3. dec, 2017

Blauwe plekken met kerst

 

Het landschap van herinneringen is Blauw gekleurd.
Gedichten dood geslagen als bier verkeerd getapt
Tapt hij nu uit een ander vaatje

"Voor mij geen slingers aan de wand. Geen diner of restaurant. Geen cadeau's geen handen  schudden. Geen advertentie in de ochtendkrant.

" Het is 1981, Benjamin is in "de Atletiekwereld" aan het lezen. Het blaadje van de KNAU, wat maandelijks wordt uitgegeven. Benjamin is niet zo lichamelijk sterk, maar hij doet zijn best. Hij vindt het leuk en droomt om toch ooit eens deelnemer te zijn van wereldkampioenschappen, of misschien zelfs wel Olympische spelen. Het liefst nog in meerdere sporten en meerdere disciplines. Op de platenspeler ligt een LP van André Hazes. De vriend van zijn zus is helemaal dol op André Hazes. Hij heeft jong zijn vader verloren en wanneer hij dronken is, is hij nogal emotioneel, maar ach, Benjamin vindt het leuk voor zijn zus, dat ze een vriend heeft en Sjon en Mary nemen hem ook nog wel eens mee, ergens naar toe. Een paar jaar later zitten zijn zus en Benjamin op dansles. Mary gaat trouwen met Sjon. Sjon moet 's avonds werken en Benjamin wil best met zijn zus dansen. Het gaat goed, heel erg goed en samen gooien ze hoge ogen. De danslerares wil dat ze eigenlijk doorgaan. De andere meisjes dansen ook graag met Benjamin, maar als Benjamin een meisje thuis brengt, dan blijkt dat ze ook alleen maar wil dansen met hem, een kans op een andere afspraak is er niet. In 1983 trouwen Sjon en Mary. Een interessante bruiloft voor Benjamin, omdat Marina ook meekomt, met de buren. Marina heeft Benjamin voor het laatst gezien in 1981. Hij was nog te jong voor haar, maar nu wil ze graag een wandelingetje maken met Benjamin. Ze blijven staan bij een kerk en Benjamin komt niet verder dan dat het een katholieke kerk is. Terwijl Marina er eigenlijk meer over wil weten. Marina heeft het koud. Ze komt uit Indonesië en is op familiebezoek door Nederland en Duitsland. Marina studeert Nederlands. Het is voor Nederlandse begrippen erg zwoel, Benjamin begrijpt de hint niet, maar waagt nog wel een dansje, wanneer ze weer terugkomen in de zaal. Ze maakt een praatje met de muzikanten, want ze houdt van muziek. Benjamin is even dansen met zijn andere zus Lies, want Liesje is inmiddels een veel te veel jonge vrouw om nog Liesje te worden genoemd. Lies en Marina zijn penvriendinnen. Wanneer Lies en Benjamin echter weer bij de stoel aankomen, dan is Marina weg. Benjamin krijgt een pasfoto overhandigt van zijn vader, Hans. Die moest ik jou geven. Het is een foto van Marina.  

In 1988 gaan Sjon en Mary scheiden, ze hebben 2 kinderen en Mary is opnieuw zwanger. Benjamin heeft op het liefdespad ook wel al wat ervaren, maar woont sinds Maart samen met Kathy. Het is nu bijna December. Mary is zwanger van een tweeling. Dat zagen ze nog niet zo lang geleden. De tweede zat verstopt. Sjon wilde eigenlijk geen kindjes, Sjon wilde vissen. Wat Sjon nachtvissen noemde bleek vissen met zijn korte hengel, waarbij ik er van uitga dat hij er geen haakje aan had, anders was Mary dat wel opgevallen. Het is natuurlijk wat anders dan een pakje sigaretten halen, maar om nu direct toch aan jouw vrouw en kadootje te geven, door haar een kindje te geven, wat er dus later twee bleken te zijn en om dan definitief te vertrekken, om dan eindelijk te bekennen dat je een andere vrouw eigenlijk leuker vind. Die andere vrouw heet Rachel en ze lijkt ook nog op de vrouw van André Hazes. Tja, hoe raar kan het lopen in het leven.  

