2. dec, 2017

De liefste van het Omniversum en Madurodam

Als de storm is gaan liggen en de sneeuw smelt, is mijn kruit verschoten en mijn rode doek verbleekt. De witte vlag. 

 

Dipje 
 
Hoe moet ik het morgen redden 
Wanneer ik er vandaag niet eens doorheen kom 
Waarom mag ik het niet een keer moeilijk hebben 
Liever onder een warme dekbed liggen 
Dan de kou te trotseren. 
 
Soms weet je het even niet meer 
Er rent van alles op je af 
Over je heen  
Door je heen 
Dan wil je schuilen 
Het liefst bij iemand 
Niet alleen. 
 
Je raast maar door  
Omdat het moet  
Het wordt van je verwacht 
Maar je zit stuk 
Erger dan na die marathon.  
 
Laat het maar lopen voor vandaag 
Ga maar slapen 
Morgen wordt het prettiger 
Dan ben je blij 
Opgelaten 
Dat je weer verder mag. 
 
© HW 1-12-2015 
 

Benjamin staat te praten met een collega. Vandaag is de receptie van Jan. Jan van Amstel gaat met pensioen. Er wordt flink wat Amstel bier genuttigd. Nu heeft Amstel ook een nieuw soort Radler. Aangezien Benjamin nog best ver moet fietsen, via Hazerswoude naar zijn pas verworven appartement op Kijkduin, wat eigenlijk gewoon een kamertje, drie hoog achter is. Benjamin heeft Jan nu twee maanden leren kennen, maar het waren ook daadwerkelijk twee interessante maanden, bij zijn nieuwe werkgever, in de machinebouw, voor wat zwaardere Industrie. 

Benjamin ontdekt dat Ron, met wie hij staat te praten, in Hilversum woont. Benjamin is slechts twee keer in Hilversum geweest. De eerste keer zal hij twaalf geweest zijn. Hij deed mee aan een veldloop op de hei, nabij de renbaan, die nu ook al niet meer bestaat. Wanneer hij dat vertelt, denkt hij aan zijn liefje ooit uit Bussum, die op een kamertje woonde in Amsterdam, in de Hemonystraat nummer 13 en hij denkt aan die andere keer in Hilversum. Even doet hij zijn ogen dicht en speelt de film zich af. 

Het is zondagochtend, 22 november 2015. Kaatje en Benjamin zijn op bezoek bij Door. Door is de moeder van Kaatje. Ze zitten aan het ontbijt, ze zijn op zoek naar het "foutzaadje", zoals Door het zoutvaatje noemt, wanneer er wordt gebeld door de buurvrouw. "Door, luister je nu naar Radio 5? Adres onbekend. Volgens mij zijn ze op zoek naar jou." Benjamin pakt zijn mobieltje en vind daar Radio 5, ze kunnen de uitzending terugluisteren, maar ze moeten even wachten tot deze is afgelopen. Ze besluiten om dat vanmiddag te doen. Er staat ook een foto bij en aan de foto zien ze dat het Door echt is. Het is Door, als klein meisje. Echter is het nog niet duidelijk door wie Door wordt gezocht, al zijn er vermoedens. 

Het blijk een vrouw te zijn van 91, Wida. Een dochter uit het gezin waarin Door is opgevangen, in de oorlog. Net als Gretha, de moeder van Benjamin, heeft ook Door ooit die reis gemaakt. De reis in een platbodem over het IJsselmeer. Door heeft daarbij ook nog een treinreis moeten maken. Waarbij ze als kind ook nog te maken kreeg met vervelende Duitse soldaten. Och, hoe oud was ze nog maar. Ze moet zes jaar zijn geweest. Het gezin had Door willen adopteren. Door was na de oorlog weer terug bij haar moeder. Echter die wilde haar niet meerhaar moeder bleek later ziek. Haar vader kon niet voor hun zorgen, maar voorkwam adoptie door het gezin van Wida. 

Benjamin stuurt een mail naar het radioprogramma. Hij krijgt direct een mail terug en geeft de gegevens door van Kaatje en van Door. Het is het beste wanneer de programmamakers hen benaderen. Ze worden uitgenodigd om een week later de uitzending bij te wonen, in het bijzijn van Wida. Het wordt een prachtig weerzien, waarbij het landschap van herinnering, op geen enkele manier is vervormd. Benjamin en Ron kijken elkaar verbaasd aan. "Ja, dat heb ik dus met Hilversum." "Een prachtig verhaal", zegt Ron. "Ja, dat is het. Al hebben die herinneringen ook wat losgemaakt bij mijn schoonmoeder. Waardoor ze ook aan andere dingen is gaan denken. Haar verloren zoon, haar overleden man. Eenzaamheid speelde ineens parten. Maar dit, dit blijft ….." Ineens wordt hij onderbroken. "Mag ik even jullie aandacht?" De directeur gaat speechen voor Jan. Benjamin richt zijn aandacht op Jan. Jan, wat een bijzondere man. Hij heeft een kunstheup, maar klimt nog altijd op een keukentrapje om even een klusje te doen boven zijn hoofd, om er vervolgens vanaf te vallen. Jan schrijft in de praktijk goed sluitende VGM plannen, maar voor zichzelf denkt hij dat het wel even kan

