in Friesland die hem beviel. Ja, hij werkte bij Philips in Drachten, op zich een goede baan. Hij werd er alleen gek van die 4 muren en de lopende band. Hij was de vrijheid gewend. Via een advertentie las hij dat ze in Amsterdam mensen zochten bij de plantsoenendienst. Dat leek hem wel wat. Hij meldde zich en ging er door de week op kamers wonen. In de weekenden ging hij naar huis, maar wat hij daar zag was niet wat hij wilde zien. Het was een moeilijke tijd, voor hem en zijn vrouw. Zijn vrouw zag het avontuur in de grote stad niet zitten. Hij was een solitair man en kon overal wennen, zij hechtte zich aan haar familie en dat waren haar contacten, haar Netwerk. Als hij thuis was hadden ze ruzie, over de kleinste dingen. Natuurlijk koos haar vader, zijn schoonvader, haar kant. Het waren goede mensen, allemaal. Zij gedroeg zich zo, omdat ze ongelukkig was met de situatie en Hans zou ongelukkig zijn met werk in de Fabriek. Werk op het land was nog maar karig en hij wilde nu iets opbouwen en daarvoor had hij nu de kans. De scheiding was onvermijdelijk, maar keihard, vooral voor haar. Er was geen bezoekregeling, het zou allemaal te zwaar worden, voor haar. In 1960 wordt Wikje geboren, hij krijgt haar niet meer te zien. 

Gretha heeft de andere kant meegemaakt, haar man, Riemer, was vaak van huis en had zwaar werk op de scheepswerf. Hij had alleen een groot probleem, hij kon niet van de drank afblijven. Dat leverde thuis grote problemen op. Ze hebben een tijdje in Alkmaar gewoond, maar het was voor hem niet vol te houden, dus verhuisde ze naar een krot in Amsterdam op de Achtergracht. De huizen daar waren slecht onderhouden, door de huisbazen, het was een huis waar ze direct in konden trekken en toen sloeg definitief de stop door. Gretha vluchtte met haar kinderen naar een tante. Daar woonde ze nu, samen met haar zus, Leen, die ook nog steeds alleen was, maar niet meer in Amsterdam Noord bij haar moeder wilde wonen. Gretha zat nog midden in haar scheiding, was dus niet op zoek naar een nieuwe relatie. Op dat moment trekt Liesje, zoals de jongste dochter van Gretha ook wel genoemd werd aan de broek van Hans. Meneer wilt u een zandtaartje. Gretha en hij waren op de rand van de zandbak gaan zitten, zodat ze vlakbij Liesje en Mary konden zitten. Annemarie was niet meegekomen, zij was al 12 en had een afspraak met haar vriendinnetje. Hans kijkt Liesje lachend aan. 

Ineens voelt Hans een paar vingers op zijn schouder, hij kijkt opzij. Het zijn magere verschrompelde vingers, hij kijkt omhoog en ziet een gezicht, gerimpeld, verborgen onder een grote bril en een witte kap. De vrouw, klaarblijkelijk verpleegster vraagt of Hans even mee wilt lopen. Hans volgt haar naar een kamertje en de vrouw stelt Hans een aantal vragen. Over de leef en woonomstandigheden van Gretha en over hun relatie. Hans en Gretha wonen inmiddels al een half jaar samen. Gretha is inmiddels ook op papier gescheiden. Hun liefdes baby is geboren, maar Gretha is nog zwak. Hans vraagt of hij zijn zoon wel mag zien en hij loopt mee, naar een ruimte waar de pasgeboren baby’s liggen. In die ruimte zijn jonge verpleegsters bezig met zijn zoon. Ze hadden besloten dat een zoon Bernd zou heten en een eventuele dochter Jeltje, beiden een vernoeming naar de ouders van de moeder van Hans. Ze moesten nog wel nadenken over een modernere variant, want ze hadden tegen elkaar gezegd dat hun zoon wel een moderne naam moest krijgen. Bernd, was dus geboren, het was 5 voor middernacht, zijn gewicht is 9 pond. De verpleegsters noemden hem een echte Benjamin, naar de Cowboy uit de televisieserie. Benjamin, die altijd honger had. Hans hoorde dat en zou overleggen met zijn wijffie. Het wijffie die hem nu al zo veel geluk heeft gebracht. 