Op 21 december wordt de tweeling geboren. Ramona en Rafaela, het is een bedenksel van Hans en Gretha. Mary weet het niet meerzij heeft geen fut. Ze beloofd nooit meer te kunnen lachen, want een paar minuten nadat beide kinderen geboren zijn krijgt ze te horen dat ze het syndroom van Down hebben. Dit geeft direct problemen met voeden. De kinderen krijgen sondevoeding, want ze kunnen niet zuigen. Benjamin, Katy, Hans en Gretha vieren kerst bij Mary. Mary zet een LP op. Gewoon André.  De muziek klinkt weer.  "Voor mij geen slingers aan de wand."  

 

Even leek het blauw verdwenen 
Er werd gedreigd met Haagse regenliederen 
Terwijl uit bedreigingen ook weer kansen ontstaan 
Zijn de echte sterktes juist jouw zwaktes 
Omdat het cliché van té 
Zelfs in tevreden tot iets negatiefs zal leiden 
Omdat 'inkakke' een etymologisch onbegrijpbaar 
Maar wel bestaand werkwoord is 
Ontstaat na de douche een straaltje helder licht 
Tijd nu dus voor actie 
 
© HW 1-9-2017 

 

 

Het is 2014. Karin woont sinds Augustus in Helmond. Hoss heeft even geen werk. Ze hebben het anders druk genoeg om te genieten van elkaar. Het huis versieren met kerst en Hoss is aan het herstellende van een overbelasting. Hij heeft dat jaar van 0 km tot bijna een marathon gelopen, in 1 jaar tijd. Dat begint hij nu te voelen. En hij schrijft over zijn hersteltraining, terwijl hij met zijn hoofd in andere sferen zit. 

 

Een rondje van 3 kilometer is gewoon te kort om even ergens anders aan te denken dan aan het hardlopen zelf. Dit bedenk ik mij als ik in de trappenhal de trappen naar beneden loop. Beneden aangekomen zet ik mijn S health app aan en de juffrouw vertelt dat ik mag beginnen met hard lopen. Ik loop de straat uit naar het poortje en dan het bruggetje over bij de groenstrook rond de Veste. Het is ineens donkerder en bang dat ik een misstap maak concentreer ik me op de stoepafgang en de stoepopgang. Een auto komt de straat ingescheurd, waarschijnlijk is het tijd voor de soep. Even verder kan ik weer wat vrijer lopen. De afgelopen weken ben ik niet verder gekomen dan 5,28 km. Ik probeerde dagelijks te lopen. Na de 7 heuvelenloop heb ik een vervelende pijn aan mijn hamstring. Vermoeidheid. Het was er op de laatste kilometer ingeschoten, terwijl het eigenlijk best lekker ging. Die dinsdag deed ik een uitlooptraining. Die week heb ik niet meer gelopen tot de Warandeloop. Dat resultaat kennen we. Uitgestapt na de eerste ronde en toen nog even de tweede ronde met een achterblijver een rondje meegelopen, maar zelfs dat was te veel. Die week ben ik naar de Fysio gegaan en kreeg ik te horen voorlopig alleen nog maar onderhoudsloopjes tot 5 km. te mogen doen. Het is geen lokale blessure, maar een blessure die optreedt door verkeerde houding, was de diagnose. Mijn ademhaling gaat regelmatig. Dit tempo is makkelijk voor mijn ademhaling, maar ik concentreer me op het gevoel van mijn benen. Ik loop lekker over het rode fietspad. Die zijn lekker vlak, staan niet zo bol als andere wegen. Dadelijk even uitkijken, dan is er een rotonde, hoef gelukkig niet over te steken, maar er kan een fietser aankomen, ik wijk dus even uit naar rechts. Niet om af te steken, maar in verband met de veiligheid. 

