4. feb, 2015

Eenlingen geabsorbeerd door de menigte

Na een lange tijd ben ik weer op de baan om daar een training te doen. Gewoon om mijn clubgenoten weer te spreken tijdens het trainen. Het mes snijdt dan aan twee kanten. Het is een lichte training, althans, het is natuurlijk altijd net zo zwaar als dat je het zelf maakt, maar ik maak hem ook niet zo zwaar. Het is de donderdagavond na de halve van Egmond, na de uitlooptraining van dinsdag, dus weer een eerste echte training. Ik zorg wel dat er een verschil zit tussen mijn tempo’s en mijn herstel, maar mijn 600’tjes en mijn 400‘tjes loop ik op echte souplesse. Zodra de training er op zit loop ik naast Kenny. Kenny is een hele leuke jongen, nu ja jongen, hij is vorig jaar 30 geworden, maar je geeft het hem niet mee. Hij zegt: “ik heb vanavond goed gelopen”, zo beginnen de gesprekken meestal, wanneer ik hem spreek. Er zit niet veel variatie in de gesprekken, maar dit keer gebeurd er iets bijzonders. Kenny zegt op een beetje een verveelde manier, morgen moet ik weer werken. Waarop ik antwoord: “zal ik je komen helpen dan?” “Ik help je graag, heb morgen toch niks te doen.

Kenny reageert niet echt, hij weet niet wat hij met mijn opmerking aan moet en zegt dan, ik moet werken bij de dieren. Ik heb wel gehoord dat hij soms in Dierenrijk werkt, dus vraag ik hem wat hij daar dan zoal moet doen. Hij zegt dat hij de ramen moet wassen. Ik zeg hem dat ik daar een foto van heb en vraag hem dan nog een keer of ik mag komen helpen, maar dan wel de ramen, aan de binnenkant, bij de leeuwen. “Nee, dat mag niet”, zegt hij dan lachend. Waarbij hij het woordje niet net even iets verlengd, om daar extra nadruk op te leggen. Ik vertel hem dat ik ook vaak in Dierenrijk kom, ik heb een abonnement, omdat ik zo dicht bij woon. Ik kan er heen lopen. Ik laat hem mijn foto zien, die ik onlangs van de Facebookpagina heb gehaald van Dierenrijk. De foto van het ramenwassen bij de leeuwen. Ik vraag hoe laat hij moet werken en beloof dat ik dan langs kom. Ik zie aan zijn ogen dat hij het niet helemaal gelooft.

De volgende ochtend vertrek ik om een uur of 10 om naar Dierenrijk te fietsen. Het is een zonnige dag, echt open weer een stralend blauwe lucht, natuurlijk wel een beetje frisjes, maar daarentegen weer weinig wind. Onderweg staat een man van het hoveniersbedrijf van de gemeente Geldrop-Mierlo de wilgen te knotten, althans, hij is aan het opruimen, het knotten zit er op. Ik maak wat foto’s en spreek hem aan. Ik zeg hem dat hij vandaag wel een hele mooie baan heeft en daarop raken we een beetje aan de praat. Hij vertelt dat hij dit wel fijn vind. Hij is alleen en het is rustig, dus hij kan doorwerken en zonder gezwets van collega’s aan zijn hoofd. Ik vertel hem dat ik me voor kan stellen dat het niet altijd is als vandaag, dat het ook wel eens stormt en regent, hij zegt dat die momenten ook wel weer meevallen en dat het toch meestal wel goed weer, droog weer is. Ik fiets verder, met de wetenschap dat die meneer het mooiste baantje heeft wat een man zich maar kan wensen.

Bij Dierenrijk wordt ik als een koning ontvangen door de receptionist, hij vertelt me wat het dagprogramma is en hij geeft me het boekje mee en vertelt me dat over een kwartier de IJsberen gevoerd worden. Ik heb toch geen plannen en wandel dus rustig naar de IJsberen. Vandaag is de apenrots wel bezet, ik maak verder wat foto’s van de happende vissen. Het is toch iedere keer net even iets anders. Het is vrijdagochtend, dus erg rustig bij Dierenrijk. Ze zijn iedere dag open, er is geen dag dat ze gesloten zijn. Laatst waren ze voor het eerst een dag gesloten, dat was met de eerste sneeuwval. Treinen waren uitgevallen en de wegen waren glad, ze vonden het die dag onverantwoord om open te staan. Dat was voor de eerste keer, zolang dat Dierenrijk bestaat. Ik denk er aan dat kinderen hier eigenlijk heel veel zouden kunnen leren. Door dingen te doen en de lesstof er in te verwerken. Rekenen, Taal, Biologie, Aardrijkskunde, Geschiedenis, Maatschappijleer/Wereldverkenning, alles komt terug op zo’n park. Je kunt het interessant maken en voor degene die het niet interessant vinden, die vinden waarschijnlijk de schoolbanken ook niet interessant. De laatste tijd heb ik wel vaker van die briljante ingevingen. Leren door Theorie en praktijk te combineren. Horeca, Administratie, Logistiek, Verzorging, Receptie alles is aanwezig. Zowel voor de lagere school als voortgezet onderwijs.