Niet vanzelfsprekende vrijheid 

Een meisje op de trein 
Ze moeten staan 
Het stinkt naar zweet 
Maar ze ruikt het niet meer 
Net als dat ze de honger niet meer voelt 
Al is die continue aanwezig 
Waar worden we nu heen gebracht 
 
Haar moeder houdt haar vast 
Haar vader aan de andere kant 
In een andere wagon gescheiden 
 
Een boot volgepropt met kinderen 
Gescheiden van hun zieke ouders 
Die niet voor hun kan zorgen 
Ook daar ligt een meisje 
Naast haar zus 
Hetzelfde gevoel 
Afwachtend wat komen gaat 
 
Een periode van onzekerheid 
Het 1e meisje leeft in een kamp 
Erbarmelijke omstandigheden 
 
Die situatie wil je, je niet voorstellen 
Het 2e meisje opgenomen in een gezin 
Waar de omstandigheden beter zijn dan thuis 
 
Moeders en het 1e meisje overleven het 
Ze komt aan bij hun oude huis 
Verkocht door de gemeente 
Er woont nu een ander gezin 
Opgezadeld met belastingschuld krijgen ze iets anders toegewezen 
 
Het 2e meisje komt thuis bij haar moeder 
Ook haar vader heeft het niet gehaald 
Moeders heeft een nieuwe vriend 
Die Moeders heeft geholpen 
Die geen plaats heeft voor haar dochter  
En de gemeenschap heeft bepaald 
Dat ze niet voor haar kan zorgen 
 
© HW 4-5-2017 

 

"Wie is Loesje? Wie is toch dat snoesje? Loesje is het meisje van de drummer van de band." 

Loesje is kritisch, Ze is de beste moeder van Het Omniversum en Madurodam. Dat heb ik ooit geschreven aan haar. Ik had nog een ansichtkaart uit Sneek. We waren hem vergeten op te sturen. We waren in Sneek onze Elfstedentocht begonnen. Onze auto Elfstedentocht, waarbij we ook stempels hebben gemist. Karin had een Trombosebeen en had nog steeds last van vermoeidheid veroorzaakt door de ziekte van Pfeiffer. Het kaartje kwam ik tegen toen ik ons fotoboek van die vakantie aan het maken was. Ik moest haar het kaartje sturen dat ik erg van haar dochter hou en dat ik ook haar kan waarderen. Loes is kritisch, maar lief. 

Ik ben even bij haar op bezoek, tijdens mijn hardlooprondjes kom ik er iedere keer langs, dus ik bel maar een keer aan. Ze vraagt mij binnen. Ik ben bezweet dus ik pak de houten stoel van de eethoek. Ze vraagt of ik koffie wil. Loes maakt heerlijke koffie, maar je moet er zo lang op wachten. Dus ik vraag een glaasje water. Loes zet namelijk eerst water op in de 'kluitfletel' en schenkt het dan op in een klein filtertje. Waarbij er nog een volgorde bestaat, die ik niet kan volgen. Tijdens onze logeerpartijen, heb ik het ook eens geprobeerd, maar dat durf ik niet meer. Loes is kritisch en terecht. Ze houdt niet van moderne apparaten. Dat vindt ze allemaal niks. Ik hou daarvan en geniet om met haar van gedachten te wisselen. Ja, ze is wel bereisd. Ze heeft veel plaatsen gezien. Zelf hebben ze nooit een auto gehad. Wel een scooter, een echte met een helm. Ze hadden er allebei één. Dat deed ze dan weer wel. Wat vind ik het prachtig om die verhalen aan te horen. Ze kan mooi vertellen. 

Die middag vertelt ze over een jongen die haar wel leuk vindin haar jeugd. Hij wil het allemaal wat te snel. Ze vind hem wel knap en ze voelt zich gevleid. Nee, zegt ze, dat wilde ik niet. Ik wilde het netjes. Ze moesten hun best doen. Dan vertelt ze over Aad, haar man. De verovering. Hij kwam een pakje sigaretten halen bij de sigarenwinkel, waar zij ook even was, zelf werkte ze bij de Gruyter. Hij bleef hangen, pratend. Zo raakten zij ook aan de praat.  Het moest netjes. Hij fietste met haar mee naar huis en zij stelde hem netjes voor aan haar zus en haar man en haar vader, die er ook inwonend was.  