Afgelopen weken heb ik me dus gehouden aan die onderhoudsloopjes, maar wat is dat dan. Terwijl ik denk dat ik rustig loop schiet ik toch naar 12,7 km / uur. Het is een tempo die ik best wel even vol kan houden en dan na 1 km voel ik die spier weer trekken, weer strakker worden. Thuis gekomen doe ik dan wat oefeningen, wat misschien dan weer niet slim is, omdat ik de spier alleen meer belast. Iedere dag breid ik de afstand uit, maar het gaat niet goed. Angst dat ik mijn been weer te veel belast brengt me om te kijken of ik mijn been niet wat meer moet gaan optrekken. Voel ik nu wel wat, of voel ik nu niets. Het is trouwens best stil op dit tijdstip. Ik ben nog geen collega loper tegengekomen, gelukkig ook geen hondjes. Ik hou wel van hondjes, maar meestal niet op hun baasjes, omdat ze niet opletten en gewoon midden op het fietspad gaan staan met een losse lange lijn. Het lijkt in ieder geval loos alarm. 

Ik heb twee weekenden echter rust gehouden. Gewoon niks gedaan op hardloopgebied. Na het vorig weekend leek het beter te gaan, maar de volgende dag ontzettend veel reactie. Vandaag lijkt het overigens wel goed te gaan. Misschien dat de 8 uurtjes extra hebben geholpen. Nu ben ik donderdag wel behoorlijk uit elkaar getrokken door de fysio. Ik ga weer richting de Veste, brug weer over van de slotsloot (groenstrook ron de Veste). Langs de nieuw gebouwde huizen, de Jumbo, over het plein langs mijn huis, ik ben er bijna volgens de juffrouw. Ik zie de verlichting van mijn huis op de 4e etage. Ik loop de poort onderdoor en loop weer verder, dan nog maar even een rondje vierkant. Blij dat ik het toch even heb aangedurfd zet ik nog even een tandje bij, wanneer de dame zegt dat mijn doel bereikt is. Bij de deur aangekomen druk ik af en loop nog even naar het plein om een foto te maken van mijn huis. Vergeet de hartslag te meten. Na de foto gemaakt te hebben zit mijn hartslag al weer op 98. Ik bel aan en ik mag nog steeds thuiskomen. De trappen op doe ik door om en om diep te gaan. Mooie oefening. Boven heb ik een hartslag van 147, bij de voordeur al weer 98. Nog even wat foto's maken van ons boompje buiten en de voordeur. Tijd om te douchen en af te wachten op hoe mijn been morgen voelt. 

Ondertussen op de Ponderosa 
 
Soms moet je springen 
Terwijl de denker onder het Hilton  
Het nog even laat bezinken 
Neemt de ander de beslissing 
 
Hij vergat echter de parachute 
Spring nooit zonder parachute 
 
Graag wil hij nu eindelijk die haven binnenvaren 
Een schip zonder haven 
Drijft doelloos rond 
Zij vraagt: "kom je thuis vannacht." 
 
Maar hij is als de denker 
Door te blijven denken doet hij niks 
 
Hij wil weer een witte kerst 
Hij wil de bellen van de arreslee horen rinkelen 
Maar dat hoort hij al 10 jaar niet meer 
Hij laat ze klinken voor anderen, hoort ze zelf niet 
 
Maar hij is vergeten om te luisteren 
Naar de bellen die in hemzelf klinken 
 
Wat is nu zijn vurigste wens? 
Wanneer gaan de bellen klinken? 
Kan hij die sprong maken? 
Zonder parachute! 
 
Komt Santa naar de stad 
Of wordt het weer een blauwe kerst  
 
© HW 16-12-2016 

 

Je hebt al vaker een eenzame kerst gevierd. Met een broodje shoarma en een blikje bier, had je vooral met jezelf veel plezier. Kijkende naar filmpjes als 'Home Alone' en genietend van de Top 2000. Ooit heb je onderweg naar een kerstcross een ongeluk veroorzaakt, jouw auto 'Total loss'. Nu sta je voor en keuze. De keuze di je al lang hebt gemaakt. De keuze om jouw baan op te zeggen en te vertrekken naar Den Haaag. Een beetje apocalyptisch is het wel ja. 

