19. apr, 2017

Stroming

Als schrijver noem ik me een real romanticus. In navolging op de neo romantici. Mijn vrienden Arthur van Schijndel en Slauerhof. Real slaat op realistisch. Gebruikmakend van de anglicismes in deze moderne samenleving die woorden als selfie tot het Nederlands woord van het jaar maken. Ik noem me romanticus, in verband met de drang naar een minder harde samenleving.
Om het goede in de mens te zien en het streven naar idealen. Echter ben ik net zo realistisch als mijn vriend Nescio was. Een schrijver uit de nieuwe zakelijkheid. Die kort en krachtig schreef over de man die vriendengroepen binnenkwam en altijd getrakteerd werd en vervolgens verdween zonder een andere wederdienst te verlenen dan zijn gezelschap. Het verhaal van de uitvreter. Die wel overal werd geaccepteert. Nieuwe zakelijkheid sloeg op de korte en bondige manier van schrijven. Niet op verharding.

Tijdgenoten van mij schrijven harde verhalen. Mannen als Ronald Giphart, wiens schrijfsels ik overigens waardeer, heeft behoorlijk harde frases. Sommige zogenaamde fans waarderen hem alleen om die frases, maar vergeten het echte verhaal. Het leven bestaat uit harde realiteit en de schoonheid van het leven zelf zorgt voor de romantiek. Echter het leven zelf is al hard genoeg, zelf vind ik het niet nodig om deze in extrema uit te vergroten. Zo zijn er tegenwoordig hele volksstammen die er harde hobby's op nahouden en hard beschrijven. Mede ingegeven door cabaretiers als een Theo Maassen. Die overigens veel geïmiteerd wordt door plaatsgenoten.
Ik ben meer liefhebber van een Finkers, maar ja die komt niet uit Brabant.


Nu ga ik iets zeggen wat me in mijn woonomgeving niet populair maakt. Echter weiger ik om bescherming aan te vragen, zoals tegenwoordig ook gebruikelijk is. Aangezet door angst. Wat ik mij afvraag is, hoe komt het  dat Brabanders zich zo superieur voordoen, misschoen nog meer dan de inwoners uit andere provincies. Zinnen formulerend als die mensen boven de riolen e.d. Natuurlijk is dat mijn beleving geweest, want in iedere stad en iedere provincie vind men zichzelf de beste. Superieur boven de rest van Nederland. Alhoewel ik soms ook enige bescheidenheid ontdek. Natuurlijk is er altijd strijd geweest tussen noord-zuid west-oost en zal die altijd blijven. Dit terwijl ik deze harde strijd nooit begrijpen zal. Al vind ik genoemde cabaretiers best grappig bij tijd en wijle. Het veelvuldig imiteren van Theo Maassen en Hans Teeuwen gaat mij wat te ver. 

Nu ben ik één van die zeldzame rollende stenen, die zich een wereldburger noemen. De wereld is mijn tuin. Helaas kan ik hem niet in mijn eentje onderhouden. Zo kon Slauerhoff alleen in zijn gedichten wonen, zo kan ik overal wonen waar mijn hart is. Wetend dat het oorspronkelijk een prikkel is, die vanuit mijn gevoel wordt doorgegeven naar mijn hersenen en deze weer impulseert naar mijn hart. Zo is mijn hart nu daar, waar mijn gedichten zijn en schrijf ik een voor mij reëel beeld vanuit een visie ingegeven door de romantiek.
'Real romanticus it is.'

╗ HW 27-2-2016 (herschreven 12-6-2017)