50 jaar vrijheid 

Toen ik 50 jaar geleden 

50 werd 
Was er een nieuw kind geboren 
Het was 1966 
De tijden zijn niet zo veel veranderd  
Alleen ben ik nu braaf aan het werk 
En draag met me mee 
Waar ik 50 jaar geleden tegen protesteerde 
 
Wat is nu vrijheid 
Wanneer ik niet kan bepalen  
Welke kip ik eet 
Dat de prijs wordt opgedreven 
En het verkeerde kunstmatig laag 
99% moet lijden, omdat 1% bepaald 
Het beter wil hebben dan het andere percentage  
 
Wat is nu die vrijheid 
Wanneer ik niet kan bepalen  
In welk water ik zwem 
Omdat de ander nog vervuilder is 
Dan degene het dichtst bij mij 
Het niet verstandig is 
Om er in te duiken 
 
Waar zijn de strijders van toen 
Waar ik in geboren ben 
Waar mijn vader langs ging zitten 
In her Vondelpark  
Met mij naast zich 
 
Zeker 100 jaar zijn voorbij gevlogen 
Veranderingen heb ik ondergaan 
Maar uiteindelijk is alles gebleven 
Zoals het was 
Het lijkt zelfs erger te worden 
En principes van toen 
Opzij geschoven  
Door degene die ooit het hardste riepen 
 
Het leven van toen  
Nu gezien als modetrend 
Om toeristen te trekken  
Om nog meer omzet te kunnen maken 
Massahysterie 
Om de productiemaatschappij  
Die ons te eten geeft  

Dus blijven we braaf 
Want wat heeft het voor zin 
Om uit ons vel te springen 
Geen TV of telefoon 
Alleen wat muziek 
Uit een oude radio of grammofoon 
Wat spelen met een bandrecorder  
Of luisteren naar de geluiden om ons heen 
 
Het leven was niet simpeler 
Het leven was ook echt niet beter 
Vraag alleen:  
Hoe was de kip? 
Was de zalm nog echt 
Uit een rivier, stroomopwaarts? 
Een koe uit de wei 
Stonden de varkens nog niet in een megastal?  
 
Het is ook niet verbeterd 
Het is noch verslechtert  
Wat gaan we daar aan doen? 
Gaan we echt de vrijheid claimen 
Waar we recht op hebben 
En niet surrogaat  
Wetend dat, wat wij hebben 
Vele malen beter is 
Dan elders op de wereld 
Wat gaan we daar aan doen 
Wat wordt er daadwerkelijk gedaan 
 
We weten dat 
Over 50 jaar 
 
© HW 23-8-2016 

Vondelpark 'revisited' 

Ik was 3 toen ik naast mijn vader in het Vondelpark zat. Hij was nieuwsgierig naar de hippies. Hij ging met hen het gesprek aan. Op de Dam, op het Waterlooplein. Terwijl hij ook de Burgemeester respecteerde en zeer gemakkelijk met een Dominee of zichzelf hoogplaatsend persoon sprak. Ik heb daar moeite mee gehad. Noem het verlegen, noem het mezelf neerhalend, waarvan iedereen zegt dat ze nogal zeker van zichzelf zijn, zich verschuilend achter hun eigen angst en gelijk hebben ze, al houdt ik meer van eerlijkheid en openheid, wat mij soms niet in dank wordt afgenomen, kan ik misschien toch wel wat hij kon. Al was hij soms wel wat handiger, durf ik ook wat meer karweitjes zelf te klaren, terwijl ik net zo makkelijk hulp zoek, ben ik wat minder op mezelf aangewezen. Ga ik oprecht terug naar het Vondelpark en niet naar Ibiza, omdat Ibiza nep is n het Vondelpark echt was. Een gevoel wat ik probeer te bereiken. Zijn we samen gelijkwaardig in al onze diversiteit. 