Bij de IJsberen is het nog even wachten, de verzorgster zegt dat haar karretje kapot is en dat ze nu met de kruiwagen haar spulletjes gaat halen. Ik loop nog even rond en daar tref ik dan Kenny, bij de Oerossen. Daar is hij aan het vegen. Kenny ziet mij direct en wij geven elkaar een hand, waarop gelijk een andere jonge mij verteld dat hij een foto heeft gemaakt van de IJsberen, wij wisselen wat foto;s uit, want ik had er ook een paar gemaakt, hij heeft echt een hele mooie foto op zijn telefoon staan. Een langere jongen vertelt dan, ik heb ook de ramen gewassen hoor. Ik maak een foto van de drie musketiers en vraag naar hun naam, Joera is het meest brutaal en ik vertel hem over hoe ik Kenny heb leren kennen, Joera voetbalt ook net als Kenny, ik vraag hem waar hij staat. Hij zegt in de spits, maar het liefst rechtsbuiten. Ik vertel hem dat, dat de mooiste positie is op het voetbalveld en hij begint trots te lachen. Michael zegt, ik voetbal ook hoor. Meteen heb ik hem door. Michael maakt niet de indruk op het eerste gezicht of hij graag een praatje maakt, maar stiekem kijkt hij wel op tegen zijn maatjes. Ik maak een foto van de drie musketiers en ze staan er mooi op.

Ik loop verder en kom beren tegen waar ook wolven, als een standbeeld naar de beren staan te staren. Dan hoor ik iets rommelen bij de IJsberen en loop snel naar het raam, waar ik alles kan overzien. Ik maak foto’s en hoor een vrouw naast me praten tegen de beren en over de beren. Ze heeft een bolderkar bij, ik kijk er niet in, doe gewoon een aanname dat ze een kindje bij zich heeft. Wanneer het voederritueel is afgelopen ga ik verder het park in. Eerst weer terug naar de wolven en de vrouw met de bolderkar komt weer naast me staan en begint weer te praten over de beren en zie ineens allemaal knuffelberen in haar bolderkar zitten. Ze praat tegen haar knuffelberen over de beren. Ik probeer een praatje en begin natuurlijk over het mooie weer voor haar en haar beren. Ze is niet heel spraakzaam, maar er komt toch een antwoord uit. Ik vraag haar of ze er vaker komt en ze antwoord dat ze er al 10 jaar komt. Tot slot vraag ik haar of ik een foto mag maken van haar en haar beren en dat mag. Trots staat ze op de foto.

Ik loop verder, wil de Siberische tijger nog zien en gewoon mijn rondje afmaken. Het hok van de tijger tref ik leeg aan, dus loop verder. Ik neem vervolgens wat foto’s bij de slingerapen, die heel rustig aan de waterkant zitten. Het is zo rustig, zo sereen. De verzorgster kom ik weer tegen en zij zegt mij dat ik wel een mooie dag heb uitgezocht om foto’s te maken. We raken wat aan de praat en vraag haar naar de Tijger. Ze zegt dat ze het hok zojuist heeft open gedaan, dus ik loop weer terug, na even bij de Ringstaartmaki’s gekeken te hebben, die geen aanstalten maken om naar buiten te gaan. Er zit er 1 in de opening en ik schiet nog even een plaatje, waarna ik naar de tijger loop.

Op de terugweg naar huis maak ik nog een foto van wat dieren in een weitje, er staat een echte Lakenvelder samen met twee ezels, een stel herten en ganzen. Een heel idyllisch gezicht. Daarna tref ik nog de schaapjes en het valt me weer op dat er een zwart schaap tussen al die witte staat. Ik heb maar zelden een schaapskudde gezien waar geen zwart schaap staat. Het is ondertussen rond de middag en de kinderen uit de kinderfabriek worden door hun ouders opgehaald, met de auto. De kinderen hebben de hele ochtend binnen gespeeld. Wat jammer eigenlijk, met dat mooie weer en met die stimulerende leeromgeving buiten die muren.