Loes is kritisch en vraagt of ik echt niet meer wil dan een glaasje water. "Wil je een boterham", ik sla af. "Nee, hoor, ik hoef geen 'hoterbam'.", waarna ze mij glazig aankijkt. Loes verteld dat haar zus soms dingen erbij fantaseert. Tja, mijn moeder kan dat ook. Zo weet je nooit, wat waar is en wat niet. Soms betrap ik Loes er op dat ze een herinnering ook op haar manier heeft ingekleurd. Vooral wanneer ze zegt tegen Karin dat ik op de koffie was geweest, maar dat ik maar saai was, dat ik niks wilde gebruiken. 

 

Voor Wolly Koppers : 
 
Een vrouw van 91 heeft mijn hart veroverd 
Na al die jaren nog zo'n warm mens 
Veel mensen zouden zijn verbitterd 
Maar ze is van goede komaf 
Niet materieel, maar mentaal 
Altijd de juiste toon 
Mevrouw Koppers: 
"Ik heb u maar even gezien 
Maar ken u al wat langer." 
 
Ik herken u in mijn schoonmoeder  
Mijn schoonmoeder is zo'n lieve vrouw 
De beste van het Omniversum en Madurodam  
Net als mijn lieve potentiële vrouw 
Nee, we zijn niet getrouwd  
Al zijn we oneindig verbonden 
Al die liefde heeft zij georven 
Georven van u, of van jou. 
 
Al heeft ze niet uw genen 
Ze heeft wel uw liefde meegekregen  
Dat heeft haar goed gedaan 
Het is haar altijd bijgebleven 
Ze heeft het aan haar dochter overgebracht. 
 
Liefde is overdraagbaar  
Het geeft warmte 
Een goed gevoel 
 
Deze liefde is oneindig  
Onvoorwaardelijk  
Geeft het ons leven doel. 
 
© HW 1-12-2015 

 

Soms kom je ineens thuis te zitten. Vastgebonden aan je stoel krijg je tijd om te denken en geluiden binnen te laten komen. Woorden worden martelwapens, het stille geluid is er altijd. Er is nooit geen geluid. Je hoort de koelkast. Je hoort de leidingen. Je wordt eenzaam. 

 

Eenzaamheid 

 

Vluchtige contacten 
Oppervlakkig 
Diepgaan zonder voelende diepgang 
 
Erfelijk? 

Genetische 
Geen ethische bepaling 
Geen etnische 
 
Niet geslachtsgebonden 
Doch overdraagbaar 
 
Een welvaartsziekte? 

 

© HW 23-4-2017 

 

Die dag, die dag, dat we nog even konden praten, over Escher, muziek, het Indië van hem, foto's konden bekijken. Die dag. 

 

Voor de blinden 
 
Ik word wakker 
Zonnestralen kruipen door de kieren 
We liggen op de grond 
Ik kijk naar jou 
Op het luchtbed 
Beetje pijn in mijn rug heb ik wel 
Nu verblind door 1 straal van de zon 
 
Ik sprak de dwaas aan in dat bedrijf 
Op de plek waar hij liever was geweest 
In zichzelf gekeerd 
Waar hij behoord te zijn, ziet hij 
Wat jij niet kunt zien, kun je dat niet zien 
 
Een IJsvogel ziet zij in de boom 
Na even aanwijzen ziet haar moeder hem ook 
Ik zie hem niet, waarom zie ik hem niet 
Zie ik nu nog steeds zo slecht 
Neem maar een foto 
Misschien zie ik hem dan  
 
Misschien zit hij gevangen 
Gevangen in de grafiek 
Misschien gevangen in de stemming 
Misschien wordt deze grafiek wel 
Verkeerd geïnterpreteerd  
 
Niet te bereiken 
Hij is niet te bereiken  
Jij bent niet bereikbaar 
Zij zijn niet bereikbaar  
Jullie zijn niet bereikbaar  
Niemand is bereikbaar  
Als je niet open staat 
 
Een Jehova's getuige 
Belt aan 
Kan ik schuilen 
Nee het gaat niet meer 
Maar waarom discussiëren 
Als de basisprincipes dezelfde zijn 
Waarom zien ze dat niet? 
 