Terugkeer naar het ooit van toen 

Mijn vader was 50 
Hij dacht: 
"Wat moet er van hem worden?" 
Hij dacht aan mij 
 
Hij dacht aan dat ik altijd achterop liep 
Scheef lopend 
Schoenen verslijtend 
Geen zool bleef langer heel dan twee weken 
 
Hij dacht aan het feit van een prikkelbaar kind 
Boos om het minste geringste 
Huilend met een beetje tegenwind 
Maar niet verwend, integendeel 
 
Wat moet er van hem worden 
Die beddenplasserkampioen 
Ik zal de vuile was gaan buitenhangen 
Dan leert hij om 's nachts gewoon te gaan 
 
Het ooit van toen 
Is het toen van ooit 
Wat ben ik nu geworden 
Ook niet veel, maar meer dan toen 
 
Met scheve voeten 
Een marathon gelopen 
Al is de wetenschap iets verder 
Het ligt nu aan de stabiliteit van de romp 
 
Huilen doe ik al lang niet meer 
Soms zou ik het nog willen kunnen 
De boosheid enigszins in bedwang 
Al heb ik nog wel uitschieters   

Het bedplassen ontgroeid 
Al ben ik nog steeds een dromer 
Maar blijkbaar wel een stille dromer 
Tenminste in mijn slaap 
 
Denkend aan het ooit van toen 
Denk ik wel aan mijn kinderen 
Zal ik ooit terugdenken aan toen 
Zoals mijn vader nu zou kunnen kijken 

Het is nu ooit 
Toen was toen 
Ooit zal ik terugkijken 
Het nu wordt toen 
 
De egel van toen 
Is terug in ooit 
Het nu is ooit 
De egel van nu was ooit toen 
 

© HW 29-10-2016 

In memorian Mijn Vader  

Vogels heb je in verschillende soorten en maten, met al hun verschillende karaktereigenschappen. Zo is er de Spreeuw, spreeuwen zijn trekvogels die in een zwerm rondtrekken. Ze vliegen behoorlijk chaotisch. Dit in vergelijking tot de Zwaluw, zwaluwen zijn georganiseerd, ze vliegen mooi in V-vorm. Er zijn solitaire vogels, zoals het Roodborstje, roodborstjes zijn graag alleen. Tot slt zijn er ook nog vogels die hun hele leven als man en vrouw bij elkaar blijven zoals de Zwaan. Dit kun je vergelijken met de mens. Het verschil is dat we de mens als 1 soort zien, maar eigenlijk zijn er net zoveel verschillen. 

Mijn vader doorzag dit. Hij kon met iedereen een praatje maken, al kreeg hij niet altijd repliek. Het is natuurlijk ook niet zo dat we in een ideale wereld leven, dat je met iedereen vrienden kan zijn. nee, dat ook weer niet. Dat heeft iets te maken met bloedgroepen, maar niet met bovenstaande typeringen en ook niet met rangen en standen. Rangen en standen is iets kunstmatigs, met mensen die zich verheven voelen boven de rest had hij niks mee op. 

Waarom schrijf ik dit? Gisteren was het een jaar geleden dat mijn vader is overleden. Het afgelopen jaar is er veel gebeurd, zoals er in elk jaar veel gebeurd. Dit was het eerste jaar zonder hem. Ik heb hem het hele jaar in huis gehad. Althans, zijn Friesche Vlag Sjaal en zijn Friesche vlag vaandel. Dat was mijn monumentje in huis, i.p.v. een foto met een kaarsje er voor. Mijn vader had op zijn graf ook nog geen monumentje. Dat monumentje hebben we zelf gemaakt. Dat is wat anders dan een steen van een steenhouwer of een onpersoonlijk bordje. Mijn vader kan nu zelf voor jenever zorgen met zijn struikje. Er zullen bij voedselschaarste ook wel vogels op zijn monument afkomen. En de sjaal is ook onderdeel van het monument. Hij kon zo slecht tegen de kou. 