 

Ik heb een groenge----el boompje met Kerstmis 
Ben ik zo geelgroe---n in mijn gedachten 
Ooi-e-vaars vliegen mee  Naar jouw groene zee 
Betekent zo veel als ik maar bij jou ben 
 
Ik heb een groen geel Kerstmis op zekâh 
Omdat mijn hart voor jou bonst, een tekâh 
Is alles met jou okay we doen het er mee 
Dus ik heb een groen geel Kerstmis 
 
Pas wanneer de groe-ne sprietjes verdorren 
Dat is wanneer de ge-le zon zal verbleken 
Je zult fan-tas-tisch kleuren 
Met jouw krullen van blond 
Dus ik heb een groen geel Kerstmis 
 
© HW 23-8-2017 herschreven 11-11-2017 

 

Ze willen hem graag houden op het bedrijf, maar hij heeft zijn keuze al gemaakt, al heeft hij het er thuis wel over, waardoor Kaatje erg droef wordt, heel even. Ze voelt zich een beetje schuldig, wat maak ik het toch moeilijk voor jou. Terwijl Jelle het helemaal niet moeilijk vind. Hij vind zijn leven niet belangrijk, niet zo belangrijk, wel hun leven, al is hij wel onafhankelijk. Het is geen vraag of Jelle de Ponderosa gaat verlaten, de vraag is wanneer en hoe. Hij had graag willen komen lopen van Helmond naar Den Haag, net als de man met de hoeden. De man met de hoeden. Waarover hij schreef toen hij 6 jaar oud was. 

 

Op 19 april krijgt Jelle zijn tattoo 
Rob is het niet eens met de zwaluw 
"Je bedoelt een meeuw!" 
 
"Nee  een zwaluw komt altijd thuis" 
 
"Een meeuw ook" 
 
"Maar dat is niet de symboliek" 
 
Nu een paar jaar later 
Rob bekijkt de tattoo 
Nee, het is een kopie 
Ik had er wel een meeuw van willen maken 
 
Kaat denkt 
Hoop en verdriet 
Waar is Jelle dan toch 
 
Als ze thuiskomt  
Wordt er aan de deur gebeld 
Er wordt gezongen 
 
You better watch out 
You better not cry 
Better not pout 
I'm telling you why 
 
Santa Claus is coming to town 
 
© HW 6-6-2017 

Dit is weer een nieuw hoofdstuk. Vanmorgen stond de lange duurloop op het programma, plan ca. 17 km. Route uitgestippeld, ik heb namelijk in Helmond alleen nog maar gecombineerde rondjes gelopen.  Ik had wat risico, maar goed, zou wel goed komen. 
Bij vertrek dacht ik nog even terug aan mijn mijmeringen van gisteren. 

Het was november 1975. We hebben het op school gehad over de onafhankelijkheid van Suriname.  De radio aan. Meester Oosterhuis legt uit dat er in Suriname verschillende volken wonen. De oorspronkelijke bevolking zijn indianen, maar die leven er nog slechts in een beperkt mogelijk onbegaanbaar gebied.  In de hoofdstad Paramaribo zul je ze er niet aantreffen. De meester komt op het begrip Creool. 

Er zit een jongen in de klas, Audi heet hij. 
Ik vraag aan Audi of hij een creool is. Hierop krijg ik geen antwoord en de meester begint te schreeuwen, zoals hij altijd doet, wanneer hij de les niet in de hand houdt. Ik begrijp eigenlijk niet wat er mis is. Er zat geen kwaads in mijn vraag. Ik moet de gang op, ik heb hele middagen ten onrechte op de gang gezeten. Dit terwijl Hans B. gewoon echt slechte dingen doet. Maar waarom pakt hij hem dan niet aan? Hij stookt de andere jongens op. Die andere zijn veel verder dan ik. Zij zijn al met de meiden bezig. Ik ben nog bezig met buiten spelen.  
Even later komt de doorbraak van de punk. De jongens doen op hun manier mee. 