Nu rijdt ik over de snelweg 
Het is donker 
Zie geen hand voor ogen 
Lichtjes dansen voor mij 
Ook al in de spiegel 
 
Maar het was een mooie dag 
Als je het wilt zien 
 
Het is het einde van de wereld 
Voor wie er in wilt geloven 
Maar ik ben nergens bang voor 
Waar zou ik bang voor moeten zijn? 
We zijn toch allemaal dezelfde? 
We zijn in beginsel allemaal gelijk. 
Iedereen gelijk 
Geen voorkeur 
Iedereen moet wachten in deze rij. 
 
Een dag als vandaag koester ik  
Een dag die mij inzicht geeft 
Laat de blinde geleiden 
Laat de blinden zien 
 
Maak je los van dat moment  
Waar jij in vast zit 
Stel je open 
Kijk goed rond 
Met andere ogen 
 
Het is een mooie dag 
De eerste van je nieuwe leven 
Al kun je terugvallen op de goede dingen 
Uit het oude 
Je basis is vast goed 
Het is een mooie dag 
Er zullen er nog vele volgen. 
 
© HW 22-11-2015 

Dan kijk ik in je ogen. Er is een verandering opgetreden. Ze staan niet meer zo helder. Ik herken die ogen. Die ogen van een ander. Gericht op jouw eigen binnenste, niet naar buiten. Ik herken ze maar al te goed, omdat ik ze vaker heb gezien en ik wordt bang, angstig bang, niet zo maar gewoon erg bang en ik weet dat ik wil helpen, maar ik weet ook dat ik niet veel kan. Ik doe wat ik doe en ik hoop dat het lukt. Oh, wat ben ik bang. 

Als de geesten van de wind 
Stormen in haar hoofd 
Regen, hagel voorspellend 
Haar brein vervuilen 
Snertweer 
Ze heeft een slechte dag 
 
Kan ze de zon even niet zien 
Een eerste zonnestraal 
Verschijnt 
Een glimlach heel even 
Het besef dat ze dit zichzelf aandoet 
Maar vooral haar kind en haar vervolg 
 
Dat laatste pijnigt haar 
Laat het nog harder stormen 
Waar is nu de zon 
Het licht 
Op haar beste gezicht 
 
Het gezicht 
Dat ik herken 
Van haar dochter 
Soms angstaanjagend 
Wanneer zij ook een slechte dag heeft 
 
Maar jouw kostbaarste geschenk 
Op haar beste dagen 
Wanneer je haar observeren mag 
En ze soms naar jou lacht 
Omdat ze weet  
 
Dat Je kijkt 
 
© HW 12-5-2017 

Later gaan we kleren kopen, met jou, voor onze bruiloft en ik zonder mij even af, plots schrijf ik dit gedicht. 

Windbreker 

Mijn lentebriesje 
Veroorzaakte zomerstormen 
Dit terwijl hun woorden 
Als een Tsunami mij verslonden 
 
Alleen jij 
Jij kan die storm laten liggen 
Terug transformeren naar iets zwoels 
Wat heb ik mezelf aangedaan 
 
Zij vertelde mij 
Over hun pijn 
Uit een ver verleden 
Exodus in Blue 
 
Ik begrijp alleen nooit wrok 
Of wraak 
Omdat wraak meerkoppig is 
En ook onschuldige raakt 
 
Alleen jij 
Jij kunt die storm laten liggen 
Samen zittend op een bankje 
Adem in en adem uit 
 
Alleen yoga 
Kan mij helpen 
Yoga en Yoghurt 
De gegoede bacteriën 
 
Mijn maag is omgedraaid 
Televisie kijkend 
Naar al die haatgevoelens 
Waar geen haan naar kraait 
 
Al zo vaak heb ik mijn andere wang toegekeerd 
Maar wordt niet begrepen achtergelaten 
Doodbloeden 
Dat lukt mij niet 
 
Alleen jij 
Jij kunt mij helpen 
Mij resetten 
Naar de glimlachstand 
 
Zittend hier nu alleen op een bankje 
Zal ik jou nooit meer missen 
Omdat jij altijd bij me bent 
Soms fysiek en anders 
 
In mijn hart 
Wat alleen nog klopt voor jou 
Van de rest beloof ik 
Mij minder aan te trekken 
 
Jij bent mijn naakte waarheid 
De allermooiste vrouw 
Jou beloof ik 
Mijn leven decennia uit te rekken 
 
© HW 22-6-2017 

Ik werkte ooit bij een apparatnbouwer, ze hadden daar nogal veel voorraadverschillen. Ze raakte producten kwijt van 1 meter bij een halve meter. Mijn collega zei dan tegen me: "ik denk dat ik mijn schoonmoeder hier eens mee naar toe neem." Ik gaf hem repliek: "Bij mij worden er geen schoonmoeders uit het raam gegooid."