De belangrijkste waarde die ik van mijn vader heb geleerd is respect voor ieder mens en respect voor de natuur. Niet dat hij nu nooit boos werd, of nooit ruzie had. Natuurlijk wel. Dan mopperde hij wat, gaf een niet bedoelde vloek en kon even razen en tieren. Dat duurde dan niet lang, maar net genoeg om even wakker te schrikken uit je cocon. Even daarna was het weer over. Deze eigenschap heb ik van hem georven. Soms krijg je er onbegrip voor terug, mensen zijn dan zo geschrokken, terwijl er niks meer aan de hand is. En er is niks gebeurd, niks vernield en niemand gewond. Er wordt vaak oppervlakkigheid geëist, met zo weinig mogelijk emotie. Alleen na zo'n bui kun je elkaar gewoon weer recht in de ogen kijken en gewoon samen een borreltje pakken. Er wordt ook niet gescholden of gekwetst, alleen even een luide stem opgezet en ja, als je al een luide stem hebt? Het gebeurd ook niet voortdurend en ja, het zijn natuurlijk perioden van zwakten, maar mag je dan niet ook een keer zwak zijn? 

Nee , meestal werden teleurstellingen afgedaan als, zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar, de een is zo en de ander zo. Ja, dat moet nu eenmaal ook doorgaan. Ieder huisje heeft zijn kruisje, enz. Ook in die clichés was mijn vader een meester. Zo had ik gisteren een moment van stilte gewild, maar de mannen op "Duinrust" waren bezig met onderhoud van het groen. Dus zei ik: "ja, dat moet nu eenmaal ook gebeuren." Daarna las ik toch nog even hardop onderstaand gedicht. 

Papa, Rust in Vrede, het 1e jaar

Er is dit jaar weer veel gebeurd,
We komen hier om het jou te vertellen,
We komen je nu ook een monumentje geven,
Want die had je nog niet.

We wilden geen steen of bordje,
We wilden iets uit de natuur,
We wilden iets uit eigen hand,
Dat heb ik toch wel van je geleerd.

Ik heb geleerd op eigen benen te staan,
Dit jaar nog harder dan vorige jaren,
Al zaten daar zwaardere bij,
Maar zelfs toen was ik te afwachtend.

Ja, Papa, ik ben het afgelopen jaar veranderd,
Zelf denk ik een verbetering,
Al trek ik me nog te vaak van zaken aan,
Dan wordt ik woest en verdrietig tegelijk.

Dat heb ik nog niet afgeleerd.
Om onmacht te relativeren,
Maar kan het wel wat beter loslaten,
En de energie omzetten naar iets grandioos.

Ik ga jou nu ook loslaten,
Ik heb jouw instelling georven,
We gaan er voor,
Met alle grappen en grollen.

Ik ontferm me over Mama,
En de rest wanneer nodig.
Dit is het verhaal wat ik met iedereen deel,
Zal dadelijk zachtjes de details vertellen.

Wel – te - rusten Papa, slaap zacht.

© HW 9-12-2014

Als je me nu eens zou zien 

Er zijn al weer zo veel jaren voorbij gegaan. Je bent gaan slapen op 9 december 2013. Ik weet het nog zo goed. We hadden er niet zo veel problemen mee. Het was genoeg geweest en ik weet hoe jij mij zag. Daar ben je altijd duidelijk over geweest. Je kon me naar beneden halen, dan noemde je mij 'een kantoorpikkie', maar je zag ook mijn nachtelijke dwaaltochten toen ik 18 was en mijn idiote sportuitstapjes. Als ik op bezoek was liet je mij daarom altijd een boodschapje halen, omdat je dacht dat ik het leuk vond om in de regen, door storm, windsneeuw en ijs te lopen. Terwijl ik je dan buiten stiekem vervloekte, moest ik er ook weer om lachen.  