Maar op de dag van de onafhankelijkheid van Suriname wordt ik dus op de gang gezet. 
De volgende dag kom ik op school en Audi is in de bosjes met een maatje aan het praten. 
Ik wens hem goedemorgen. Ineens geeft hij een trap tegen een gescheurd blikje. Hij komt tegen mijn voet. Ik krijg een stekende pijn. Ik kijk naar beneden, het bloed als een rund. 
Het spuit er uitRene van L. loopt met mij mee naar huis. Mijn zus is toevallig vrij. Ze ziet iets wit. Samen gaan we naar het Juliana ziekenhuis. Achterop de fiets. Bij het ziekenhuis spring ik er af. Het bloed spuit er uit. De portier komt met een rolstoel naar beneden. Het wordt een lange dag. Krijg wel voorrang bij de EHBO maar dan. Dokters, chirurgen lopen af en aan. 
Op een gegeven moment lig ik op de gang. Mijn achillespees blijkt doorgesneden. Denk even aan het verhaal uit de Griekse mythologie van Achilles. Hoe hij Ajax versloeg. Hoe paradox. Ajax de voetbalclub uit mijn stad. Het wordt de eerste maanden niet naar school. 
Audi komt met zijn vader op bezoek. Echter zijn vader komt verhaal halen. Ik was fout geweest. Denk dat Audi is aangepakt door school. Weet eigenlijk nog steeds niet goed wat er nu gebeurt is. En ik ben me nog steeds van geen kwaad bewust. De leraar begon met het uitleggen van een creool en gaf niet aan dat het ook een scheldwoord is. 

Dit gebeurde allemaal nog voordat ik op atletiek ging. Af en toe voel ik nog mijn litteken.  
Ik kom op onbekend terrein. Loop richting Gerwen, moet er af bij de Smits van Ooyenstraat. 
Ik kan hem niet vinden. Ben te eigenwijs om dan toch maar Gerwen in te lopen. Denk als ik bij Lieshout richting Nuenen loop kom ik er ook. En ik voel me goed. Het is mooi weer en ik loop lekker. Bij Lieshout loop ik door het dorp. Richting Bavariafabriek. Ik loop richting Nuenen maar ineens kan ik de weg te voet niet meer volgen. Sla af, het bos in. Kom bij Croy. Ik besef dat ik niet ben waar ik wil zijn. Het is echt een oriëntatieloop geworden. Op gegeven moment zie ik een paddestoel van de ANWB. Leg me neer bij Aarle Rixtel en besef dat het nog wel een eindje is. Ook daar loop ik verkeerd. It's a long way to tipperary. Op de Helmondseweg van Aarle Rixtel naar Helmond krijg ik het zwaar.Dan volgt het Warandepark. Waar ik ook nog te ver doorloop, zodat het weer zoeken wordt in Stiphout Op het bedrijventerrein gaat het licht langzaam uit. 

Ik krijg de neiging te gaan wandelen, maar doe dat niet. Als je daar eenmaal aan begint. 
Ik zet door en verman me. Na mijn werk neem ik ook niet de korte weg via station, maar mijn hardlooproute. Ben nu toch kapot. Na ca. 3 uur ben ik thuis. Totaal aantal km. 27 en nog wat. 
Een nieuw record. Ik loop traditioneel de trap omhoog naar de 4e etage. Mijn knieholtes doen zeer. Kan niet zittenkan niet staan. Toch even gaan douchen. Daarna in bed gaan liggen. Even geslapen. Nu alleen nog stijf. In bed had ik het koud en nu warm. 

Ik doe mijn ogen dicht en ik zie mijn vader naast me staan. Ik heb spalkgips om mijn been. Mijn klasgenootjes, Anushka, Willeke en Renate zijn op bezoek. Ze komen mij kerstgroeten brengen. Mijn vader tilt mij op. Ik mag de piek op de boom zetten. Ik ben een beetje verliefd op Anushka en/of Willeke. Ik zal nooit weten of ze mij ook leuk genoeg vinden om een klein beetje verkering te hebben, maar sommige dingen wil je niet weten. Vrolijk kerstfeest.