Ik ben uiteindelijk gestart om mijn droom in vervulling te brengen en het gekke is dat jij mij daartoe hebt aangezet. Toen je in februari 2013 vroeg om de voordracht te doen op jouw begrafenis. Ik dacht toen dat het wel mee zou vallen, maar was wel aangedaan. Je had net een hernieuwde kennismaking gehad met één van jouw andere zonen. Je vertelde dat het einde nabij was. Ik ben dat jaar vaker op bezoek geweest en je werd duidelijk  dementerend. Zo heb je het mij lastig gemaakt om ma te beschermen en zij kon geen nee zeggen, toen jij naar huis wilde komen en ik haar dat toch heb geadviseerd. Begreep je mij drommels goed, maar wilde je het zelf doen. Zo was ook jouw landschap van herinneringen vervormd, net als die van mij ook veranderd, naarmate ik ouder wordt, kijk ik anders naar bepaalde gebeurtenissen, omdat ik dan herken en soms wel en soms niet in dezelfde valkuil loop. Je verzocht mij om verder te gaan met schrijven, zoals ik vroeger deed en om d wereld versteld te doen staan. Nu is dat laatste wat te hoog gegrepen, zal ik vooral dat eerste doen en blijf ik ook schrijven over jou en jouw capriolen. Toen ik marathons liep dacht ik: "als je mij nu eens zou zien", echter heeft dat achteraf niet zo veel kracht als nu. Papa, maak je vooral geen zorgen over mij. Als je mij nu eens zal zien, kijk ik in de spiegel en denk ik terug aan dat gedicht dat ik ooit schreef. Dadelijk maak ik weer een rondje, om gezond te blijven, loop ik niet meer hard voor een hoger doel, omdat ik dat op en andere manier beter kan bereiken. Maar een klein rondje voor mijn buikje. Drink ik er vanavond één op jou en één voor onderweg, omdat ik zolang ik leven mag, altijd onderweg zal zijn, om het goed te doen, he voorbeeld volgend van jou. 

De eerste dag 

Vandaag is de eerste dag van mijn leven 
Zoals iedere dag de eerste is van mijn leven 
Omdat mijn leven iedere dag opnieuw begint. 
 
Ik ga rennen vandaag 
Ik ga de wind trotseren 
Zet mijn Friese pet op 
Ter nagedachtenis aan mijn vader. 
 
Mijn vader was 
Wat ik nu ben 
Vrijgevochten 
Vrij, doch niet zonder zorgen. 
 
Later wanneer ik verder ben 
Een kilometertje of 7 
Besef ik dat ik zover niet heb gelopen 
Sinds de 7 heuvelen  
Een nieuw PR. 
 
En denk aan mijn schoonmoeder 
Haar wil ik niet kwijt 
Omdat zij wordt net als zij 
Die ook net als haar vader wordt. 
 
Ook geldt dat voor mijn moeder 
Zij is zo sterk 
Sterk ondanks haar zwakte 
De zwakte die ze voor mijn vader had 
Is geworden wat ik ben. 
 
Zo loop ik over wegen 
Asfalt 
Zand 
Grind 
Paden. 
 
Twee zielen 
Samengesmolten in één 
Ik ga douchen  
Eten 
Poetsen 
Boodschappen doen  
Wachten 
Met haar slapen. 
 
© HW 5-12-2015 
 
#DOcember 15/70 (dit gedicht had ik geplaatst in 2015, omdat ik de uitdaging had met een groepje mensen om meer dan 70 km. Hard te lopen in December. Dit terwijl ik dat toen al vaak in één week liep. Ik heb vanaf 21 september dit jaar geen enkele hardloopkilometer meer gemaakt. We gaan gewoon weer beginnen. 70 vanaf nu moet toch lukken. In plaats van vinkjes teken ik zwaluwen, onderweg naar jou. Naai ik knopen op mijn jasje, hartjes, vlinders of wat dan ook. Ik moet iets doen om dicht bij elkaar te zijn. Omdat jij wist dat we allen gelijkwaardig zijn in onze diversiteit.